Waarom maak jij je toch zo druk over onderwijs?

Denkend aan de dood kon ik niet slapen, en niet slapend dacht ik aan de dood. Eigenlijk dacht ik vannacht niet aan de dood – dit keer even niet – maar altijd als ik niet kan slapen denk ik aan Insomnia van J.C....

Het is het verraderlijk uur waarop het verwarde brein geniaal denkt te zijn en geheime patronen oplichten in het duister.

Je kunt het ook stress noemen. Lizzy Tabbers en haar mallotige paradigma shift, de wanhopige Doekle Terpstra en de arme pabo-studentjes die massaal gezakt waren voor een taaltoets voor 12-jarigen buitelden over elkaar heen.

Ze speelden hoofdrollen in een amateuristisch treurspel. Ad Verbrugge en zijn BON vormden de Rei van Klagers, woedend eisten ze een parlementaire enquête over het verloederde onderwijs.

Ik dreigde weg te soezen maar schoot rechtop, me panisch de 47 mailtjes herinnerend die ik nog moest beantwoorden, reacties op mijn vorige column. Als ik die allemaal zou beantwoorden, kon ik mijn werk deze week op mijn buik schrijven. En als iedereen op de re-knop zou drukken, kon ik nooit meer werken.

‘Waarom maak jij je toch zo druk over onderwijs?’ vroeg vriendin Z. laatst. Sáái!, vond ze. Las ik nog wel eens een boek of zo? Laat ze het uitzoeken met hun Nieuwe Leren. Jouw kinderen zitten toch niet op zo’n school?

Nee, mijn kinderen hadden instinctief gekozen voor het Oudste Leren dat in onze stad te vinden was. Ik kon alleen brave antwoorden bedenken. Ik mompelde iets over de kenniseconomie. Over verwaarlozing onder het mom van kindvriendelijkheid en onderwijsministers die liever de deegroller hanteerden dan talent stimuleerden.

Z. gaapte nu ongegeneerd. ‘De nieuwe schoolstrijd is allang begonnen’, pruttelde ik nog.

Op de fiets bedacht ik dat ik niet helemaal eerlijk was geweest. Het is ook het Brave New World-achtige wat me fascineert aan de teloorgang van het onderwijs. Sluipenderwijs ontspon zich een verhaal dat de grootste cynicus niet had kunnen bedenken.

Dat de oud-linkse houwdegens, de graaiers van de vrije markt en de christelijke strijders voor vrijheid van onderwijs elkaar juichend zouden vinden in een wazige onderwijsvisie die scholen en onderzoeksinstituten deed binnenlopen, half Nederland een prachtig diploma cadeau deed en lekker goedkoop was bovendien – zoiets verzon je toch niet? En dan jammeren over een ‘dramatische niveauverlaging’, die Tabbers’ instituut nog jaren van werk zou voorzien. Briljant. Life imitates art.

Eén zinnetje uit al die krantenpagina’s over de onderwijsramp bleef lang hangen: dat van de jongen die zei dat hij op de havo zoveel poëzie had gelezen, dat er geen tijd voor spelling overbleef. Gezegende jongen, met zo’n havo. Niet kunnen spellen is sukkelig. Maar als ik, met het pistool op de slaap, moest kiezen tussen gedichten lezen en foutloos spellen, koos ik duizendmaal voor de poëzie.

Spelling is iets als fietsen, zwemmen of poepen op een echte mensen-wc: ook dat moet je één keer leren, als je 6, 5 en 2 bent.

Stomvervelend, maar daarna gaat het vanzelf. Dan rem je zomaar voor een auto. Het is ondenkbaar dat in zeventien jaar schoolgang geen gaatje te vinden is voor die suffe spelling.

In vier, vijf uur kun je ieder kind de raadselen van ‘t kofschip onthullen. Ik heb geen didactisch talent, toch heb ik veel kinderen in twee middagen foutloos leren spellen.

Scheelde weer vijf cito-punten. Ze vonden het een eitje, maar ze hadden het nooit ‘gehad’. Als je juf ‘hij bedoeld’ in haar rapporten schrijft, ben je verloren. Maar niet zo verloren als zonder poëzie.

Poëzie sleurt me het leven door. Vooral de allergewoonste poëzie. ‘Een leeuw is iemand/ die bang is voor niemand’; ‘Daar gáát hij, met zijn Drang’ – dat werk. Reves ‘Dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat?’ kan alle dagen tijdens het Journaal dienst doen. Het zijn mantra’s die troosten: je bent niet alleen. In de grootste nood is er altijd nog Pessoa’s ‘O waarheid, vergeet mij!’ Hoe je het ook spelt, iedereen begrijpt het.

Zonder slaapverwekkende literatuurlessen waren zulke steunpilaren nooit langsgekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden