Waarom ruilt niemand zijn bunds om in treasuries?

Peter de Waard
null Beeld
Beeld

Op Amerikaans staatsobligaties (treasuries) met een looptijd van tien jaar bedraagt het rendement al 2,9 procent. Op Duitse staatsobligaties ( bunds) is dat 0,6 procent.

Dat is een verschil (spread) van 2,3 procentpunt - het grootste sinds de val van de Muur in 1989. Toen betaalden de Amerikanen 9 procent over hun dollarschuld en de West-Duitsers 6,5 procent over hun markenschuld. Procentueel was het verschil in 1989 maar 40 procent en nu 400 procent.

Pensioenfondsen lijken wel gek om nog langer in obligaties van zogenoemde veilige Europese landen te beleggen. Daarmee behalen ze bijvoorbeeld in Nederland niet eens de vereiste rekenrente. Niettemin is er geen wedloop op het veel lucratievere Amerikaans staatspapier.

Het rendement op staatsobligaties hangt af van verschillende factoren. De belangrijkste is het risico. Als de kans groter is dat een land zijn aflossings- en renteverplichtingen niet nakomt, dan eisen beleggers een hogere rente. Het rendement op staatsobligaties van Mexico en Brazilië - erkende brokkenmakers uit het verleden - bedraagt niet voor niets respectievelijk 7,5 en 9,5 procent.

Maar de risico's op Amerikaanse treasuries worden niet hoger geschat dan die op bunds. Beide soorten schuldpapier kennen bij Moody's een Triple A-rating. Weliswaar is de Amerikaanse staatsschuld een stuk hoger dan de Duitse (105 procent van het bbp versus 68 procent), maar de Amerikanen hoeven geen muntunie van soevereine landen overeind te houden.

Daarnaast is de Japanse schuld, in verhouding tot het bbp, meer dan twee keer zo hoog als de Amerikaanse, terwijl het rendement op Japanse staatsobligaties maar 0,03 procent bedraagt. Italië heeft relatief niet alleen een veel hogere schuld (132 procent van het bbp) dan de VS maar is ook politiek instabieler. Niettemin is het rendement op Italiaanse obligaties een vol procent lager.

In de tweede plaats is de liquiditeit (de verhandelbaarheid) van treasuries beter dan elke andere staatsobligatie ter wereld. Omdat ze altijd probleemloos te verkopen zijn - hoe groot ook het pakket - zouden beleggers genoegen moeten nemen met een iets lager rendement. Het tegendeel is waar.

De enige verklaring die rest is het valutarisico. Beleggers eisen een hogere rente op treasuries als vergoeding voor het risico van een dalende dollar. Maar als de Amerikaanse rente zoals verwacht snel stijgt - en die in Europa laag blijft - zou de dollar juist meer waard worden. Daarbij komt dat de Amerikaanse economie nog uitbundiger groeit dan die in de eurozone.

Toch durven pensioenfondsen hun vingers niet aan treasuries te branden, terwijl ze simpel hun valutarisico kunnen afdekken (hedgen). Mogelijk zijn ze bang dat Trump met de handelsoorlog en belastingverlaging enkele tijdbommen onder de economie heeft gelegd.

Voor het geval die gaan knallen is 2,9 procent ineens veel te laag.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden