Waarom steeds meer kiezers de laatste dertig jaar thuis bleven

De kiezer moet het idee hebben dat er iets op het spel staat. Bij gemeenteraadsverkiezingen is het vaak lastig te zien wat de verschillen zijn tussen de partijen. Voor veel kiezers is het één pot nat. Dat verklaart waarom, op een enkele oprisping na, de laatste dertig jaar steeds meer kiezers thuis zijn gebleven.

Een vroege kiezer in het stembureau in een bloemenwinkel op het station van Castricum, dat al om 05.00 uur open ging.Beeld anp

In zijn woonplaats Enschede heeft Kees Aarts, hoogleraar politicologie aan de Universiteit Twente, alle partijprogramma's naast elkaar gelegd. 'Het wemelt van het jargon, veel onderdelen zijn inwisselbaar. Als je wil weten hoe de politiek Enschede over tien jaar ziet, word je niet veel wijzer.'

En dan neemt Aarts de moeite de programma's te lezen. Weinig kiezers doen dat. Die hebben nog meer moeite de verschillen te ontdekken en zullen eerder de neiging hebben te denken: het zal wel.

Helft blijft thuis
De helft van de kiezers blijft vandaag thuis, is de verwachting. Dat zou de laagste opkomst ooit zijn bij gemeenteraadsverkiezingen.
Een politiek ongeluk dreigt, in de woorden van PvdA-leider Diederik Samsom. Op het feest van de democratie krijgen muurbloempjes de overhand.

Volgens de laatste peiling van TNS Nipo zegt 46 procent van de ondervraagden te gaan stemmen. Peilingen zijn palingen. Dat geldt zeker voor de verwachte opkomst. In 2010 voorspelde TNS een opkomst van 49 procent. Uiteindelijk ging 54 procent stemmen.

Aarts moet nog zien dat de opkomst zo laag wordt als voorspeld. 'Er is heel moeilijk grip te krijgen op niet stemmen, wel stemmen. Er is geen goed onderzoeksmodel dat de opkomst kan voorspellen, daarvoor speelt het toeval een te grote rol. Als ik vanochtend mijn been breek, ga ik niet stemmen, terwijl ik het vast van plan ben.'

Het ontbreken van goede onderzoeksmodellen maakt dat we sowieso weinig weten over niet-stemmers. 'Ook achteraf is er vaak geen goede verklaring te geven', zegt Aarts.

Harde kern stemt nooit
De trend in het Westen is dat mensen zich minder geroepen voelen te gaan stemmen. Een paar groepen springen eruit: lageropgeleiden, jonge kiezers (tot 25, 30 jaar) en politiek niet-geïnteresseerden. Grofweg 15 procent van de kiezers stemt nooit. Een harde kern die eenvoudigweg niet is geïnteresseerd in politiek en geen idee heeft wat de politiek is, doet en wil.

Ouderen zijn trouwere stemmers. Die hebben de oorlog nog meegemaakt, zei Simon Carmiggelt ooit in een spotje van postbus 51 dat de opkomst moest bevorderen.

De timing had niet beroerder gekund, zegt Jeroen Slot, hoofd Bureau Onderzoek en Statistiek van Amsterdam. Gemeenteraadsverkiezingen in aanloop naar Tweede Kamerverkiezingen zijn populairder. Die worden beschouwd als een peiling voor de Kamerverkiezingen; daarvoor zijn kiezers eerder geneigd warm te lopen.

Het gunstigst is een dik jaar voor de verkiezingen, als het kabinet drie jaar zit en de coalitie voorsorteert op het oogstjaar. Rutte II zit er een goed jaar.

Horserace blijft uit
Kiezers die bij de laatste Kamerverkiezingen PvdA en VVD hebben gestemd en vinden dat ze bedrogen zijn uitgekomen - en dat zijn er nogal wat - zijn nu eerder geneigd een keer over te slaan.

Een horserace, een fijn wedstrijdje: wie wordt de grootste, zoals die zich in de grote steden aftekent, kan de niet-stemmer uit zijn stoel jagen. Dan valt er wat te kiezen.

Daarom zijn verkiezingen zo leuk, zegt Slot. Het is nooit te voorspellen wat nu weer de doorslag zal geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden