Column

Waarom niet de dood als kunstwerk?

De openingskop van NRC Handelsblad luidde gisteravond 'Bowie verrast een laatste keer'. Er stond een foto bij van de 26-jarige David Bowie in zijn 'Rites of Spring'-kostuum, van toen hij even Ziggy Stardust was. Met dat ongewone kledingstuk verraste Bowie in 1973 ook enorm, maar niet zo erg als met zijn overlijden, zondag.

null Beeld afp
Beeld afp

De krantenkop suggereerde iets van opzettelijkheid, van een geënsceneerde dood, van verrassend overlijden als een laatste kunstuiting. Vrijdag, op zijn verjaardag, was Bowies 25ste album uitgekomen, Blackstar, maar dat was volgens verwachting. De verrassing gold hooguit de kwaliteit - Bowie was er volgens kenners op zijn 69ste toch weer in geslaagd zich te vernieuwen en met iets prachtigs te komen. De echte verrassing kwam dus drie dagen later.

'Hoe David Bowie al op Blackstar zijn dood tot kunstwerk maakte', stond er gisteren boven een mooi stuk van Ralph-Hermen Huiskamp op 3voor12.vpro.nl. Het is niet zo vreemd dat er naar Bowies dood wordt gekeken als een laatste krachtige oprisping van creativiteit om de wereld nog éénmaal versteld te doen staan. Tijdens de opening van 'David Bowie is' in het Groninger Museum zei een van de samenstellers van de tentoonstelling dat David Bowie, diens muziek, alter ego's, acteerwerk en andere kunstzinnige uitingen het gesamtkunstwerk vormen van de relatief onbekende en enigszins verlegen Londenaar David Robert Jones.

Als het leven van Bowie één groot kunstproject was, waarom diens dood dan niet?

De eigen dood als thema in zijn kunst vraagt van de kunstenaar nogal wat - als hij tenminste niet wil volstaan met het symbolisch ten grave draven van zijn alter ego, maar gaat voor the real thing. Het leven als kunstwerk kan al grote risico's met zich meebrengen - ik las ergens dat Bowies assistent in de jaren zeventig elke dag begon met controleren of de baas nog leefde. Dat was gezien diens consumptie van alcohol en andere middelen altijd maar weer afwachten.

Maar voor het kunstwerk 'Het sterven van David Bowie' moest Jones nog een stapje verder gaan dan spelen met de dood. Ditmaal moest hij definitief samensmelten met zijn creatie en met hem ten onder gaan.

De dood als kunstwerk, het is een aantrekkelijke gedachte. Het maakt het monster iets minder bedreigend en verschaft het mogelijk zelfs enige schoonheid. De dood neemt niet de kunstenaar over, nee, de kunstenaar spant de dood voor zíjn karretje. Voor de laatste maal: hulde en chapeau!

Opeens werd veel duidelijk. Bijvoorbeeld waarom Bowies musical die recentelijk in New York in première ging Lazarus heet, naar de bijbelse figuur die door Jezus uit de dood werd opgewekt. Waarom van het titelnummer een huiveringwekkende clip is gemaakt, met Bowie op zijn sterfbed en op de achtergrond een doodskop. Blackstar, zo werd maandag opeens duidelijk, wemelt van de doodsaankondigingen. Wie ook maar íets beter had opgelet, had vrijdag al geweten wat ons maandag te wachten stond - weg verrassing.


Maandag was Lazarus-regisseur Ivo van Hove, die als een van de weinigen al ruim een jaar wist dat Jones/Bowie ging sterven, op de radio. Uit wat hij zei, maakte ik op dat de artiest helemaal niet bezig was geweest zijn eigen dood tot kunstwerk te verheffen. Hij werkte tot het allerlaatst als een bezetene en klampte zich uit alle macht vast aan het leven. Omdat Bowies muziek nu eenmaal altijd persoonlijk was, ging het op Blackstar over de dood, die smerige ellendeling.


Blackstar en ouder Bowie-werk waren maandag niet aan te slepen. Dat was David Bowies Lazarus-truc: overleden, maar meteen herrezen als succesvol popartiest.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden