Waarom Obama nu wel Syrische rebellen gaat bewapenen en trainen

Obama wil een president zijn die troepen terug naar huis haalt, niet een die nieuwe grondoorlogen start. In een poging te voorkomen dat hij meer Amerikaanse soldaten naar het Midden-Oosten moet sturen, kiest hij voor een middel dat hij eerder weigerde in te zetten tegen de Syrische president Assad: het trainen en bewapenen van gematigde rebellen in Syrië.

De Amerikaanse president Barack Obama. Beeld epa

In ieder geval 5.400 gematigde rebellen van het Vrije Syrische Leger zullen worden getraind om het op te nemen tegen Islamitische Staat (IS). Dat gebeurt in Saoedi-Arabië onder leiding van het Amerikaanse ministerie van Defensie. Obama heeft hier 500 miljoen dollar voor uitgetrokken.

Het klaarstomen van de rebellen zal acht maanden tot een jaar duren, zegt de Amerikaanse chef-staf Dempsey. Diezelfde Dempsey noemde het plan om de rebellen te steunen in juli de goedkoopste optie in de strijd tegen IS. Ook sprak hij zich recentelijk uit vóór een duurdere optie: het inzetten van Amerikaanse soldaten/commando's in de regio als luchtaanvallen op IS-doelen onvoldoende blijken.

Obama wil daar niet aan. Na slepende oorlogen in Afghanistan en Irak, is hij bang in een nieuw moeras terecht te komen. Dat zal aan zijn presidentschap blijven kleven. Temeer omdat hij er tijdens zijn verkiezingscampagnes juist op hamerde dat Amerika zich militair minder moet bemoeien met andere landen.

Een grondoorlog met Amerikaanse soldaten is voor Obama dan ook uitgesloten. Maar hij weet ook dat alleen luchtaanvallen op Syrische IS-doelen niet genoeg zullen zijn. Om IS te kunnen vernietigen, zoals Obama beloofde na de eerste onthoofding van een Amerikaanse journalist, is een sterk leger op de grond nodig. Het compromis is het trainen en bewapenen van gematigde rebellen uit de regio.

De Amerikaanse chef-staf Martin Dempsey. Beeld ap

Oorlogsmoe
Obama heeft de publieke opinie aan zijn zijde: Amerika is oorlogsmoe. Dat was ook te merken in het Amerikaanse Congres, dat vorige week met ongekende meerderheid instemde met Obama's plan om het grondgevecht uit te besteden aan rebellen.

Toch is de stap van Obama opmerkelijk. Eerder durfde hij het niet aan rebellen openlijk en grootschalig te steunen in Syrië. Inmiddels is bekend dat de CIA al langer in Jordanië hulp biedt aan Syrische strijders. De initiële behoudendheid van Obama komt ook voort uit het verleden. In de jaren tachtig steunde Amerika bijvoorbeeld Afghaanse opstandelingen die zich tegen het communistische regime verzetten. Toen De VS in 2001 vervolgens zelf ten strijde trok in Afghanistan, vocht het land tegen zijn eigen wapens.

Obama is bereid dat risico te nemen. Te meer om een bijkomend voordeel: de rebellen zijn, net als het Westen, tegen president Assad. De angst is groot dat Amerika Assad in de kaart speelt met de luchtaanvallen die gisteren begonnen in Noord-Syrië. De VS willen niet dat Assad het vacuüm rond de stad Raqqa opvult. Ze hebben liever dat goed getrainde en gezinde rebellen het voor het zeggen krijgen in het noorden.

Mocht het Amerika lukken een succesvol rebellenleger te vormen, dan nog blijft het de vraag of zij veel kunnen uitrichten tegen IS. De CIA schat dat er tussen de 20- tot 30 duizend IS-strijders actief zijn in Syrië en Irak.

Het Vrije Syrische Leger met een tank in Kaferzita, Hama. Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden