AnalyseCorona in Duitsland

Waarom niet Nederland het coronawonderland is maar Duitsland

Wat verklaart het grote verschil in het aantal coronabesmettingen in Nederland en Duitsland? Vier wetenschappers die beide landen goed kennen, geven hun analyse. ‘Die influencers in de media... Een dieptepunt. In Duitsland absoluut ondenkbaar.’

Medisch personeel in Duitsland.Beeld AP

Heeft het coronavirus inmiddels geleerd  geografische grenzen te herkennen? Zo belachelijk als deze speculatie is, zo realistisch lijkt hij als je de coronacijfers Nederland en Duitsland naast elkaar legt. Het aantal besmettingen per 100 duizend personen lag in Nederland de afgelopen twee weken rond 210. In de naburige Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, met ongeveer evenveel inwoners, waren het er 37,8 – vijf keer zo weinig.

Wat doet Duitsland beter? We vroegen het vier wetenschappers die zowel de Duitse als de Nederlandse situatie kennen. Ze zijn het eens over het feit dat Duitsland in deze pandemie voordelen heeft ten opzichte van Nederland, maar verdeeld over waar die zich bevinden.

Afgezien van de mondkapjesplicht in openbare gebouwen die Duitsland sinds april heeft, zijn het Duitse en Nederlandse beleid in grote lijnen hetzelfde. Volgens Andreas Voss, hoogleraar infectieziektenpreventie bij het Radboud MC en lid van het Outbreak Management Team (OMT), zit het verschil daarom voornamelijk in de uitvoering van het beleid, en dat is een kwestie van mentaliteit. 

Natuurlijk hoort Voss dat er ook in Duitsland grote demonstraties tegen de coronamaatregelen zijn, en illegale feestjes. Toch neemt de Duitse meerderheid de regels serieuzer dan de Nederlandse, ziet hij. ‘Duitsland is een land waar je niet door een rood stoplicht kunt lopen zonder daar door ­medeburgers op te worden aangesproken.’ Datzelfde geldt voor het dragen van mondkapjes, merkt hij bij bezoeken aan de andere kant van de grens, in Noordrijn-Westfalen.

Duitse testcapaciteit

Alex Friedrich, arts-microbioloog aan het UMC Groningen, ook lid van het OMT en net als Voss in Duitsland opgegroeid, vindt de veronderstelde mentaliteitsverschillen moeilijk te bewijzen. Friedrich dicht de belangrijkste rol toe aan de in Duitsland betere en robuustere medische structuren, ‘voor deze specifieke epidemie, ik wil zeker niet zeggen dat in Duitsland alles in het algemeen beter is.’

Neem de veel geroemde Duitse testcapaciteit die het gevolg is van een systeem van enorme laboratoria, in veel gevallen commerciële instellingen die losgekoppeld zijn van ziekenhuizen. Daar was in het pre-coronatijdperk kritiek op. Duitse wetenschappers keken jaloers naar Nederland, waar ze met hun kleinere specialistische laboratoria in het ziekenhuis en kortere lijntjes met de medische staf, bijvoorbeeld veel beter in staat zijn adequaat op te treden tegen antibioticaresistentie.

Maar in het geval van de vrij simpel uit te lezen PCR-test (de huidige wattenstaafjestest) op covid-19 zijn vooral laboratoria die productie kunnen draaien een voordeel. Ze stelden de Duitsers vanaf het begin van de pandemie in staat grootschalig te testen, ook preventief bij symptoomloze mensen. Bijvoorbeeld binnen het netwerk van zieken, maar ook onder medisch personeel en leraren. Hierdoor worden uitbraken sneller ontdekt en blijven ze beter beheersbaar.

‘In Nederland bestond lang weerzin tegen het testen van ‘gezonde mensen’’, zegt Friedrich. Maar hij vermoedt dat juist dat de reden is waarom covid-19 slechts in zeer beperkte mate wist binnen te dringen in Duitse verpleeg- en ziekenhuizen. Het zou een belangrijke verklaring kunnen zijn voor het in internationaal vergelijk opvallend lage sterftecijfer. ‘In Nederlandse verpleeghuizen sterft een op de drie patiënten aan het virus en kan een covid-19-geïnfecteerde 10 tot 20 mensen besmetten, ik noem ze daarom de turbines van de epidemie.’

Gesundheitsämter hebben meer slagkracht

Gezondheidseconoom Jochen Mierau van de Rijksuniversiteit Groningen, in Duitsland geboren en in Nederland opgegroeid, ziet een belangrijk verschil in de beleidsmatige kijk op het virus. Nederland ziet het vooral als probleem van de klinische geneeskunde, van de ziekenhuizen dus. Duitsland beschouwt corona als vijand voor de volksgezondheid.

Hierdoor ligt in Duitsland de nadruk sterker op preventie, wat Mierau illustreert aan de hand van de inzet van het leger. In Nederland gebeurde dat toen er ten gevolge van het virus acute personeelstekorten ontstonden op de ic’s en in de verpleeghuizen, in Duitsland gebeurt het om de capaciteit van het bronnen- en contactonderzoek te vergroten.

Daarbij komt dat de Duitse Gesundheitsämter meer slagkracht hebben dan de Nederlandse ggd’s, die slecht uitgerust bleken voor een pandemie,  door een combinatie van bezuinigingen in de zorg en de ingewikkelde bestuurlijke constellatie tussen landelijke en gemeentelijke overheid.

In Duitsland vallen de Gesundheits­ämter direct onder het gezag van stad of Landkreis, een groep kleinere gemeenten, ze hebben meer geld en vooral een grotere beslissingsbevoegdheid, wat het inspelen op regionale verschillen eenvoudiger maakt. ‘Ze spreken ook zelf met deskundigen’, zegt Alex Friedrich, ‘je hebt in Duitsland tot op regionaal niveau een soort kleine OMT’s.’

Te veel petten

Ook het federale bestel in Duitsland heeft een positieve invloed, vermoedt Kutsal Yesilkagit, bestuurskundige aan de Universiteit Leiden, omdat het meer draagvlak oplevert voor politieke maatregelen op regionaal niveau. In Nederland wordt regionaal beleid door ongekozen bestuurders van de veiligheidsregio’s gemaakt, in Duitsland door democratisch gekozen politici.

Jochen Mierau roemt Duitsland om de duidelijke verdeling van bevoegdheden tussen politiek en wetenschap. Wetenschappers adviseren, politici maken het beleid. Die verdeling wordt door beide partijen steeds opnieuw benadrukt. ‘Persoonlijk vind ik dat het RIVM in Nederland te veel petten op heeft. Het stelt het beleid voor, onderbouwt en evalueren het.’ Die rolverdeling maakt het voor politici gemakkelijker om van mening te veranderen als er nieuw wetenschappelijk bewijs is, zoals de Duitse gezondheidminister Jens Spahn deed met betrekking tot mondkapjes.

Tot slot, de influencers en ‘zelfbenoemde experts’ aan talkshowtafels. Andreas Voss wist niet wat hij zag toen Nederlandse media hen een podium en daarmee ‘onterechte autoriteit’ gaven. ‘Een dieptepunt. In Duitsland absoluut ondenkbaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden