Waarom kunst ongrijpbaar moet zijn (en ik van Lucebert houd)

Margriet Oostveen in Amsterdam

Nadat het eerste exemplaar van de spraakmakende biografie zondag aan Remco Campert (88) was overhandigd, las de dichter De schoonheid van een meisje voor. Een beroemd gedicht over poëzie, van Lucebert.

Om precies te zijn zei Campert daarbij: 'van Lucebert, mijn vriend'. En dit niet te nadrukkelijk. Voor hem spreekt het vanzelf.

In De schoonheid van een meisje schrijft Lucebert: 'mij mag men in een lichaam niet doen verdwijnen'. Ik denk dat het Campert zondag vooral om die woorden was te doen: gun de kunst ongrijpbaarheid.

Mag je een kunstenaar dan vastpinnen op wat je van hem weet? Dat was hier weer de grote vraag. Je zou haast denken dat het moet, nu bijna iedere schrijver aaibare interviews geeft over privézaken. Nu 'we' ons schijnen te willen afvragen of het werk van Woody Allen, Kevin Spacey en de anderen nog 'kan', gezien MeToo. Nu de biografie van Wim Hazeu over de dichter en schilder Lucebert onthult dat het geëngageerde dubbeltalent op zijn negentiende in de ban was van het nazisme. Dat hij vanuit Duitsland antisemitische brieven schreef aan vriendin Tiny Koppijn, ondertekend met 'Heil Hitler!'

Een mokerslag voor de fans van de omarmende honderdman. Vooral omdat deze voorgeschiedenis dus niets aan de kwaliteit van zijn werk blijkt af te doen. Ik houd althans nog steeds van Luceberts gedichten. De mokerslag zegt kortom meer over mezelf. Dat is ongemakkelijk, maar het lijkt me geen reden de kunst daarvan de schuld te geven. Waar is kunst anders goed voor?

Lucebert in 1943. Foto uit biografie.

Het stampvolle auditorium van het Amsterdamse Stedelijk Museum, dat zoveel werken van Lucebert in de collectie heeft, was zondagmiddag zwanger van betekenis en schuldgevoel. Men keek gepast zorgelijk tot ronduit boos. Om niet te zeggen dat de boekpresentatie onbedoeld ook wel aan ramptoerisme deed denken. Bij binnenkomst stond er al een lange rij voor de gastenlijst. Bij boekpresentaties komen veel genodigden niet opdagen, dus worden er te veel mensen gevraagd. Maar nu was iedereen er. Plus de pers.

Wim Hazeu beklaagde zich in zijn inleiding over de media, die de afgelopen dagen zo veel aandacht aan het antisemitisme besteedden, terwijl die nog geen tiende van zijn biografie beslaat. Opmerkelijk voor iemand die een succesvol publiciteits-offensief inzette door in interviews te herhalen hoe hij buiten stond te kotsen, na zijn ontdekking.

Daarnaast het solide 'Lucebert, mijn vriend' van Remco Campert. Voor de jongste lezers: zoon van de dichter en verzetsstrijder Jan Campert. Die in 1943 omkwam in concentratiekamp Neuengamme: het jaar dat Lucebert over nazi's jubelde.

Bij de boekpresentatie.

Veiligheidshalve had het Stedelijk een extra discussie ingelast, tussen het hoofd Educatie, Margriet Schavemaker, en de directeur van het Joods Historisch Museum, Emile Schrijver. Die mocht meteen de vraag beantwoorden of een museum het werk van deze Lucebert nog wel tentoon kan stellen. 'Ik ben niet degene die zegt dat we daarvan niet mogen genieten', zei Schrijver.

Vroeger had je met de intentie van de kunstenaar ook niets te maken: l'art pour l'art. Maar hoe met donkere bladzijden om te gaan in tijden van MeToo en beeldenstorm, waarin 'de esthetische beleving een morele beleving is geworden'? Schrijver noemde dit morele afwijzen een vorm van 'cultureel nihilisme', omdat het geen rekening houdt met de tijd waarin kunstwerken zijn ontstaan. Schrijver zei dat 'juist een museum een veilige plek moet zijn voor onveilige ideeën'. Hier klonk heel even een voorzichtig applaus.

Maar Luceberts antisemitische brieven wegzetten als jeugdzonde is ook te gemakkelijk. Vooral door diens zwijgen. Was dat opportunisme van een talentvol kunstenaar, vroeg men zich af, die zonder misschien nooit dezelfde heldenstatus had gekregen?

Hier werd het Maia Swaanswijk, Luceberts dochter op de eerste rij, even te veel. 'Kunt u zich ook voorstellen dat mensen zwijgen uit angst?', vroeg zij. 'Mijn vader was een ongelooflijk bange man.'

Na afloop praatte ik door met Maia en met haar zus Henny, die alles bevestigde: hun vader was dan wel 'een soort goeroe' voor kunstvrienden, maar thuis in Bergen zagen zij hem vooral erg bescheiden en bang. Hun vader werd geplaagd door angsten en verstopte zich eigenlijk voortdurend voor de wereld.

Blijft de vraag of de angst het zwijgen veroorzaakte, of het zwijgen de angst.

Bij de borrel kletste ik met een fotograaf die ik al jaren ken. Pas nu onthulde hij me dat zijn opa NSB'er was en zijn oma Joods: gevlucht uit Oostenrijk: 'En samen hebben ze de oorlog overleefd.'

Henny (l) en Maia Swaanswijk, dochters van Lucebert.

Wat hij maar zeggen wilde: ook Lucebert kun je niet in één lichaam doen verdwijnen.


'Ik heb in de tuin staan kotsen. Het hele beeld dat ik had van de geëngageerde kunstenaar was verpulverd'

Wim Hazeu dacht dat zijn biografie van de dichter Lucebert af was. Tot hij diens brieven met 'Heil Hitler' ontdekte. Hazeu was tevreden zijn manuscript aan het doornemen op eventuele correcties, toen hij een brief kreeg. 'Ik was in zo'n stemming van: het zal wel.' Lees hier wat er toen gebeurde. (+)

Recensie: Uitstekende (en onthullende) biografie van Lucebert waarin toch ook de bewondering overeind blijft
De beroemde schilder en dichter Lucebert als overtuigde edelgermaan; het is moeilijk te geloven, maar de voortreffelijke biografie van Wim Hazeu laat er geen twijfel over bestaan.

Meer over