Waarom Obama wegkijkt

De druk om iets te doen is groot, maar Amerika houdt zich afzijdig in Syrië. President Obama heeft daar redenen voor. Hij kijkt naar Syrië en ziet Irak. Door

Het was in het Holocaust Museum in Washington. Elie Wiesel was er. Met president Obama. Wiesel vroeg of we de les hebben geleerd. 'Als dat zo is', zei hij, 'hoe kan het dan dat Assad (de Syrische president) nog steeds aan het bewind is?' Obama zweeg.


Twintig jaar eerder was Wiesel in hetzelfde museum geweest. Ook toen stelde hij de vraag: 'Wat hebben we geleerd?' Hij was net terug uit het voormalige Joegoslavië en kon sindsdien niet meer slapen door wat hij van de oorlog daar had gezien. We 'moeten iets doen', zei hij tegen de toenmalige president Clinton. Maar ook die deed niets.


Wiesel is schrijver, specialist in het onderzoeken van morele dilemma's. Maar Wiesel is ook overlevende van Auschwitz. En als zodanig kent hij geen spoor van twijfel als het gaat om massamoord: dan moet er worden ingegrepen. Basta.


Voor Amerikaanse presidenten ligt het ietsje ingewikkelder. Voor hen kan interveniëren geen automatisme zijn. Ze moeten letten op de omstandigheden ter plaatse, de context van het conflict, de internationale verhoudingen, de kosten en de baten. De keuzen van oppositiepolitici, schrijvers, commentatoren of deskundigen die pressie uitoefenen om in te grijpen zijn vrijblijvend. De keuzen van presidenten hebben gevolgen. Dat maakt hun voorzichtiger.


In het Witte Huis mogen ze daar graag op hameren als voor de zoveelste keer wordt gevraagd waarom niets gebeurt in Syrië. Ze veroorloven zich zelfs een vleugje cynisme. In The New Yorker zei een staflid vorige maand: 'De druk op ons om nu te interveniëren (in Syrië, red.) is enorm. Maar zodra je iets doet, slaat de stemming om. In Libië ging het de dag na de interventie in één keer van 'Waarom grijpen jullie niet in?' naar 'Wat doen jullie nu?'


De wispelturigheid zit de regering-Obama hoog. Voor haar zijn de media geen graadmeter in deze kwestie. Maar daarmee is het Syrische dilemma niet weg. Dat is als het knipperende lichtje in de auto: je kunt wel hopen dat het vanzelf weer ophoudt, maar je weet dat dit niet gaat gebeuren. Obama is de derde president die sinds het einde van de Koude Oorlog probeert een begin te maken met het wegwerken van het achterstallig onderhoud in eigen land. Maar zoals Clinton toch overging tot ingrijpen op de Balkan en Bush zich door '11 september' genoodzaakt zag meer met terrorisme bezig te zijn dan met onderwijs, zo dreigen nu ook Obama's voornemens te worden doorkruist.


Spelbreker

Hij wil de geschiedenis ingaan als de man die de oorlogen in Irak en Afghanistan beëindigde en de aandacht verlegde naar nation building thuis, zoals hij het noemt. Maar steeds meer komt hij erachter dat Amerika zich niet zo gemakkelijk op zichzelf kan richten. Telkens is er weer een nieuwe spelbreker, ditmaal Syrië.


Aanvankelijk leek het daar te gaan om een simpele volksopstand tegen een dictator, met een overzichtelijke rolverdeling tussen good en bad guys. Maar met de week wordt duidelijker dat er een regionale oorlog woedt, met vertakkingen tot in de hele islamitische wereld. In de loop der tijd heeft zich daar veel sektarische, tribale, religieuze en politieke conflictstof opgehoopt en het lijkt nu allemaal tot ontploffing te komen aan het Syrische front.


Er is het blok met Assad en zijn alevieten, actief gesteund door het sjiitische Iran en Hezbollah, de sjiitische militie uit Libanon. Daartegenover staan de soennitische rebellen, die variëren van gematigd tot radicaal islamistisch. Zij worden geholpen door Saoedi-Arabië, Qatar en Turkije. De strijd is niet alleen wreed maar dreigt ook over te slaan naar stam- en geloofsgenoten in Irak en Libanon. Hezbollahstrijders hielpen deze week Assads leger de strategische stad Qusayr te heroveren.


De situatie schreeuwt om de aanleg van een brandgang. Allereerst vanwege de humanitaire catastrofe: inmiddels zijn er zo'n 80.000 doden en de drempel naar het gebruik van gifgas lijkt overschreden. Maar ook om politiek-strategische redenen. De orde die de Europese mogendheden na de val van het Ottomaanse rijk in het Midden-Oosten instelden, was nooit ideaal. De nieuwgevormde staten waren kunstmatig. Ze omvatten verschillende bevolkingsgroepen, die met harde hand werden bijeengehouden. Als dat koloniale bouwwerk instort, kan dat leiden tot etnische zuiveringen waarbij die van de Balkan zullen verbleken. De chaos zal als een magneet jihadisten van elders aantrekken.


Wespennest

Toch verzet alles in Obama zich tegen een interventie. Hij kijkt naar Syrië en ziet Irak. En niet ten onrechte. Waarom zou ik me terugtrekken uit het sektarische en tribale wespennest dat Irak is, om me een paar jaar later in het sektarische en tribale wespennest te storten dat Syrië heet, redeneert de president. Hij wil voorkomen dat Amerika zich binnen tien jaar tweemaal stoot aan wat in feite dezelfde steen is.


De meeste Amerikanen, moe van een decennium vol oorlog, geven hem gelijk. De man die werd gekozen als idealist is op het gebied van buitenlandpolitiek een realist. Dat gaat niet zo ver dat hij een isolationist is, maar hij heeft ook geen last van overdreven missiedrang - ook een traditie in de Amerikaanse buitenlandse politiek.


Daarmee neemt Obama afstand van het idee dat de 'internationale gemeenschap' wreedheden begaan door regimes niet mag accepteren en zonodig met militaire middelen moet bestrijden. Dit zogeheten humanitaire interventionisme werd na de Koude Oorlog een paar keer uitdrukkelijk toegepast, leek Irak niet te hebben overleefd, maar bestaat nog steeds, zoals nu ingeval van Syrië blijkt. Beelden van bebloede baby's, berichten over het gebruik van chemische wapens en het almaar oplopende dodental leiden opnieuw tot noodkreten om 'iets te doen'. En iedereen weet dat er maar één mogendheid is die iets kan doen. En dat is Amerika, in een actie die misschien niet naar de letter maar wel naar de geest zal lijken op het ingrijpen in Irak. Tien jaar na die door velen verfoeide invasie mag dat opmerkelijk worden genoemd.


Omdat ze snappen dat dit zeer gevoelig ligt, zwijgen de 'interventionisten' over de overeenkomsten tussen Irak en Syrië. Of doen ze voorstellen die zo ver mogelijk uit de buurt blijven van acties op de grond. Ze pleiten niet voor 'laarzen op de grond', maar voor het leveren van wapens aan de rebellen of acties vanuit de lucht, zoals het instellen van een vliegverbod voor Assads luchtmacht of het beschermen van veilige zones.


Maar Obama weet beter. Wil ingrijpen echt effect sorteren, dan volstaan lapmiddelen niet maar is al gauw een grootscheepse operatie nodig die kan leiden tot een nieuw Irak. Oftewel: tot een militair avontuur in een gemankeerde staat, waar je voor tal van bevolkingsgroepen subiet verandert van een bevrijder in een vijand zodra je wat doet. Daarom heeft Obama zich schrap gezet. Hij wil niet worden opgeslokt door het Syrische sinkhole.


Hier speelt mee dat Obama in de eerste plaats een analyticus is, die een probleem van alle kanten bekijkt. Hij is geen Bush, de ex-alcoholist die in de strijd tegen zijn verslaving van rechtlijnigheid zijn redding had gemaakt omdat twijfel hem alsnog fataal zou kunnen worden.


In het Syrische geval ziet Obama zo veel haken en ogen dat hij aarzelt. Hij weet dat goede bedoelingen slechte gevolgen kunnen hebben. Hij wil Assad weg hebben, maar weet van Irak hoe gevaarlijk het vacuüm kan zijn dat dan ontstaat. Dat kan Al Noesra opvullen, een sterke rebellengroepering. Zij is verwant aan Al Qaida en wil de restauratie van het islamitisch kalifaat. Zo zou Obama van de regen in de drup belanden.


Brevet van onvermogen

Maar niet-interveniëren is ook riskant. Hier dringt zich een andere parallel op: die met de Balkan. Net als Obama nu verzette Clinton zich lang tegen ingrijpen daar. Er werden vredesconferenties belegd, vliegverboden ingesteld, wapenembargo's afgekondigd, een oorlogstribunaal opgericht en veilige zones gevormd, beschermd door VN-troepen. Veel van die dingen worden ook nu weer geopperd, maar ze waren vooral een brevet van onvermogen. Pas toen de Serviërs een slachtpartij aanrichtten in Srebrenica en het gedemoraliseerde westerse bondgenootschap aan zijn onmacht dreigde te bezwijken, stuurde Clinton bommenwerpers.


Misschien valt het met Syrië mee, kan het conflict binnen de perken worden gehouden en is het wachten op het moment dat de strijdende partijen uitgeput raken. Maar het kan ook tegenvallen: dat een bloedbad wordt aangericht onder Assads alevieten of dat de strijd overslaat naar de buurlanden. Dan dreigt een situatie waarbij de burgeroorlog in Irak nog maar kinderspel was. Obama zal dan gevaarlijke passiviteit worden verweten.


Toch zal hij waarschijnlijk blijven proberen Amerika buiten de oorlog te houden. Oud-kolonel Andrew Bacevich, historicus aan Boston University, zou het toejuichen. Ondanks succesvolle interventies in Bosnië, Kosovo en Ivoorkust moet hij niets hebben van het interventionisme. Het heeft een imperialistische ondertoon en leidt alleen maar tot permanente oorlog.


Uit alle macht probeerde hij zijn zoon, ook militair, over te halen niet naar Irak te gaan onder Bush jr. De zoon sneuvelde. Bacevich wil niet spreken over dit offer, maar vraagt zich wel af waarom 'we altijd overal onze neus in willen steken?' Humanitaire nood moet met humanitaire middelen worden opgelost. En de politieke conflicten in de regio moeten de Arabieren zelf oplossen. 'De Verenigde Staten hebben niet de wijsheid, de wil en de macht om dat te controleren.'


Afzijdigheid zou het logische gevolg zijn van Obama's politiek om de militaire actieradius van 's werelds enige supermogendheid te verkleinen. Het humanitaire interventionisme zou - al dan niet voorlopig - een halt worden toegeroepen. En niet alleen omdat Obama er weinig trek in heeft, maar ook omdat Rusland zich fel verzet tegen westerse militaire inmenging in Syrië, als in de dagen van de Koude Oorlog.


Wiesel, met zijn absolutistische retoriek van de morele zekerheid, zal het als een failliet beschouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden