Waarom voeren we geen CO2-belasting in?

Klimaattop Parijs

Waarom voeren we geen CO2-belasting in terwijl bedrijfsleven én Greenpeace dit een prachtidee vinden?

Een op kolen gestookte centrale in de Eemshaven in Groningen. Beeld .

Er bestaat een effectieve oplossing voor de klimaatcrisis waar zowel Shell als Greenpeace vóór zijn. De klimaatbijeenkomst in Parijs zou bij wijze van spreken kunnen worden afgelast als hij wordt uitgevoerd. Principiële tegenstanders bestaan nauwelijks, want het systeem is simpel en werkzaam. Wie broeikas wil uitstoten, luidt het idee, moet daarvoor betalen. Liefst fors. Dan gaat de uitstoot vanzelf naar beneden.

De oplossing heet CO2-belasting of koolstofbelasting, maar ondanks massale steunbetuigingen van economen, milieugroepen en bedrijven is de kans klein dat zij wereldwijd wordt ingevoerd. Een coalitie van de Wereldbank en zes landen (Frankrijk, Chili, Ethiopië, Duitsland, Mexico en Canada) roept op er nu eens echt werk van te gaan maken. Maar net als bij andere klimaatideeën is er brede internationale overeenstemming voor nodig, en die lijkt nog ver weg.

Het broeit wereldwijd. En in Nederland.

Meningen genoeg over de verandering van het klimaat, je zou er de feiten bijna door vergeten. Deze drie interactieve visualisaties laten harde data achter de wereldwijde opwarming zien: volkskrant.nl/klimaatkennis
Hoe het met de opwarming van Nederland zit, is te zien op volkskrant.nl/warmterecords

Wat is het?

In de simpelste vorm van CO2-belasting betalen bedrijven een vaste heffing per ton broeikas die vrijkomt bij hun productie. De overheid bepaalt de hoogte, int het geld en verdeelt de opbrengst naar keuze. De kosten worden doorberekend in de prijs van de producten. Op kleine schaal of met bescheiden bedragen wordt hiermee in diverse landen geëxperimenteerd.

In een tweede variant is de heffing onderdeel van een veiling en van afspraken over de toegelaten hoeveelheid broeikasgas die mag worden geproduceerd. Dat is de emissiehandel, die deels al op grotere schaal in praktijk wordt gebracht. De overheid, zoals de Europese Unie, beperkt het aantal beschikbare CO2-rechten en laat de markt de prijs bepalen. Een derde, nog onbeproefde variant belast niet de producent maar de consument, waarover later.

Helpt het?

Net als bij andere belasting die bedoeld is om te reguleren, is de werkzaamheid afhankelijk van de hoogte. Zo kan het dat zowel Greenpeace als Shell in beginsel vóór zijn. 'Het ligt maar net aan de prijs', zegt Willem Wiskerke, klimaatexpert van Greenpeace. 'CO2-belasting is pas effectief als zij een energietransitie in gang zet. Bij een belasting vanaf 60 euro per ton ontstaan effecten zoals dat kolencentrales gaan omschakelen op gas, en dat de goedkoopste vormen van windenergie, op land, concurrerend worden en dus geen subsidie meer nodig hebben.'

Ook Shell en energiebedrijven BP, Total, Statoil en Eni pleitten onlangs in een open brief aan de Parijse onderhandelaars voor een wereldwijde prijs op CO2-uitstoot. Dat biedt zekerheid voor de 'noodzakelijke' toekomstige investeringen in de olie- en gasindustrie, zeggen ze. Een prijs wordt niet genoemd, maar als boekhoudkundige oefening toetst Shell de rentabiliteit van toekomstige investeringen op 40 dollar per ton CO2. Olie en vooral gas blijven bij die prijs concurrerend met duurzame energievormen. Het maakt ook technieken betaalbaar om CO2 op te vangen en op te slaan in de bodem, zegt topman Ben van Beurden.

In Amsterdam protesteerden enkele duizenden mensen tegen het huidige klimaatbeleid. Een oplossing voor de klimaatcrisis zou CO2-belasting kunnen zijn. Zowel Shell als Greenpeace is positief. Beeld .

Wereldwijd houden al ruim duizend bedrijven intern rekening met een toekomstige koolstofbelasting om te weten of ze zijn voorbereid op een wereld waarin slecht gedrag (uitstoot van broeikasgas) daadwerkelijk wordt beboet. De berekening komt van de organisatie CDP, die bedrijfsrapportages op duurzaamheid onderzoekt. Het geldt onder meer voor Amerikaanse multinationals als Colgate-Palmolive, Stanley Black & Decker, Exxon Mobil en General Electric en Microsoft, maar ook voor Nestlé en Nissan. De prijzen die ze hanteren lopen fors uiteen: van 1 tot 357 dollar per ton.

Volgens oud-bestuursvoorzitter van Shell Jeroen van der Veer zou de prijs zeker 60 tot 80 euro per ton moeten zijn om fossiele energie uit de markt te prijzen. Maar waarschijnlijk zijn er klimaatrampen nodig om de samenleving zover te krijgen, zei hij vorig jaar. 'Na een paar echte schokken komt er misschien een crisisachtige situatie waarin mensen bereid zijn een hoge CO2-belasting door te voeren.'

Wat kost het?

De meeste Europeanen betalen zonder het te weten al CO2-belasting. De toeslag staat los van bijvoorbeeld energiebelasting op aardgas en elektriciteit. Hij wordt betaald binnen het Europees systeem van emissiehandel en deels in producten doorberekend.

Zoals dat nu gaat, bewijst het vooral dat het systeem niet werkt zolang de heffing te laag is. Op de Europese emissiemarkt wordt het recht om één ton CO2 uit te stoten verhandeld voor ongeveer 7 euro per ton. Voor de consument leidt dit tot verwaarloosbare bedragen. Vliegmaatschappijen bijvoorbeeld moeten voor vluchten in het luchtruim van Europa uitstootrechten kopen. Op een vliegticket binnen de EU zijn de kosten hoogstens enkele dubbeltjes.

Hoe gaan mensen om met klimaatverandering?

De Volkskrant reist rond met een cameradrone om daar achter te komen. Lees en bekijk alles hier.

Als de prijs voor één ton CO2 zou verdubbelen (van de huidige 7 euro naar 15 euro per ton) en als de koolstofbelasting niet alleen binnen Europa maar over de hele wereld zou gelden, zou de prijs van een transAtlantisch ticket stijgen met welgeteld 10 euro, berekende bureau CE in Delft. Bij een 'effectieve' CO2-belasting van 60 euro per ton, zou de meerprijs neerkomen op 40 euro.

Binnen Europa hoeft over autobenzine geen CO2-heffing te worden betaald, maar voor de consument zou het nu ook weinig uitmaken. Ervan uitgaande dat één liter benzine ongeveer 2,5 kilo CO2-uitstoot veroorzaakt, zou de belasting bij de huidige prijs van 7 euro per ton CO2 neerkomen op 1,7 cent per liter. Bij de intern door Shell gehanteerde richtprijs van 40 euro (of dollar) per geproduceerde ton broeikasgas is dat 10 cent.

'Als je alle energie duurzaam wilt maken in 2050, zoals wij bepleiten, zijn bedragen nodig van meer dan 100 euro per ton', zegt Wiskerke van Greenpeace. Omdat dit politiek vooralsnog onhaalbaar lijkt, steekt de milieuclub liever ook niet te veel energie in deze oplossing. 'Het verschil met anderen in deze discussie is dat wij vinden dat de belasting hoog genoeg moet zijn om een deuk in een pakje boter te kunnen slaan.'

Bovendien is koolstofbelasting een ongericht instrument. 'Een soort hagelschot dat allerlei technologie bevordert. Met wat nu politiek haalbaar lijkt, kiezen we dan liever voor gerichte maatregelen ten behoeve van duurzame energie, zoals subsidies en het uitfaseren van kolencentrales.'

Wie betaalt het?

Hoewel de kosten van een CO2-belasting uiteindelijk altijd terechtkomen bij de consument, waren het vooral bedrijven en overheden die er bezwaar tegen maakten. Wie internationaal moet concurreren, voelt weinig voor een belasting die wel geldt in Europa, maar bijvoorbeeld niet in Oekraïne of Turkije. Daarom zijn in Europa aanvankelijk veel uitstootrechten aan bedrijven gratis uitgedeeld. Mede door de economische recessie, waardoor óók minder broeikasgas wordt geproduceerd, zijn er te veel van deze rechten in omloop, met de huidige lage prijs tot gevolg.

Veel ontwikkelingslanden zijn vóór belasting op uitstoot, op voorwaarde dat die voorlopig niet voor henzelf geldt. Laat de rijke landen eerst hun historische uitstootschuld maar eens goedmaken, redeneren ze. Maar dan zouden landen als China en India westerse industrieën kunnen aantrekken die dáár gratis kunnen vervuilen en hier niet, repliceren de rijke landen. Een wereldwijde aanpak voor CO2-belasting zit er daardoor voorlopig niet in.

Bedrijven die klagen over concurrentienadeel hebben wel gelijk, vindt onderzoeker Sander de Bruyn van CE Delft. In opdracht van de Technische Universiteit Delft ontwikkelde hij een derde variant van koolstofbelasting. Die komt terecht bij de consument zonder de concurrentie tussen bedrijven te schaden. Dit wordt de carbon added tax, genoemd, afgekort CAT.

Voorlopig is CAT alleen nog een briljant idee. Het is een soort btw op bruto toegevoegde koolstof, zegt De Bruyn. Bedrijven betalen voor de hoeveelheid broeikasgas die ze via hun productie 'toevoegen' aan het product, maar de uiteindelijke rekening wordt gepresenteerd aan de eindgebruiker - zoals die nu ook opdraait voor de btw. 'Bij de huidige prijzen van rond de 7 euro kun je nog zeggen dat bedrijven dat bedrag zelf kunnen opvangen, maar dat lukt echt niet meer als de belasting omhoog gaat naar een effectief niveau.'

En in de toekomst zullen steeds duurdere oplossingen nodig zijn om de resterende uitstoot van broeikasgas te verhinderen. Ook de CO2-belasting moet dan gaandeweg omhoog, om ongewenste concurrentie van fossiele brandstof te voorkomen. 'Technieken om bij energiecentrales CO2 op te vangen en in de bodem te stoppen, bijvoorbeeld, kosten rond de 100 euro per ton. Veel nieuwe techniek, zoals de elektrische auto, wordt economisch gezien pas rendabel wanneer de uitstoot van CO2 veel hoger wordt belast dan nu.'

Rond 2050 zou de prijs per ton ongeveer 250 euro moeten zijn om de duurste maatregelen te kunnen financieren die dan noodzakelijk zijn, zegt de onderzoeker. 'Om innovatie voldoende te stimuleren, zou je rond 2030 al meer dan 100 euro per ton CO2-uitstoot willen rekenen.'

Doel van een CAT is om consumptie te sturen naar koolstofarme alternatieven, zegt De Bruyn. Diensten, waaronder arbeid, worden daardoor goedkoper. Temeer omdat de oude btw kan worden afgeschaft of sterk verminderd van 21 naar 4 procent: de bruto toegevoegde koolstofbelasting brengt voldoende geld in het laatje. Specifieke producten als vlees en benzine worden tegen 2050 dan wel 40 tot 80 procent duurder dan nu.

En inderdaad, bevestigt hij, zodra prijsverschillen tot uiting komen in producten, neemt de kans op smokkel tussen landen toe. Krijgen we straks boter- en benzinesmokkel vanuit Wit-Rusland? 'Dat zou best kunnen, maar staalfabrieken in Wit-Rusland worden dan evenzeer gestimuleerd om zo min mogelijk broeikasgas te produceren. Als ze daarin slagen, kunnen ze hun producten tegen lagere prijzen op onze markt brengen. Die stimulans heeft het systeem óók.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.