Waarom moet een Afghaanse vader weg als zijn gezin mag blijven?

Nederland voert een rigoureus beleid tegen oorlogsmisdadigers en daarom moest Feda Amiri terug naar Afghanistan. Maar hoe bepaal je of iemand oorlogsmisdrijven heeft begaan?

Tamana Amiri op vliegveld Schiphol, als haar vader wordt uitgezet naar Afghanistan. 6 januari Beeld Herman Wouters

Nederland kan trots zijn op de manier waarop het oorlogsmisdadigers aanpakt: het 'heeft de langst bestaande en meest robuuste afdeling oorlogsmisdaden, die model kan staan voor overheden die overwegen iets dergelijks op te zetten', schreef Human Rights Watch nog vorig jaar september in het rapport The long arm of justice.

Hulde voor de manier waarop de immigratiedienst en het Openbaar Ministerie al ruim vijftien jaar werken aan een van de moeilijkste onderdelen van het asielvraagstuk: het uitzetten en veroordelen van oorlogsmisdadigers. En toch vloeiden er tranen, toen maandagmiddag vlucht KL871 vertrok van Schiphol met aan boord Feda Mohammed Amiri, die werd uitgezet naar Afghanistan vanwege mogelijke betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. Zijn dochter Tamana opende huilend het RTL Nieuws.

'HOE MOETEN WIJ NOG LEVEN!!', stond uiteindelijk op de voor Amiri aangemaakte Facebookpagina. Zijn vrouw, zijn dochter en zijn twee zoons kregen een asielstatus en vervolgens de Nederlandse nationaliteit - maar hij moet als enige terug. Hoe zit dat?

Geen recht op verblijfsstatus

Feda Amiri komt met zijn gezin in 1996 als asielzoeker naar Nederland. Hij krijgt in 1997 een verblijfsvergunning, in 2002 zelfs voor onbepaalde tijd. Het gaat mis als hij in 2004 om naturalisatie vraagt. Bij de behandeling van zijn verzoek wordt plotseling zijn status ingetrokken, op grond van een ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken uit 2000.

Hierin staat dat alle officieren en onderofficieren die ooit voor de communistische veiligheidsdiensten van Afghanistan hebben gewerkt, persoonlijk betrokken zijn geweest bij oorlogsmisdaden. Daardoor vallen ze onder artikel 1F van het VN-vluchtelingenverdrag, en hebben ze geen recht op een verblijfsstatus.

Hij is lang niet de eerste die dit overkomt. 'Bij ons zijn tachtig dossiers bekend', zegt Marya Yaqin, voorzitter van de Stichting 1F die opkomt voor Afghaanse vluchtelingen die onder het ambtsbericht vallen. Het geval-Amiri valt op en krijgt aandacht, vooral ook door de emotionele oproepen van zijn dochter Tamana in de lokale pers. Maar die baten niet, want Nederland is de afgelopen tien jaar streng geworden tegen vermeende oorlogsmisdadigers.

Eind 2004 slaan Teeven en zijn collega's toe: in Boskoop en in Lopik worden twee Afghanen aangehouden op verdenking van zware oorlogsmisdrijven Beeld anp

Afghaanse 'beulen'

Begin jaren negentig verschijnen de eerste verhalen over Afghaanse 'beulen' die veilig in Nederland leefden dankzij een asielstatus. Die komen soms hun slachtoffers tegen op straat, of in asielcentra. Vrij Nederland drukt een lijst af met 35 voormalige kopstukken van het communistische regime, die onbekommerd in Nederland wonen. Veel Afghanen worden afgewezen op basis van 1F, maar mogen toch in Nederland blijven omdat ze in Afghanistan gevaar lopen. Toch duurt het nog jaren voordat justitie zich er druk om maakt.

De Nationale Ombudsman kapittelt de immigratiedienst IND in 2002 over de lakse houding. In 2003 begint het OM met een speciale afdeling die zich richt op internationale misdrijven, geholpen door een speciale politie-eenheid van dertig agenten die onderzoek doen in binnen- en buitenland. Het Openbaar Ministerie maakt drie officieren vrij om onderzoek te doen - één van hen is Fred Teeven, die nu als staatssecretaris over asielzoekers gaat.

Eind 2004 slaan Teeven en zijn collega's toe: in Boskoop en in Lopik worden twee Afghanen aangehouden op verdenking van zware oorlogsmisdrijven. Ze worden veroordeeld tot negen en twaalf jaar cel: Nederland, is de boodschap, duldt geen oorlogsmisdadigers meer.

Lees het artikel van Vrij Nederland (22 februari 1997) hier:
"Het barst hier van de Afghaanse oorlogsmisdadigers"

Vermeende betrokkenheid

Maar de vraag blijft altijd: hoe bepaal je dat iemand decennia geleden oorlogsmisdadiger is geweest?' Dat ambtsbericht is totaal niet reëel', zegt Amiri's advocaat Bart Toemen. In Nederland is nooit een poging gedaan Amiri te vervolgen voor zijn vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen. Toemen: 'Was hij maar vervolgd, dan zouden we wat meer informatie hebben over zijn individuele betrokkenheid bij de misdaden van de Afghaanse veiligheidsdienst.'

Amiri heeft de IND in 1997 al over zijn werk voor de veiligheidsdiensten verteld, maar die gelooft hem niet. De situatie was toen nog heel anders, volgens Toemen kregen voormalige leden van de Afghaanse veiligheidsdiensten destijds automatisch een vluchtelingenstatus.

Hij heeft er goede hoop op dat Feda Amiri toch weer terugkeert naar Nederland, want er loopt nog een rechtszaak bij het Europees Hof, waar hij zich beroept op het recht op familieleven. Toemen: 'De IND heeft gezegd dat het familieleven ook op afstand kan bestaan, door middel van Skype en Facebook.'

Geen ongestrafte verblijfsstatus

Nederland blinkt uit in het aanpakken van vermeende oorlogsmisdadigers, zegt Geraldine Mattioli-Zeltner van Human Rights Watch. Het ambtsbericht ziet ze als een van de maatregelen die het Nederlands beleid tegen oorlogsmisdaden zo voorbeeldig maken: 'Nederland wil hiermee zo veel mogelijk voorkomen dat oorlogsmisdadigers ongestraft een verblijfsstatus krijgen.'

Maar dan moet dit immigratiebeleid wel worden gecombineerd met vervolging, vindt ze ook - en dat is in het geval-Amiri niet gebeurd. 'Zodra de Nederlandse autoriteiten denken dat iemand schuldig is aan oorlogsmisdaden, en die persoon wordt in eigen land niet vervolgd, dan moeten ze het zelf doen', zegt Mattioli-Zeltner. 'Ik heb het gevoel dat de Nederlanders hun immigratiebeleid steeds meer gebruiken om makkelijk van deze verdachten af te komen, in plaats van zelf verantwoordelijkheid te nemen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden