ANALYSENEDERLANDSE STAATSSCHULD

Waarom niemand in Den Haag nu roept dat die staatsschuld straks moet worden afgelost

Wopke Hoekstra, minister van Financiën (links)en premier Mark Rutte in de Tweede Kamer.Beeld ANP

Sinds de Tweede Wereldoorlog liep de Nederlandse staatsschuld niet zo snel op als nu, maar daarover maken politici zich weinig zorgen. Zolang wij de laagste schuld hebben van Europa, komen we niet in problemen.

In het licht van de eeuwigheid is alles relatief, ook de staatsschuld. Twee eeuwen geleden was de Nederlandse schatkist feitelijk de privéportemonnee van de absolute vorst. Toen koning Willem I in 1831 terugkeerde van zijn Tiendaagse Veldtocht tegen de opstandige Belgen, maalde hij niet om de rekening van dat glorieuze wapengekletter. De Nederlandse staatsschuld, die al enorm geëscaleerd was door de Napoleontische oorlogen, steeg na Willems militaire strafexpeditie naar een duizelingwekkende 247 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Dat record zal nog wel even in de boeken blijven staan. Sinds kabinet en parlement de regie voeren over de staatsfinanciën is de nationale schuld nimmer meer zo uit de hand gelopen. Nederlandse kabinetten staan er – ook internationaal – om bekend prudent om te gaan met de overheidsfinanciën. Met dank aan die degelijke reputatie betaalt Nederland een relatief lage rente op zijn staatsschuld. De kabinetten Rutte II en Rutte III hebben de zuinige traditie voortgezet door de schuld in vijf jaar te reduceren van 68 procent naar 48 procent van het bbp.

Crisisbestrijding gaat voor

Door de coronacrisis loopt die schuld nu weer op, en hard ook. Alleen in de Tweede Wereldoorlog steeg de Nederlandse staatsschuld net zo snel. Het ministerie van Financiën gaat ervan uit dat de schuld zich eind dit jaar alweer op ruim 65 procent van het bbp bevindt. Die inschatting houdt nog geen rekening met de kosten van het tweede economische steunpakket dat het kabinet voorbereidt.

Niemand in Den Haag die de oplopende staatsschuld als een probleem ziet. Van links tot rechts verklaren politici dat het bestrijden van de crisis nu belangrijker is. Zoals minister Hoekstra van Financiën in maart zei, bij de presentatie van het eerste pakket noodmaatregelen: ‘Het smalle belang van de schatkist valt in het niet bij het grotere belang van de economie.’ Juist omdat de laatste twee kabinetten de staatsschuld hebben verlaagd, heeft Nederland nu de reserves om de coronacrisis te kunnen verstouwen, benadrukt Hoekstra keer op keer.

Die redenering volgend zou je verwachten dat de meeste politici beamen dat er op termijn, wanneer de crisis voorbij is, weer op de centjes gepast moet worden. En dat het kabinet de geëxplodeerde staatsschuld dan weer in het gareel moet brengen.

Bezuinigingsdrift geluwd 

Niemand in Den Haag die dat zegt. Ook VVD’ers en CDA’ers niet, terwijl die partijen van oudsher door bezuinigingsdrift bevangen raken als de begrotingsstaatjes donkerrood kleuren. De woordvoerder begrotingszaken van de VVD, Aukje de Vries, reageert ontwijkend: ‘Wat ons betreft is dit een discussie voor later’. Ook Hoekstra houdt zich op de vlakte. Hij zegt alleen dat hij bezuinigingen op termijn ‘niet uitsluit’. VVD-minister Wiebes was vorige week wél duidelijk. In de talkshow Op1 verklaarde hij dat Nederland zich ‘niet uit de coronacrisis moet bezuinigen’. ‘Dat is niet verstandig. We moeten ons juist uit de crisis investeren.’

Andere partijen zijn nog explicieter in hun afkeer van financieel snoeiwerk. De fractievoorzitters van D66, PvdA en ChristenUnie spraken zich vorige maand al uit tegen het aanhalen van de broekriem, ook na de crisis. PvdA-leider Asscher zei woensdag in de Volkskrant dat het ‘helemaal geen probleem is’ als de staatsschuld permanent hoger blijft dan de Europese begrotingsnorm van 60 procent bbp. Linkse politici zijn nooit erg te porren voor een krimp van de overheidsuitgaven, maar Asscher tekende in 2012 nog voor de 16 miljard euro aan bezuinigingen en lastenverzwaringen van het kabinet-Rutte II. En PvdA-minister Dijsselbloem bestempelde de rentebetalingen op de staatsschuld in de Miljoenennota 2014 nog heel calvinistisch tot ‘zondegeld’.

De extreem lage rente heeft dat begrotingscalvinisme uit de politiek verdreven. Nederland kan zich al enige tijd verheugen in een negatieve rente: Hoekstra verdient geld, als hij geld leent. De rentelasten op de staatsschuld bedragen nog maar 5 miljard euro per jaar en zijn dalende. Bij zijn pleidooi tegen bezuinigen verwees Wiebes niet voor niets naar de lage rentestand. Econoom Bas Jacobs schreef vorig jaar in het FD: ‘Begrotingsregels verliezen elke economische betekenis als de overheidsrentes negatief worden. In die situatie is de staatsschuld volledig houdbaar.’

Politieke zelfmoord

ChristenUnie-Kamerlid Eppo Bruins kijkt met een schuin oog naar de schulden in andere eurolanden. ‘Staatsschuld is altijd relatief. Zolang wij de laagste staatsschuld hebben van heel Europa, kunnen wij het goedkoopst lenen en komen we niet in de problemen. De Europese begrotingsnorm is willekeurig. Die had net zo goed 40 of 80 procent kunnen zijn. Ik hoor niemand pleiten voor bezuinigen. Dat zou politieke zelfmoord zijn.’

‘We kunnen dit financieel opvangen en de rente is bijna niks’, zegt PvdA-Kamerlid Henk Nijboer. ‘Dan moet je niet als een gek gaan aflossen, maar die staatsschuld gewoon laten staan. De schulden in de wereld zullen structureel stijgen. Dat is logisch als de rente zo laag is. De kosten van een hoge staatsschuld zijn met een rentestand van rond de nul immers veel lager dan die van een kleine staatsschuld bij een rente van 6 of 7 procent.’

Een hoge staatsschuld wordt wél problematisch als de rente stijgt. Het eerste kabinet-Lubbers moest begin jaren tachtig keihard bezuinigen om de schuldenlast bij een snel stijgende rente betaalbaar te houden. Daar zijn de Kamerleden nu niet bang voor. Bruins: ‘De rente daalt al veertig jaar. We lijken naar een nieuw normaal te gaan waarin de rente langdurig laag blijft. Als de rente stijgt, gaat de halve wereld failliet. Ik zie dat dus niet zo snel gebeuren.’

Lees ook:

Sterkste krimp Nederlandse economie sinds 2009
De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal met het snelste tempo gekrompen sinds het dieptepunt van de financiële crisis in 2009. En dat terwijl er alleen in de laatste twee weken van maart een lockdown gold. De krimp kwam na 23 opeenvolgende kwartalen van groei.

Hans Hoogervorst: ‘Als de centrale banken zo doorgaan, loopt het geheid slecht af’
De centrale banken zijn verworden tot de geldautomaten van overheden. Dat moet wel uitlopen op een financiële ramp, zegt oud-minister Hans Hoogervorst.

Eerste raming EU: economische coronadreun nog jaren voelbaar, ook in Nederland
De ongekende economische krimp die eurolanden dit jaar meemaken zal nog jarenlang voelbaar zijn. Dat blijkt uit de eerste raming van de Europese Commissie waarin de gevolgen van de coronapandemie – voor zover mogelijk – in beeld zijn gebracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden