Analyse Verkiezingen

Waarom niet vaker een tweestrijd op tv? Het debat Rutte-Baudet doet verlangen naar meer

Thierry Baudet (FvD) en VVD-leider Mark Rutte debatteren in de Rode Hoed, aan de vooravond van de Europese verkiezingen. Debatleider is Jeroen Pauw. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Een verkiezingsdebat met twaalf deelnemers, waarin iedereen even aan het woord komt, is typisch Nederlands. Maar het vooraf bekritiseerde een-op-eendebat tussen Rutte en Baudet was spannend en ging ergens over. ‘Je krijgt meer inhoud met twee of drie deelnemers’. 

Natuurlijk was er veel af te dingen op het tv-debat tussen Thierry Baudet en Mark Rutte. De programmering deugde niet, zo aan de vooravond van de verkiezingen. Het klapvee dat de partijleiders mochten meenemen naar de Rode Hoed zorgde voor een onnodig hitsige sfeer. En gespreksleider Jeroen Pauw had vaker mogen ingrijpen. Het had er veel van weg dat de publieke omroep zich voor het karretje van twee concurrenten op rechts had laten spannen.

Maar toch, er gebeurde ook wat niet zo heel vaak bij politieke tv-uitzendingen gebeurt: spanning in de lucht. Hier stonden twee Haagse hoofdrolspelers die van plan waren elkaar flink de maat te nemen. Dat gebeurde toen Baudet aan Rutte vroeg aan te tonen dat hij geen volger was, maar een leider en de premier daar niet goed uitkwam. Dat gebeurde omgekeerd toen Rutte wilde weten waar Baudet zijn vrouwbeeld aan ontleent en de leider van FvD het antwoord schuldig bleef. Er vielen stiltes, er werden bizarre vragen gesteld – ‘wanneer heeft u voor het laatst gehuild’ – en poses doorgeprikt. Baudet kon zijn steun voor Poetin niet goed verklaren, Rutte schiep geen duidelijkheid over de transferunie. Een debat met nieuwswaarde.

Het vergelijkingsmateriaal lag onder handbereik. Het tv-debat van de lijsttrekkers, eerder dezelfde avond, verliep volgens het inmiddels beproefde recept: heel veel deelnemers in korte debatjes, steeds gevieren rond de tafel. Omlijst met filmpjes, en toelichting van deskundigen en journalisten. Waardoor iedereen een klein beetje aan z’n trekken kwam, en niemand echt.

Volgens politicoloog Philip van Praag, samensteller – met Kees Brants – van het boek Media, macht en politiek, is de vorm van een debat met zes of, zoals woensdagavond, twaalf deelnemers, typisch Nederlands. ‘Dat is een van de nadelige gevolgen van de Nederlandse consensuscultuur. Zo’n debat is om te voorkomen dat de kleinere partijen klagen. Waardoor niemand uit de verf komt.’

De Verenigde Staten kennen stevige presidentsdebatten met twee kandidaten. In Frankrijk zou een tweegesprek van een uur als een spoeddebat worden gezien. Ook Engeland heeft debatten met twee of drie deelnemers, al duren die zelden langer dan een half uur. In Nederland ligt de glorietijd van die vorm ver achter ons. In de jaren tachtig ging Joop den Uyl in debat met eerst Dries van Agt, later Ruud Lubbers. De politieke constellatie – twee grote partijen – maakte die vorm voor de hand liggend. Een paar jaar geleden beleefde het langere debat met twee deelnemers een opleving toen Alexander Pechtold en Geert Wilders de strijd aangingen.

Zou het niet mooi zijn, meer een op een debatten op tv? Van Praag is er een groot voorstander van. ‘Dat is doorgaans veel informatiever. Dan hoor je waar iemand voor staat, hoe hij met kritiek omgaat.’ Met name over Baudet heeft hij wat geleerd. ‘Ik vond het onthullend dat hij de regels van het menselijk verkeer zo aan zijn laars lapt.’

Ook Joost Oranje, hoofdredacteur van de tv-rubriek Nieuwsuur, zegt een-op-eendebatten een zeer interessante vorm te vinden. Dat Nieuwsuur zelf twee weken geleden de campagne opende met korte debatten tussen twaalf lijsttrekkers, was volgens hem vanwege de verplichting iedereen aan bod te laten komen. ‘Dat is een direct gevolg van ons versnipperde bestel.’

Meer inhoud

‘Je krijgt meer inhoud met twee of drie deelnemers’, vindt Oranje. Hij geeft als voorbeeld het Nieuwsuur-debat tussen Spitzenkandidaten Frans Timmermans en Manfred Weber. Dat was tevoren opgenomen: het debat werd teruggebracht van veertig tot negentien minuten. ‘Door de montage kwam er meer spanning. De tijdsdruk van een live-uitzending heeft ook nadelen.’

Voor zo’n debat zijn wel bereidwillige politici nodig. Die zijn vaak kieskeurig, ministers weigeren stelselmatig uitnodigingen voor een directe confrontatie. ‘Dat Baudet en Rutte dit wilden, is uitzonderlijk’, zegt Oranje. ‘Wij zijn een coalitieland zonder echte debatcultuur. Voor een tweegesprek ontbreekt doorgaans de durf.’ Alleen rond verkiezingen acht hij de organisatie van dergelijke debatten kansrijk.

Van Praag vindt wel dat gespreksleider Pauw vaker had moeten ingrijpen, vooral als er ontwijkende antwoorden werden gegeven. Oranje is dat niet met hem eens. ‘Die ruimte hoort bij de vorm, hij greep in als het nodig was.’ De aanwezigheid van publiek vond hij wel storend.

Een eigenaardigheid van de tweestrijd Rutte-Baudet was dat ze aanliggende partijen vertegenwoordigen. Hier werd een burenruzie uitgevochten, waarbij details en persoonlijkheid belangrijk zijn, maar de partijen niet hemelsbreed uiteen liggen. Op dezelfde manier zou je Marijnissen en Asscher kunnen laten graven naar wat hen bindt en verdeelt, of Segers en Heerma, Klaver en Jetten, Baudet en Wilders.

Of zo’n burenruzie spannender is dan een debat tussen tegenpolen, is de vraag. ‘Twee tegenpolen kunnen samen veel duidelijkheid verschaffen’, zegt Oranje. Volgens Van Praag zijn beide varianten interessant. 

Dit schreven we eerder over het debat tussen Mark Rutte en Thierry Baudet.  

Het EU-lijsttrekkersdebat leunde op oneliners en statements

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden