Reconstructie

Waarom Teeven Cees H. zijn miljoenen teruggaf

Een mislukte pluk ze-poging 

Marten Oosting Beeld Freek Van Den Bergh

Het was 7 januari 1994, om kwart over twaalf. Voor de cel van drugscrimineel Cees H. stonden drie mannen: twee agenten en een deurwaarder. Met in hun handen een document. Of de drugscrimineel even wilde tekenen, vroegen ze. Maar Cees H. weigerde. Want wat er in het document stond, vond hij 'onwerkelijk'. Justitie wilde de hasj-handelaar plukken- als een van de eerste criminelen in het land. Onder het motto: misdaad mag niet lonen, zou Cees H. de Staat 500 miljoen gulden moeten betalen.

Zo begon de ontnemingsprocedure die ruim 20 jaar later zou eindigen in de witwasdeal-affaire, die twee bewindslieden de kop zou kosten en waarin volgens de Commissie-Oosting fout op fout werd gestapeld. Woensdag presenteerde de onderzoekscommissie haar rapport waarin vooral toenmalig officier van justitie, Fred Teeven, het moest ontgelden.

Tijdens zijn sollicitatiegesprek bij het Amsterdamse Openbaar Ministerie in de jaren negentig viel voormalige Fiod-rechercheur Fred Teeven meteen op met stoere verhalen. En eenmaal aangenomen ging Teeven - die in de avonduren rechten had gestudeerd - als een 'briesend raspaard' aan slag.

Het waren de jaren waarin het besef doordrong dat de georganiseerde misdaad slimmer werd, dat criminelen miljoenen verdienden met drugshandel en de verwevenheid onder- en bovenwereld toenam. En dat niet alleen: de criminelen gingen ook steeds verder om hun handel te beschermen. Officieren van justitie werden bedreigd. In het huis van toenmalig hoofdofficier Hans Vrakking werd een saferoom gebouwd. En ook Teevens gezin kreeg bescherming na verhalen over ontvoeringsplannen.

Onder leiding van Vrakking zochten Teeven en zijn collega's - ook wel de cowboys uit Amsterdam genoemd - de grenzen van de wet op. Een deal met criminelen was zo'n grens.

Zo ook de deal die Teeven in de zomer van 2000 sloot met crimineel Cees H. Daarin hebben Teeven en zijn collega's bij het Openbaar Ministerie te veel op eigen houtje gehandeld, onvoldoende ruggespraak gehouden en genoegen genomen met een veel te laag bedrag., aldus de Commissie woensdag. Wat ging er mis?

Fred Teeven Beeld anp

'Een half miljard. Onwerkelijk, toch!', was de reactie van drugsbaron Cees H. na ontvangst van het ontnemingsdocument in 1994. Zijn advocaat Piet Doedens begon te rekenen: kon het OM dat bedrag onderbouwen? Al snel kwam hij tot de conclusie: nee. Cees H. was niet de enige die geprofiteerd had van de internationale drugstransporten. H. en zijn handlangers hadden bovendien kosten gemaakt. Sterker nog: rekende je alles mee, dan had Cees H. helemaal geen 500 miljoen gulden winst gemaakt, maar een verlies van 2,9 miljoen gulden. 'Met die berekening was ik zeer content', zegt Doedens achteraf.

Het gevolg: de rechter oordeelde in 1994 dat het OM opnieuw moest gaan rekenen. Maar in plaats daarvan eindigde het dossier op de 'vensterbank'. 'Of in een mapje. Onze administratie was destijds niet volmaakt. Als de officier van justitie ziek was, of hij had er geen tijd voor, verdween het in de kast. Vensterbankdossier noemden we dat', aldus Vrakking.

In 1998 werd het dossier uit 'de vensterbank' gepakt en ging Teeven ermee aan slag. De officier van justitie had Cees H. al in 1995 eens bezocht in de gevangenis. Volgens hardnekkige geruchten zou Cees H. informatie hebben gegeven die later van belang zou blijken voor de opsporing van verdachten én voor de veiligheid van personen. Iets wat Cees H. overigens met klem ontkent.

De Onderzoekscommissie Ontnemingsschikking presenteert haar onderzoeksrapport in Nieuwspoort Beeld anp

Hoe het ook zij: na het mislukken van de ontnemingspoging, werden de onderhandelingen met Cees H. over het afromen van zijn criminele vermogen gestart. Op bevroren bankrekeningen in Luxemburg stond nog ruim vijf miljoen gulden. Volgens Vrakking en Teeven had het geen zin meer om dit geld via de rechter van Cees H. af te pakken. Daarvoor waren er te veel jaren verstreken en een deal was de enige uitweg, oordeelden zij.

De commissie Oosting ziet dat anders. Die stelt dat het Openbaar Ministerie wel degelijk een poging had moeten wagen het volledige bedrag via de rechter af te pakken. 'Wij vonden: het moet een keer afgelopen zijn en we hadden juridisch nauwelijks een poot om op te staan', zegt Vrakking.

Cees H. snakte na jaren in de zwaarbeveiligde EBI-gevangenis te hebben gezeten naar zijn vrijheid. En het OM hoopte in ieder geval een deel van het geld te krijgen. 'Ik begon met een bod van 50 duizend euro', zegt H's huidige advocaat Jan-Hein Kuijpers. 'Het was net de markt. Uiteindelijk kwamen we uit op 750 duizend euro voor de Staat. En de rest was voor mijn cliënt.'

Op het laatste moment in de onderhandelingen werd er nog een paragraaf aan toegevoegd - op verzoek van de advocaten van H. Daarin stond dat de Belastingdienst niet zou worden geïnformeerd over de miljoenen die Cees H. terug zou krijgen. Iets wat volgens de commissie nooit had gemogen. Vrakking: 'Er is wel gebeld met de OM-top en ook met mij. Ik was toen op vakantie. Ik dacht: Cees H. is toch geen Nederlands ingezetene. Hij betaalt hier toch geen belasting. Ga er maar mee door.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden