ANALYSECRISIS CARIBISCHE EILANDEN

Waarom Nederland zich hard opstelt tegen autonome Caribische eilanden

Nederlandse militairen staan wacht bij het het regeringsgebouw Fort Amsterdam. Beeld ANP

De caribische eilanden hebben hulp nodig om de diepe crisis te overleven. Nederland wil die hulp wel geven, maar daar moet wat tegenover staan: het moet stukken zuiniger. Den Haag ergert zich namelijk al jaren aan de spilzucht van de eilanden, waar politici meer verdienen dan in Nederland.

Mag Nederland aan liquiditeitssteun voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten de voorwaarde verbinden dat deze landen hun economie hervormen en de belastinginning op orde brengen? Dat ambtenaren, ook vuilnismannen en onderwijzers, minder gaan verdienen?

Het zijn vragen die vrijdag tot een climax komen, als de rijksministerraad moet beslissen over een nieuwe, derde tranche financiële hulp aan de eilanden. Woensdag al debatteert de Tweede Kamer met staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA) over de gevolgen van de corona-uitbraak voor de eilanden.

Premier Mark Rutte (VVD) legde tijdens zijn wekelijkse persconferentie vlak voor het weekend een rechtstreeks verband tussen de Nederlandse houding tegenover de Zuid-Europese en de Caribische landen. ‘Curaçao is een kopie van Italië of Spanje’, zei hij.

‘Ze moeten competitiever worden, zodat ze de volgende keer niet hoeven te bellen’, aldus Rutte vrijdag. Knops zei het nog plastischer: ‘Je kunt niet op de pof leven.’ Rutte herhaalde zijn standpunt maandag in reactie op een open brief van prominenten als Hans de Boer, Roger van Boxtel, Jandino Asporaat en Glenn Helberg, die om coulance vroegen.

Leningen

Nederland gaf, na humanitaire hulp en de eerste zachte leningen bij het uitbreken van corona, half mei in een tweede ronde aan de landen leningen ter hoogte van 105 miljoen euro voor Curaçao, 58 miljoen voor Aruba en 27 miljoen voor Sint Maarten. Voorwaarden: 25 procent verlaging van het arbeidsvoorwaardenpakket van politici (die meer verdienen dan in Nederland), en 12,5 procent verlaging voor ieder ander in de (veel te) omvangrijke publieke sector.

Aruba stemde snel in, Curaçao en Sint Maarten gingen onder protest akkoord. De laatste twee zijn sinds bijna tien jaar autonome landen binnen het koninkrijk (Aruba al sinds 1986). Ze zijn economisch zelfstandig. Althans, zo werden ze in oktober 2010 na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen afgeleverd: schuldenvrij. Maar van die schone lei is de jaren nadien niet veel over gebleven, wat voor veel wederzijdse irritatie heeft gezorgd en mede de huidige hardheid van Nederland verklaart.

Het op eigen benen staan is moeizaam verlopen. Dat is deels verwijtbaar aan incompetent handelen en deels pech. In het Statuut van het koninkrijk is een waarborgfunctie voor de vier landen onderling opgenomen (lees: van Nederland voor de Caribische eilanden). Maar de vraag hoe ver de solidariteit reikt, is na elke crisis nijpender.

Irma

Sint Maarten werd in 2017 getroffen door orkaan Irma. De wederopbouw gaat langzaam. Nederland stelde 550 miljoen euro beschikbaar, maar 470 miljoen daarvan loopt via de Wereldbank. Vanwege een geschiedenis van integriteitsproblemen weigerde Nederland rechtstreeks uit te keren aan de regering van Sint Maarten. De Wereldbank geeft slechts geld in delen vrij.

Op zowel Sint Maarten als Aruba en Curaçao is het toerisme, de belangrijkste inkomstenbron, ingestort sinds de corona-uitbraak. Op Curaçao zijn rond de Isla-raffinaderij, ooit de grootste werkgever, allerlei problemen door een verslechterde relatie met buurland en olieproducent Venezuela. Uit dat land zoeken bovendien vele onderdanen illegaal hun heil op Curaçao. De werkloosheid is tot dramatische hoogte gestegen.

De steeds diepere crisis leidde vorige week in Willemstad tot demonstraties die uitmondden in plunderingen. Meer en meer eilandbewoners leven beneden het sociaal minimum en zijn afhankelijk van voedselpakketten, waarvoor Nederland ook miljoenen ter beschikking stelde. Pas nu Nederlandse militairen in Curaçao zijn aangekomen, is de situatie op het eiland rustiger.

Solidariteit

Knops wijst erop dat Curaçao niet alleen solidariteit van Nederland moet vragen, maar die ook jegens de eigen bevolking moet tonen. De verschillen tussen arm en rijk zijn te groot. Dat vraagt volgens Knops om ‘maatregelen ter versterking van de sociaal-economische structuur, zodat het besteden van Nederlands belastinggeld leidt tot concrete afrekenbare verbeteringen’, schreef hij aan de Kamer.

Het verwijt van de regering van Curaçao is dat Nederland nu de eilanden het mes op de keel zet om eigen wensen door te drukken. De autonome landen menen dat dat binnen de bestuurlijke verhoudingen niet kan: zij zijn zelf verantwoordelijk voor de besteding van het geleende geld. Knops daarentegen schreef in zijn Kamerbrief onomwonden: ‘Eens te meer zien we nu wat eigenlijk al langer zichtbaar was, namelijk dat de landen hun eigen autonomie niet kunnen dragen.’

Een onthutsende conclusie. In deze sfeer moet vrijdag worden besloten over een derde ronde aan leningen die opnieuw niet onvoorwaardelijk zullen zijn.

Lees ook:

Door de aanwezigheid van Nederlandse militairen is het nu rustiger op Curaçao. Dat de onvrede blijft, leest u hier.

En die onvrede in combinatie met armoede zorgt voor een explosieve cocktail, zag correspondent Kees Broere eerder.

De dag na de ergste onrust sprak Broere inwoners van Willemstad. Dat leest u hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden