INTERVIEW

Waarom mijn tijd beter is dan die van jou

Bij een rockconcert in Assen test geheugenprof Douwe Draaisma zijn popvenster-theorie en denkt: wat is er eigenlijk mis met nostalgie?

Beeld Foto-illustratie Paul Faassen

Douwe Draaisma zat op het balkon en had uitzicht op een zaal vol met zijn generatie. Zijn 835 leeftijdgenoten hadden acuut kaartjes gekocht voor Her Majesty in De Nieuwe Kolk in Assen, zodat deze sixtiestribute-act in plaats van de kleine, de grote zaal van dit theater vulde.

Zijn vrouw Pea, met wie hij al veertig is getrouwd, zat naast hem. Samen waren ze snorrend van voorpret van Groningen naar Assen gereden en hadden ze voor de donkergrijze Citroën C3 een plek in de ondergrondse parkeergarage gevonden. Bij De Wereld Draait Door zag hij begin dit jaar Her Majesty, en het was allemachtig prachtig hoe die jonge gasten Crosby, Stills, Nash & Young naspeelden alsof het die Amerikaanse harige legenden zelf waren.

Daar moest en zou hij naar toe.

De Groningse geheugenprofessor was niet de enige van zijn generatie die gegrepen werd door die meerstemmige virtuositeit: binnen een mum van tijd waren overal in het land de concerten van Her Majesty uitverkocht. Een Nederlandse band die precies de tijdloze liedjes speelde van een Amerikaans combo van vele decennia eerder, daar bleek verdomd veel behoefte aan te zijn.

Blik

Starend naar zijn tijdgenoten, was het net alsof er een blik was opengetrokken. Al die mensen tussen de 55 en 65 die hadden gedacht: 'Goh, wat zal ik eens aantrekken' - en hadden daar hun hoogst individuele overwegingen bij gehad. Het idee volstrekt uniek te zijn, dat er maar eentje is zoals jij.

Vergeet het maar, dat was wat Douwe vaststelde. Hij en de rest droegen feitelijk een uniform, als piekfijn exemplaar van een categorie. Dat kun je best een ontnuchterde ervaring vinden, een meewarig idee zelfs. Zo vaak kom je nou ook weer niet in de omstandigheid dat je dat echt proefondervindelijk kunt vaststellen.

Alle mannen droegen net als hij het ruimvallende overhemd over de niet zo versleten spijkerbroek, daar in Assen. Vrouwen droegen kleurige brillen aan een koordje. En de dames keken naar elkaar van: 'God, jij hebt ook zo'n soort jack aangetrokken', wat nog net kan als je 55 bent, maar niet als je 65 bent. Nog net die hakjes die nu nog kunnen maar zometeen niet meer, want dan ben je slecht ter been.

Wat Draaisma zag, was dat je meer je leeftijd bent dan je karakter, op een zeker moment. Als je ouder wordt, heb je meer gemeen met zestigers dan met mensen van wie je dacht dat ze op je leken.

Leven in een vaste pasvorm

Allemaal types zoals hij dus: zoon en dochter al een tijdje het huis uit, opa en oma geworden van vier kleinkinderen, en het pensioen niet heel ver weg. Vaste gewoonten zijn muurvast, zoals een jaarlijks vakantiebezoek aan Texel en elke dag een glaasje Ierse whiskey, van een vast merk. Al meer dan 35 jaar dezelfde werkgever, de Rijksuniversiteit Groningen, als hoogleraar theorie en geschiedenis van de psychologie. Al dertig jaar hetzelfde huis.

In zijn geval houdt hij het leven in een vaste pasvorm en legt hij de variatie in zijn boeken.

Hij heeft de klassieke klachten, zoals niet op namen kunnen komen, soms moeilijk lopend, en ook het vloeibare tijdsbesef van een zestiger. Als-ie drie minuten moet afpassen zonder horloge zit hij er standaard een minuut naast, terwijl een twintiger precies goed schat. Hoe dat komt? De tijdmeters in het hoofd gaan anders lopen naarmate je ouder wordt. Nog één: iemand die trager wordt, denkt dat het leven om hem heen sneller gaat.

En hij heeft toch ook het gekke idee dat-ie zich nu jonger voelt dan rond z'n 57ste, toen het even leek alsof de stroom van de rivier werd versneld. Dat hij zich niet kon voorstellen dat hij sowieso de 60 zou halen, want dat leek zo'n onbereikbare mijlpaal van ouderdom. Heden past die ene zin van Bob Dylan goed bij hem: But I was so much older then, I'm younger than that now.

Beeld Foto-illustratie Paul Faassen

Verouderingsspurt

Hij heeft zichzelf weer ingehaald, zo ziet hij dat, zijn geest past beter bij zijn lichaam. Meer mensen hebben dat, merkt Draaisma. Dat je heel lang het gevoel kunt hebben dat het leven gelijkmatig verloopt en dan opeens binnen drie jaar, sshhhoeffff, ben je een ander iemand, maak je een verouderingsspurt door. Dat zijn fysiologische processen en die bepalen je meer dan wat je meemaakt.

Nu hier in Assen, met z'n allen - maar het had ook in Drachten, Waalwijk, Zaandam, Tiel of Raalte kunnen zijn -, waar generatiegenoten zwijmelend luisteren hoe Her Majesty een hippieklassieker als Teach Your Children vertolkt. Uit hun tijd, zeggen ze dan. Hoe vaak komt dat begrip niet voorbij: uit mijn tijd. Ergens blijkt iedereen 'mijn tijd' te hebben, elke generatie, alsof al het andere daaraan ondergeschikt is.

Mijn tijd.

Boem!

Daar is-ie, het psychologisch fenomeen van geheugen en tijd, waarover Douwe Draaisma al veelvuldig publiceerde, daar dus in het wild, in Assen, waargenomen. Het reminiscentie-effect of: de reminiscentiehobbel. Ook in zijn nieuwe boek dat in september zal verschijnen, Als mijn geheugen me niet bedriegt, heeft hij er een uitgebreid hoofdstuk aan gewijd. En eerder nog in zijn internationale bestseller, Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt.

Herinneringen

Het komt erop neer dat je vanaf je 60ste de sterkste herinneringen hebt uit de periode van je 16de tot je 26ste - dus rond je 20ste levensjaar. Het zorgt ervoor dat mensen, net als proefpersonen in psychologische laboratoria, die periode beschouwen als 'mijn tijd'.

Wat in die periode gebeurt, vormt grotendeels je persoonlijkheid. Zoals de eerste keer zoenen, de eerste keer op vakantie zonder je ouders, boeken en films die indruk maken, de muziek die toen was te horen, slappe verkering, hechte vriendschappen - zaken die de koers van het leven bepalen. Ook blijft alles dat je meemaakt beter hangen, je bent neurofysiologisch op volle kracht.

Die tijd zet een stempel op de tijd die daarna nog volgt - en 'mijn tijd' is geboren.

Als mensen in onderzoeken werd gevraagd: wat is de meest invloedrijke film, het belangrijkste boek, wie was de beste James Bond, de beste voetballer aller tijden en vooral: welke muziekhits zijn het meest blijven hangen, komt bijna iedereen uit bij ervaringen van rond zijn 20ste levensjaar.

Zo ziet hij zijn leeftijdgenoten veranderen in rugzwemmers: je gaat nog wel vooruit, maar je kijkt achteruit. Ouderen praten graag over het verleden, simpelweg, omdat ze daar meer van hebben dan van de toekomst.

Teruggeworpen in de tijd

Nog gekker is het dat opeens die periode tussen je 16de en 26ste ongevraagd komt binnenwaaien. Op een dag word je wakker en denk je van: 'God, hoe zou het toch met die en die zijn, wat zou er van hem terecht gekomen zijn?' Opeens is er het gezicht van iemand aan wie je vijftig jaar niet hebt gedacht. Of een naam schiet je te binnen, die zat bij je in de klas, die wilde dat en dat worden. Zou dat gelukt zijn? Of er popt een pijnlijke, weggestopte herinnering op, uit die tijd.

Hoe dan ook, voor je het weet graaf je achter de computer in je verleden. Je wordt teruggeworpen in de tijd.

Douwe Draaisma zit aan een tafel, met achter hem het Paterwoldsemeer. Hij zet zijn tanden in een Italiaanse tosti en in de tussentijd praat hij over tijd. Tijd is voor hem als psycholoog wat anders dan klokkentijd, zegt hij met zachte stem, met licht noordelijk timbre. Tijd noemt hij het weefsel tussen wat je beleeft, je herinneringen. Als je terugkijkt op een periode en probeert te schatten hoe lang dit heeft geduurd, dan doe je dat aan de hand van herinneringen aan die periode.

Als je een simpel voorbeeld wil hebben over psychologisch tijdsbesef, moet je het begin en het eind van een feestje nemen, zegt hij, met een spottende blik, alsof hij al die feestjes voor zich ziet.

Je staat met je eerste drankje in de hand en het is nog maar tien uur. Je kijkt een uurtje later op je horloge, dan is het opeens twee uur in de nacht. Wat is er gebeurd? Van het eerste uur heb je alles opgeslagen, je bent helder en nieuw. Om één uur heb je al het een en ander op. Je onthoudt minder onder andere omdat je gedronken hebt en daardoor lijken die uren te versnellen. Iedereen heeft de ervaring dat de eerste en de laatste uren totaal onvergelijkbare uren zijn.

Zomervakantie

Een ander voorbeeld: de heenweg en de terugweg van de zomervakantie. De terugweg voelt voor veel mensen een stuk korter dan de heenweg. Als je net op weg bent, ben je fris, je verheugt je erop, je anticipeert op wat komen gaat. Op de terugweg zit je vooral herinneringen te herkauwen. Dat is de factor die tijd laat versnellen, waardoor je thuiskomt en zegt: 'Goh, die terugreis ging vlot.'

Als het om tijd gaat, zegt Draaisma, barst het van de tegenstellingen. Want we willen dat dingen sneller gaan, zoals een echtscheiding of de computer. Maar we willen niet dat het leven sneller afloopt, geen denken aan. Ga je op vakantie dan kun je het gevoel hebben dat je je eigen tijd weer terug hebt, maar na vijf dagen zit je in een ritme waardoor de dagen beginnen te krimpen. Dus je kunt wel denken dat door een gevarieerd leven, zoals veel te reizen, je meer uit je tijd haalt, uiteindelijk wordt ook dat een sleur, al is het van het hogere soort.

Nog gekker wordt het, aldus Draaisma, als je stilstaat bij het verband tussen tijd en geluk. Je zou zeggen hoe meer tijd je hebt, hoe beter het is, hoe gelukkiger je wordt. Maar het moment waarop je extreem gelukkig bent - zoals onder het stug en ongestoord, in een flow, doortikken aan een boek - heb je vaak geen enkel tijdsbesef. Sterker: als je helemaal opgaat in iets, juist dan vergeet je de tijd. Verrek, er zijn alweer twee uur voorbij.

O ja, en denk nou niet dat je in een drukke tijd leeft. Dat dachten ze in de 18de en 19de eeuw ook, dat is een historische constante. Iedereen denkt dat de tijd van zijn ouders en grootouders een stuk rustiger was.

Mooi niet.

Muziek van eind jaren zestig, begin jaren zeventig

Douwe Draaisma keek naar het podium in Assen, en Her Majesty zette z'n eerste nummer in: Suite: Judy Blue Eyes. Hij kon het bijna in zijn geheel meezingen en zeker het eindstuk meehummen, wat ongeveer zo gaat als: duu duu duu duu duu, en dan in repeat, in De Nieuwe Kolk in Assen.

Het is muziek van eind jaren zestig, begin jaren zeventig, die van Crosby, Stills, Nash & Young. Hoe vaak hoort hij het leeftijdgenoten niet zeggen: dat was toch de periode dat de beste popmuziek uit de geschiedenis werd gemaakt. Wat daarna kwam was niks, met die verschrikkelijke jarentachtigmeuk of die afstompende muziek als house.

Mijn tijd was de beste.

Wat Draaisma weet, is dat zo'n leeftijdgenoot van hem feitelijk achter tralies zit: hij kijkt door een getralied venster, dat als 'popvenster' in zijn boek wordt omschreven. Want psychologisch onderzoek wees uit dat proefpersonen de muziek die te horen was rond hun 20ste het meest waarderen en zich het sterkst herinneren. Vaak is het ook de periode dat mensen muziek het meest volgen, de namen en geboortedata van de zangers checken, en dat daarna werk, gezin en de dagelijkse ratrace het ritme bepalen.

Dat Her Majesty overal een volle bak haalt, is vanwege dit popvenster, zegt Douwe. Een tributeband of een reünieconcert van een stel ouwe rockers trekt meer voor zijn generatie dan laten we zeggen een optreden van Beyoncé.

Natuurlijk hou je jezelf voor het lapje, maar dat wil niet zeggen dat je daar niet van kunt genieten, van die opgewarmde golden oldies. Want hier klinkt de muziek uit je jeugd, keihard, en niet zoemend uit een speaker, op je werkkamer. Er wordt vaak neergekeken op nostalgie, maar waarom eigenlijk, vraagt Draaisma. Zeker, zo te midden van mensen die dezelfde bewondering hebben.

Terugwerkende kracht

Want wat is er mis aan herinneringen of aan herinneringen van herinneringen - dat kan ook. Vergeet niet dat door een gebeurtenis of interpretatie een herinnering kan veranderen. Denk maar aan als je zelf kinderen krijgt: ook dat verandert de herinneringen aan hoe je zelf bent opgevoed. Je krijgt met terugwerkende kracht andere ouders.

Even terug naar mijn tijd, die van de professor.

Mijn tijd voor Draaisma was eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Hij studeerde psychologie en filosofie en woonde in Groningen, waar hij zijn vrouw ontmoette, net als zijn vrienden, die nog steeds zijn vrienden zijn. Lang haar had hij, met de scheiding in het midden, en een snor, die zich lang handhaafde. Hij wist dat hij iets met taal ging doen, maar nog niet hoe. Als je jong bent, kan het alle kanten op. Je hebt jezelf nooit anders meegemaakt dan hoe je bent.

Zijn vader, een gereformeerde zuivelchemicus, hield van dixielandmuziek. Het was dan wel de tijd van The Beatles en The Rolling Stones, Draaisma koos voor Cream als zijn favoriete band. Dat was niet zomaar, dat was waar hij voor stond, daar kon hij zich mee profileren. Want Cream uit Engeland was ingewikkelde muziek, met veel improvisatie en lange nummers, gemaakt door drie muzikanten die elkaar voortdurend in de haren vlogen.

Daarmee zei je toch wat, impliciet, als jongeling, net als de manier waarop hij zijn haar (niet) liet knippen. Hij droeg artistieke fluwelen jasje, broeken met wijde pijpen. Leeftijdgenoten konden zien dat hij geen (doorsnee)leeftijdgenoot was.

Met terugwerkende kracht blijkt het eigenlijk een uniform van de tijd, net als nu, hier in Her Majesty, in Assen. De band zette Helpless in, en Draaisma dacht aan het café waar hij vroeger kwam. Daar werd dat gedraaid als slotmuziek, het teken dat hij naar huis mocht, na nog één keer Neil Young te horen jammeren. Hij hoorde Almost Cut My Hair en moest denken aan hoe hij dat nummer thuis op de gitaar kon spelen, of aan die versie van één van zijn vrienden. Trouwens, zijn haar is inmiddels al gekortwiekt, op het dunne af, en zijn snor is een getrimde baard geworden.

Met Find the Cost of Freedom liep de avond af. Het was een schitterend optreden. Douwe en Pea haalden hun jas op, bij de garderobe, en gingen naar de parkeergarage. Ja, gelijk naar huis, met de auto, en niet naar de kroeg met vrienden. Dat was in zijn tijd wel anders.

Douwe Draaisma, Als mijn geheugen me niet bedriegt. Verschijnt medio september bij de Historische Uitgeverij Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden