Reportage Koffiehandel in Jemen

Waarom oorlog in Jemen goed is voor de koffie

Eén van de paradoxale effecten van de oorlog in Jemen is dat er in het Westen hernieuwde aandacht is voor de eeuwenoude koffiecultuur in dit land. Want koffie uit een land in oorlog heeft verkoopwaarde. Zeker als die ook nog eens lekker is.

De foto's zijn gemaakt op de koffieplantage van Mokhtar Alkhanshali, de hoofdpersoon in Dave Eggers non-fictieboek De monnik van Mokka. Beeld Lebowski Publishers

Op een koffieakker in de hooglanden van ­Jemen laat het begrip ‘VOC-mentaliteit’ zich slecht uitleggen. Toch ontkom je daar niet aan als je iets wilt ­begrijpen van het lot van Jemenitische koffieboeren. Ze lijden onder de VOC-mentaliteit, tot op de dag van vandaag.

Koffieboer Fadehl Yahya Mohsen knijpt verrukt in de boontjes aan zijn koffiebomen. Kijk, nu zijn ze nog groen. Straks zullen ze rood worden en later, als ze de kleur krijgen van dadels, is het tijd om te oogsten. Een goede koffieboon is klein en hard als je erop bijt. ‘Grote bonen zijn niet goed.’

Hij heeft deze koffieboerderij met zijn neef Mohsen Nargi al Harbi. De bomen zijn zo oud als de neven zelf, de akkers al eeuwen in familiebezit. Aan de rand van de boerderij staat een wachttoren uit vroeger tijden, zoals overal in de vallei. Het was en is hier altijd oorlog.

Beeld Lebowski Publishers

De koffie uit Yafa is de beste van Jemen. Fadehl en Mohsen zeggen dat in koor, dus is het zo. ‘Yafa is de kraam­kamer van de koffie.’ De koffiebonen zijn hier klein, zoals koffiebonen horen te zijn en ze worden na de oogst tien tot vijftien dagen gedroogd in de zon, zoals in Jemen al eeuwen gebeurt. Ze drinken de koffie zelf. ‘Hij opent ’s ochtends je ogen.’

Maar ergens nadat pakezels hun bonen naar de drogerij hebben gebracht, gaat er iets mis met de koffie van Fadehl en Mohsen. Hoewel de beste van Jemen, heeft koffie uit Yafa tegenwoordig een slechte ­reputatie. Over de grens kun je hun koffie bijna nergens kopen. Ja, even was er interesse uit Turkije, maar daar maakte de oorlog een einde aan. Hun koffie, de beste van Jemen, eindigt al jaren zoals zoveel koffie in dit land: verkocht tegen dumpprijzen op de Arabische markt, in Jemen zelf en in Dubai. Hoe kan dat? ‘Het komt door de zakenmannen’, weet Mohsen. ‘Ze bedriegen. Ze mixen de koffie met slechte kwaliteit uit Brazilië, uit Afrika, en dan wordt hij verkocht als koffie uit Yafa.’

Beeld Lebowski Publishers

Frontlijn

Langs de weg die naar hun koffieakkers voert, wappert overal de vlag van een onafhankelijk Zuid-Jemen. Jemen is offi­cieel één land sinds 1990, maar de huidige oorlog maakt oude breuklijnen zichtbaar. Wat ooit de grens was tussen Noord- en Zuid-Jemen, is nu deels een frontlijn. Grofweg is voormalig Noord-Jemen in handen van de Houthi-rebellen en voormalig Zuid-­Jemen in handen van de internationaal erkende regering.

In Yafa wordt openlijk getwijfeld of de eenwording van Jemen niet beter ongedaan kan worden gemaakt. ‘Vóór de eenwording van ­Jemen was de koffiehandel juist heel goed. De staat exporteerde de koffie voor ons en hield de slechte zakenmannen bij ons weg’, zegt Mohsen. ‘Maar de staat is niet meer in ons geïnteresseerd.’ Daarbij kampt de vallei sinds een paar jaar met extreme droogte, zodat de helft van de koffie­bomen is overleden.

De lunch arriveert, in weerwil van de krappe beurzen een grandioos buffet van vis, lever, rijst, groente en sauzen. Dit voelt als het moment om het te vragen. Weten de neven hoe koffie uit Jemen, ooit exclusief verhandeld via de havenstad Mokka – de naam zegt het al – zich heeft verspreid over de wereld? Hoe hun kwaliteitsproduct uit Yafa vermengd kan worden met rommel uit Brazilië?

Dat komt volgens de overlevering door de Nederlander Pieter van den Broecke, een geslepen ­lakenhandelaar van de VOC. Hij bracht in 1616 een handelsmissie aan Jemen die stroef verliep: de onderkoning van ­Jemen weigerde een VOC-handelspost toe te staan in Mokka. Van den Broecke zag dat de Jemenieten de dag begonnen met het drinken van een warm goedje, gemaakt van zwarte boontjes en deed iets wat de wereldkoffiehandel voorgoed zou veranderen. Hij smokkelde koffiezaad mee op zijn schip naar Nederland. Het Jemenitische koffie­monopolie was daarmee gebroken.

Fadehl, kritisch: ‘Nederland heeft geen koffieklimaat. Hoe hielden ze de plant goed?’ In een kas, maar dat laat zich net zo min uitleggen als het begrip VOC. Een kunstmatig Jemen, nagebouwd in een glazen kamer in het 17de eeuwse Leiden, blijkt het te doen. ‘Slim!’

Beeld Lebowski Publishers

Visitiekaartje

Eén van de paradoxale effecten van de oorlog in Jemen is dat er in het Westen hernieuwde aandacht is voor de eeuwenoude koffiecultuur in dit land. Mohsen heeft een visitekaartje van een Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie in zijn portemonnee, die wil helpen om de koffiehandel uit het slop te trekken. Andere koffieboeren worden bezocht door jonge ondernemers, opgegroeid in het Westen, maar met Jemenitische wortels. Die zien in dat de markt hier nagenoeg onontgonnen is en koffie uit een land in oorlog verkoopwaarde heeft in Europa en de Verenigde Staten. Zeker als die koffie ook nog eens lekker is.

Eén van deze koffiehandelaren nieuwe stijl is Faris Sheibani, een Brit van Jemenitische komaf, die jarenlang bij Shell werkte, tot hij besloot zich te richten op zijn land van herkomst. Zaken doen in olie of gas in Jemen is niet handig, realiseerde hij zich al snel: de opbrengst vloeit naar heersende partijen. Koffie leek een beter idee. Daarbij heb je als ondernemer alles in de hand. Tijdens zijn eerste zakenreis naar Jemen keek hij zijn ogen uit. ‘Ik wist niet eens welke ­milities bij de checkpoints stonden.’ Nu werkt hij naar eigen zeggen samen met tweeduizend lokale koffieboeren.

Beeld de Volkskrant

Zijn verhaal lijkt op dat van Mokhtar Alkhanshali, een Amerikaans-Jemenitische koffiehandelaar, die een levens­gevaarlijke reis ondernam, dwars door de frontlijn, om de ‘kunst van de Jemenitische koffie’ veilig te stellen door een ­selectie koffiebonen te exporteren via de haven van Mokka. Die koffie, in ­Jemen ­jarenlang op de markt gedumpt, wordt nu in de Verenigde Staten verkocht voor prijzen tot wel 16 dollar per kopje.

Het verhaal van Alkhanshali is door schrijver Dave Eggers verwerkt tot de bestseller The Monk of Mokha. Sheibani kent hem persoonlijk, als concurrent in zaken. ‘Onze relatie houdt het midden tussen open en afstandelijk.’

Beeld Lebowski Publishers

Gewaagd idee

Sheibani haalde laatst zelf de wereldpers, met iets wat begon als een gewaagd idee: waarom niet zeven Jemenitische koffieboeren naar Nederland halen, het land dat ruim vierhonderd jaar geleden de Jemenitische koffie stal en waar dit jaar in juni in Amsterdam de internationale beurs Wereld van Koffie plaatsvond?

Er was één probleem. Voor de reis naar Nederland moesten de koffieboeren uit Jemen een visum zien te bemachtigen. De eerste reactie van de Nederlandse autoriteiten werd door Sheibani positief geïnterpreteerd. ‘Ze beloofden niets. Maar ze zeiden: als je alle juiste papieren hebt, dan moet het lukken.’ Nederland heeft in Jemen geen ambassade of consulaat meer. Dus begonnen Sheibani en zijn zeven koffieboeren aan een gevaarlijke trip door de frontlijn naar Aden, de tijdelijke hoofdstad van Jemen onder regeringscontrole, waar het vliegveld open is.

Het verhaal over een koffiebeurs in Amsterdam leek de strijders bij de checkpoints te fantastisch om waar te zijn. Overal werd het gezelschap ondervraagd. Eén keer dreigde arrestatie. Van de zeven koffieboeren vielen er onderweg drie af. De overblijvers bereikten na een reis van meer dan een dag de Nederlandse ambassade in Jordanië.

Beeld Lebowski Publishers

Jonge boeren die koffie verbouwen, geld verdienen voor hun familie, in plaats van te gaan vechten in een zinloze oorlog – het is een verkoopverhaal dat elke westerse overheid zal aanspreken. Maar net als bij de checkpoints in Jemen stuitte het gezelschap ook op een bureau in Den Haag op twijfel: de visa voor de koffieboeren werden tot twee keer toe geweigerd. Op de koffiebeurs in ­Amsterdam waren wel boeren uit Rwanda, maar niet uit Jemen.

Het ministerie van Buitenlandse ­Zaken wil niet inhoudelijk reageren. Sheibani gooit het op de Europese ‘anti-migratietendens.’ Dat lijkt te kort door de bocht. Tientallen Jemenieten reizen elk jaar voor zaken en familiebezoek naar Nederland. Waarschijnlijker is het dat de in graniet gegoten visumprocedure geen rekening houdt met de leefwereld van koffieboeren uit de hooglanden van Jemen, waar bijna niemand een bankrekening heeft.

De neven Fadehl Yahya Mohsen (links) en Mohsen Nargi al Harbi. Beeld Ana van Es

Visumrel

Nederland investeert tientallen miljoenen per jaar in Jemen, maar door de visumrel lijkt het voorlopig even gedaan met onze reputatie daar. In Sanaa, de hoofdstad van Jemen, kan het zomaar gebeuren dat je je voorstelt als Nederlander en dat de blik van een jonge medewerker in een cholerakliniek plotseling verstart. ‘Uit Nederland? Dan heb ik een klacht over jullie.’ Hij blijkt een buurman van Mohsin Ahmed Allabah, een van de koffieboeren die naar Nederland wilde reizen. ‘Hij was altijd supporter van Nederland bij voetbal. Maar nu niet meer.’

Stilte. ‘Jullie zaten ook niet in het WK natuurlijk.’

In Yafa geven de koffieboerende neven Mohsen en Fadehl het tot het najaar. Als het dan niet meer heeft geregend, zullen hun eeuwenoude bronnen droogvallen. Veel boeren in de streek zijn allang verleid tot het verbouwen van qat, de in theorie milde drug die in de praktijk zwaar verslavend is en Jemen elke middag nagenoeg platlegt omdat alle mannen urenlang qat kauwen.

‘Qat is in alles snel’, zegt Mohsen. ‘Het groeit snel, je oogst het en het geeft snel geld.’ Een halve kilo qat levert omgerekend 20 dollar op – tien keer meer dan hun koffie. Overwegen ze zelf om de overstap te maken? ‘Nooit!’, roepen de mannen. ‘We verdienen niet veel met de koffiehandel, maar dit is ons erfgoed. Onze voorouders verbouwden hier al koffie.’

Helaas wijst alles erop dat zij de laatste generatie zullen zijn. De twee zoons van Mohsen zijn alvast geëmigreerd naar de Verenigde Arabische Emiraten, zoals half Yafa hen voorging. Daar verdienen ze geld voor de hele familie, want van de koffie alleen kun je in Jemen niet meer leven. Komen zijn jongens straks terug om de koffieteelt voort te zetten? Mohsen: ‘Ik dacht het niet.’

Beeld Lebowski Publishers

DOOR DE FRONTLIJN NAAR SANAA, DE BELEGERDE HOOFDSTAD VAN HOUTHI-REBELLEN IN JEMEN

Sinds de Houthi-rebellen de hoofdstad van Jemen drie jaar geleden innamen wordt Sanaa belegerd. Ana van Es rijdt er door de frontlijn heen. Tussen alle verval blijkt er nog een ministerie van Toerisme te zijn. En overal worden Amerika en Israël doodgewenst.

AAN HET FRONT BIJ ‘ONZE MANNEN’ IN HET DOOR OORLOG VERSCHEURDE JEMEN

De frontlijn van de oorlog in Jemen, waar volgens de VN de ergste humanitaire ramp ter wereld plaatsvindt, blijft doorgaans uit het zicht. Ana van Es rijdt op de bijrijdersstoel naar de strijders wier kant ook Nederland nadrukkelijk kiest

De monnik van Mokka

De Amerikaans-Jemenitische Mokhtar Alkhanshali haalt koffie uit Jemen. Auteur Dave Eggers schreef er een boek over. Waarom wil een mens koffie halen uit een land in oorlog?

Van Jemenitische koffie een razend spannende oorlogsthriller maken, laat dat maar aan Dave Eggers over. Zijn boek De monnik van Mokka krijgt vier sterren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.