Waarom Nederlandse bedrijven meer zouden moeten uitgeven aan onderzoek

Commentaar

Snijden in onderzoek ondermijnt op langere termijn de verdiencapaciteit van de Nederlandse economie.

Onderzoekers bij Koppert Biological Systems in Berkel en Rodenrijs Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Philips Lightning ontslaat eenderde van zijn onderzoekers. Het bedrijf hoopt zo 'sneller en efficiënter' te worden. Bovendien vindt Philips het verstandiger om samen te werken met andere bedrijven dan om alles zelf te doen. Critici verwijten de lampenmaker dat het onder druk van aandeelhouders alleen nog geïnteresseerd is in activiteiten die snel geld opleveren.

Het zou niet voor het eerst zijn dat Philips door een te sterke focus op de korte termijnwinst een veelbelovende activiteit de nek omdraait. Toenmalig Philips-topman Jan Timmer wilde in 1992 de stekker uit dochter ASML trekken. Het was aan twee ASML-managers te danken dat dit op het nippertje werd voorkomen. Nu is ASML groter dan Philips.

Het afstoten van onderzoekers en onderzoeksafdelingen hoeft echter niet altijd rampzalig te zijn. Soms is het slimmer om de ontwikkeling van een nieuw product over te laten aan een start-up, die veel flexibeler kan opereren. Toen het farmaceutisch bedrijf MSD zijn onderzoeksafdeling in Oss sloot (het voormalige Organon), kwamen daar tal van bedrijfjes voor in de plaats die nieuwe medicijnen ontwikkelen. Soms is het nuttig om het fundamenteel onderzoek over te laten aan de universiteit met meer ruimte voor kruisbestuiving en creativiteit. Het bedrijf kan zich dan richten op het in de markt zetten van een nieuw product.

De essentie is echter dat Nederland als geheel relatief weinig uitgeeft aan onderzoek. Bedrijven gaan bovendien steeds sterker op publieke middelen leunen door hun onderzoek aan universiteiten te laten doen, en dat in een tijd waarin de belastingdruk voor bedrijven afneemt.

Met multinationals als Organon, Fokker en Philips was Nederland een land van uitvinders. Inmiddels wordt het een land van handelaren, van bedrijven als Unilever en Akzo met producten (wasmiddelen en verf) waaraan weinig te innoveren valt. Alleen in de landbouwsector is Nederland nog internationaal toonaangevend in innovatie.

Met handel valt ook veel geld te verdienen, maar het is veel lastiger de productiviteit omhoog te krijgen. Door te snijden in onderzoek wordt dus de verdiencapaciteit van de Nederlandse economie op de lange termijn ondergraven en dat moeten ook bedrijven zich aantrekken.