Waarom lukt het maar niet de werkweek in te korten?

Twee jaar nadat John Maynard Keynes (1883-1946) de utopie van een 15-urige werkweek had geschetst, haakte de Britse filosoof en wiskundige Bertrand Russell (1872-1970) hierop in met zijn werk In Praise of Idleness. In het in 1932 verschenen boek nam hij het voorbeeld van de speldenproductie. Drie fabrieken kunnen alle wereldwijd benodigde spelden maken door werknemers acht uur per dag te laten werken.

De uitvinding van een nieuwe machine kan de productie nog verdubbelen. Er is alleen geen vraag naar twee keer zoveel spelden, ook niet als de prijs verder wordt verlaagd. Als directies verstandig zouden handelen, halveerden ze de werkdag van de werknemers tot vier uur, zonder inlevering van loon.

Maar dat wordt in de kapitalistische samenleving als demoraliserend gezien, stelt Russell. Daarom wordt gewoon acht uur per dag verder gewerkt, met als gevolg overproductie, bankroet en ontslagen. En uiteindelijk worden net zoveel spelden gemaakt als er vraag is, zij het dat de ene helft van de mensen overwerkt is en de andere helft werkloos wordt en aan de bedelstaf raakt. Het resultaat van de productiviteitsstijging is dus grotere ongelijkheid.

Russell koos expres voor de vergelijking met de speldenfabriek. Tweehonderdvijftig jaar eerder had Adam Smith de speldenproductie in de wereld aangegrepen in een pleidooi voor arbeidsdeling. De productie van één speld kon volgens Smith worden onderverdeeld in achttien verschillende handelingen - ijzerdraad afknippen, recht maken, punt eraan slijpen en ga zo maar verder.

Als één man al deze handelingen in een opeenvolgende reeks zou uitvoeren, zou hij twintig spelden per dag kunnen maken. Maar als in een fabriek werknemers steeds maar één handeling voor hun rekening namen, zouden ze, zo berekende Smith, per persoon 48 spelden per dag maken. Iedereen moest zich daarom specialiseren in het werk waarin hij of zij het beste was. Dat gold niet alleen voor de werkverdeling in fabrieken, maar ook in landen en continenten. De welvaart zou dan eindeloos kunnen groeien.

Afgezien van de afstompende eentonigheid van deze productiewijze, werkt dit echter alleen als er ook een oneindige vraag bestaat. En dat is waar de wereldeconomie tegen aanloopt. Net als de vraag naar spelden zal ook de vraag naar boormachines en auto's in de toekomst niet oneindig groeien. Zelfs de markt voor smartphones raakt een keer verzadigd.

Enerzijds is dat een gevolg van vergrijzing en anderzijds van de komst van een nieuwe generatie die zijn status niet alleen maar ontleent aan zo veel mogelijk persoonlijk bezit. Internet schept tegenwoordig de mogelijkheid tijdelijk spullen en diensten te huren of te lenen. Dat heet de deeleconomie. Bezit als levensdoel is bij een nieuwe generatie niet langer cool.

Hopelijk zal korter werken dat wel worden. Anders zullen robotisering en digitalisering de samenleving eerder ondermijnen dan een dienst bewijzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden