Waarom 'onze man in Teheran' stopt met Zomergasten

Column Thomas Erdbrink

Volkskrantjournalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek meestal over het dagelijks leven in zijn land

Roel van Broekhoven (rechts) en Thomas Erdbrink (midden) tijdens opnamen van de eerste serie van Onze man in Teheran. Beeld Meisam Jebelli

Soms zijn er dingen die een man nodig heeft in Teheran, maar niet kan vinden. Ledlampen die je kunt dimmen bijvoorbeeld. Onvindbaar. Boxershorts met krokodillen erop. Niet te vinden. Zaanse mayonaise. Forget it.

Die dingen neem ik dan mee uit Nederland. Ik probeer altijd met drie truien over elkaar aan nog een extra koffer ruimbagage langs de stewardessen te krijgen. 'Hé! Is dat Brad Pitt achter u?! O nee toch niet, het is Jan Smit! Doei!' Maar ja, je kunt niet alles in de koffer meenemen. Op een gegeven moment is-ie echt vol.

Dus toen ik onlangs vijftien aluminium trekstangen voor de gordijnen nodig had, was ik maar wat blij dat Roel van Broekhoven me kwam bezoeken. Roel is de regisseur van Onze man in Teheran, de VPRO-serie uit 2015 die we maakten over Iran, 'het land waar niks mag, maar alles kan'. Er keken meer mensen naar dan we hadden verwacht. Dat was een opsteker, zeker na alle moeite die het had gekost de serie in Iran te maken.

Deze rubriek werd geschreven voor het nieuws van het overlijden van Karen de Bok, hoofdredactrice van de VPRO bekend werd.

Roel is een lange slungel op Converse-gympies die er ondanks zijn leeftijd uitziet als een nieuwsgierig jongetje. In het verleden heeft hij vele dozen Whiskas voor me meegenomen, en drop en dvd's met nieuwe documentaires. Gordijntrekstangen waren dan ook geen probleem. Hij ging drie Hema's langs om ze te verzamelen. Bij de laatste raakte hij met een van de stangen een bord dat aan het plafond hing. Dat bord viel recht in zijn gezicht. Toen hij in Teheran aankwam met die stangen in zijn hand, had hij een grote rode cirkel rond zijn oog, als een witte puppy met een zwarte vlek op zijn gezicht.

Hij was naar Teheran gekomen om onze vergevorderde plannen voor een nieuwe serie definitief te maken. Onze wegen waren gescheiden na Onze man. Hij maakte een nieuwe serie, HhhH, die in april op televisie komt. Ik ging verder met mijn werk voor The New York Times in Iran en was het afgelopen jaar presentator van Zomergasten. En al die tijd waren we aan het bellen en mailen met ideeën, waarvan we er een tot in detail hadden uitgewerkt.

Was het oog al een aanslag op zijn gesteldheid geweest, direct na aankomst werd Roel ook nog eens ziek. Griep. Drie dagen lag hij te hoesten in onze logeerkamer, waar ik hem sinaasappelsap en Iraanse pillen bracht. Newsha vertrok rochelend, met koorts, naar het vliegveld voor een twintig uur durende vlucht naar Bogota, een dag nadat ze de zieke Roel te innig welkom had geheten.

En dan moesten we nog zoveel doen. We voelden ons als 20-jarige rappers die een goed album hadden gemaakt, waarin alle pijn van onze levens zat en die nu een tweede plaat moesten maken. Iedereen weet hoe dat gaat met duo's: soms krijgen ze ruzie.

Toen Roel eindelijk beter werd, snoot hij zijn neus en besloot dat alle eerder gemaakte plannen van tafel moesten. Wellicht is het de koorts, dacht ik nog, maar nee. 'Het gaat niet werken', zei Roel. 'We moeten iets anders doen, en ik heb geen idee wat.' Even overwoog ik zijn andere oog ook een kleurtje te geven. We waren terug bij af.

Die nacht sliep ik slecht. Vragen spookten door mijn hoofd. Met Trump in Amerika en zijn kabinet vol Iranhaters wordt het vast een druk jaar voor de krant, dacht ik bij mezelf. Ga ik deze zomer weer in Nederland presenteren? Waarom zou ik eigenlijk al die moeite doen om een nieuwe serie in Iran te maken? Met die stomme Roel? Met kringen onder mijn ogen poetste ik de volgende ochtend mijn tanden en dacht: fuck de televisie, ik kap ermee.

Die laatste dag gingen we naar de bergen, die als een muur staan tussen Teheran en de Kaspische Zee. Na een half uurtje reden we de koepel van luchtvervuiling boven de stad uit. De zon scheen, witgekleurde bergtoppen lachten ons toe. We stopten voor kebab en thee en snoven de knisperend verse winterlucht op. Al pratend over van alles en nog wat ontstond er langzaam een nieuw, veel beter idee. Aan het einde van de dag waren we eruit. Het gaat veel tijd kosten, maar het wordt - hopelijk - mooi.

Nadat je het licht hebt gezien, komen de beslissingen. Ik stop als presentator van Zomergasten, want daar is geen tijd voor dit jaar. We beginnen volgende maand met het maken van een vervolg op Onze man in Teheran. Verder concentreer ik me op mijn echte werk: voor The New York Times. Daarnaast blijf ik natuurlijk deze rubriek schrijven.

Overigens bleken de trekstokken die Roel had meegenomen een miskoop: te zwaar voor de Iraanse gordijnrails. De volgende keer neemt hij vloerglans mee, die kan ik hier ook niet vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.