Column

Waarom vrouwen niet kunnen schaken

De 87-jarige Hongaarse schaakmeester Brigitta Sinka. Zij speelde meer dan twaalfduizend partijen simultaan schaken. Beeld afp

In de hoop dat de meeste lezeressen op vakantie zijn, behandel ik deze week de vraag waarom vrouwen niet kunnen schaken. Het is een oud onderwerp dat men om verschillende redenen het liefst zou laten rusten, maar vorige week dook het ineens weer op in een interview dat NRC Handelsblad hield met de schrijfster Marian Donner.

De kop boven het stuk luidde: 'Vrouwen kunnen wel schaken.' De laatste twee woorden waren, zowel vet als cursief gedrukt, om in alle toonaarden te benadrukken dat hier een autoriteit moest worden tegengesproken.

Die autoriteit is ongetwijfeld haar vader, de schaakgrootmeester Hein Donner (1927-1988). Hij stierf toen zij 14 was. Daarvoor woonde hij al een paar jaar in Vreugdenhof, een verzorgingstehuis waar hij na een hersenbloeding terecht was gekomen.

Als ik het goed aanvoel, is Marian Donner nog altijd verbaasd over de man die haar vader is geweest. Hij was het buitenbeentje in een eerbiedwaardig geslacht van juristen, een bohemien die op een avond twaalf glazen rum-cola achterover sloeg. Geestig, briljant en ook een tikje krankzinnig.

Er is een tijd geweest dat ik hem elke dag sprak en met hem schaakte. Ook voor mij was hij een van de bijzonderste mensen die ik ooit heb ontmoet. Donner werd 'de grote omkeerder' genoemd, vanwege zijn denken dat een ode was op elke paradox en tegenspraak. Wanneer hij een boek of een film ging navertellen, dan bleek de held een enorme schoft en was de verknipte moordenaar juist iemand, wiens handelen werd bepaald door de hoogste moraliteit. Donner voerde graag het hoogste woord en zei: 'Het wezen van verlegenheid is de arrogantie.'

Hoewel hij bijna twintig jaar ouder was dan ik, waren onze dochters bijna even oud. Als hij 's nachts langskwam om te schaken, wilde hij altijd eerst even naar onze slapende baby kijken. Niet lang daarna kwam bij hem thuis de kleine Marian. Op zijn onhandige wijze had hij met kinderen altijd direct een verstandhouding.

Misschien was het daarom dat Mulisch eens opmerkte dat de schaker zijn hele leven nul jaar oud was gebleven. In elk geval gaat het verhaal dat Donner bij de geboorte van zijn eerste kind, een zoon, in het wiegje heeft gekeken en toen heeft gezegd: 'Dit willetje moet gebroken worden.' Niet gelukt, want op de begrafenis van Donner, sprong zijn zoon op de groeve en hield een geweldige rede.

Vrouwenschaak stelde in Donners tijd niet veel voor. Zijn opvatting was ondubbelzinnig: 'Vrouwen kunnen niet schaken. En als je het mij vraagt, zullen ze het ook nooit leren'. Toen hem in een ingezonden brief werd verweten dat 'hij discrimineerde en vergeten was negers aan zijn stelling toe te voegen', antwoordde hij: 'Deze mevrouw heeft het niet goed begrepen. Negers kunnen best schaken, maar negerinnen kunnen het niet. Dat is het nu juist.'

Zijn verklaring voor dit fenomeen was daarentegen minder ondubbelzinnig: 'Zoals bekend is de vrouw in ieder opzicht aan ons mannen superieur. Fysiek is zij sterker. Door haar groter geduld zal zij in de eeuwige uitputtingsslag tussen de seksen altijd als winnaar te voorschijn komen. Zij kan logisch denken, wat bij mannen zelden voorkomt. De vrouw heeft een beter geheugen. (...) De vrouw is doelmatiger en doelbewuster. De vrouw is intelligenter in begrijpen van anderen'. Niettemin is er, volgens Donner, één ding dat vrouwen missen om goed te kunnen schaken en dat is: intuïtie. Meer dan door logisch denken was schaken volgens hem het resultaat van 'een snuffelend-graaiend zien'. In dit tasten in het duister moest de schaker volledig op zijn gevoel afgaan.

Je kunt dat soort opvattingen als niet meer van deze tijd beschouwen, maar het blijft vreemd dat het niveauverschil tussen het mannen- en vrouwenschaak zo groot blijft. Dat mannen in de sport harder trappen, sneller slaan of hoger springen dan vrouwen is een fysieke kwestie. Maar waarom zouden vrouwelijke hersenen minder geschikt zijn voor het schaakspel dan mannelijke hersenen?

Toch vind je onder de honderd beste schakers ter wereld tot op de dag van vandaag maar één vrouw. Je kunt moeilijk volhouden dat zoiets komt, omdat vrouwen niet genoeg mogelijkheden krijgen om in het spel uit te blinken. Er zijn aparte competities en er is een apart wereldkampioenschap voor vrouwen, enzovoort.

Eigenlijk vormen die aparte competities alleen maar een vernederend getto. Statistisch gezien had er allang een vrouwelijke wereldkampioen schaken moeten zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.