Column

'Waarom kunnen sommigen er niet tegen als iemand een andere taal spreekt?'

Het gebeurt dikwijls dat columniste Ferdows Kazemi door voorbijgangers wordt aangesproken omdat ze met iemand in het Perzisch aan het praten is. 'Soms zeggen ze eufemistisch dat ze het ongezellig vinden.'

Een kop soep Beeld anp

Ik stond met twee vriendinnen in de kleedkamer van de sportschool te praten. Er kwam een dame onder de douche vandaan, liep naar haar kluisje, pakte haar kleren, draaide zich om naar ons en zei: 'Ik versta geen woord van wat jullie tegen elkaar zeggen'.

Mijn vriendin: 'Maakt u zich geen zorgen mevrouw. Onze conversatie is niet erg spannend. We hebben het over een Perzisch recept.'

De dame, duidelijk verrast door het in vloeiend Nederlands uitgesproken antwoord, reageerde verward: 'Ja, maar het is heel erg ongezellig als jullie hier in een andere taal staan te praten'.

Mijn vriendin grapte: 'Wellicht kunt u die taal gaan leren'.
Dame: 'Het is goed met je. Ga jij maar Nederlands leren'.
Ik: 'Mevrouw, we kunnen al Nederlands. We praten nu tegen u toch ook Nederlands?'

Dame, kennelijk nog steeds in de war: 'O ja? Kunnen jullie het echt? Hoe hebben jullie het geleerd?'

Mijn vriendinnen en ik keken elkaar aan.
Mijn vriendin heel gevat: 'Ik heb het opgepikt van de gesprekken van anderen'.

Vervolgens pakten we onze tassen en verlieten de sportschool. Mijn vriendin vroeg zich af of het goed ging met die dame. Ze zei dat zij alle twee al jaren op die sportschool zitten en regelmatig met elkaar een praatje maken. Ze zou dus moeten weten dat mijn vriendin Nederlands spreekt. Maar zelfs als ze elkaar niet gekend hadden, was die vraag vreemd geweest. Als je denkt dat iemand geen Nederlands verstaat, heeft het ook geen nut om in het Nederlands tegen die persoon te zeggen dat zij Nederlands moet leren.

Vooroordelen hebben kennelijk tot gevolg dat de hersenen niet meer naar behoren functioneren. Je ziet een groepje mensen dat in een vreemde taal staat te praten. Je gaat ervan uit dat ze het Nederlands niet machtig zijn, en dat kun je niet verdragen, maar vervolgens spreek je ze wel in het Nederlands aan.

Fatsoen
Dit over vooroordelen. Maar nu over het fatsoen. Het is niet de eerste keer dat voorbijgangers mij of mijn naasten aanspreken omdat we met iemand in het Perzisch aan het praten zijn. Soms zeggen ze eufemistisch dat ze het ongezellig vinden. Dat overkwam mij toen ik met mijn zus uit Iran, die bij ons logeerde, op het schoolplein stond te praten, terwijl we op mijn dochter wachtten. Hetzelfde overkwam mijn vriendin, terwijl ze in de bus zat en telefonisch met haar man in het Perzisch praatte. Ook haar vond een wildvreemde medepassagier ongezellig. Soms zijn mensen wat directer en zeggen ze dat ze zich eraan storen dat ze je niet kunnen verstaan. Soms verwijten ze je zelfs onfatsoenlijk gedrag. Zoals mijn neef gebeurde die met een Iraanse vriendin in een restaurant zat te praten en door een gast- een tafeltje verderop- werd aangesproken op zijn Perzisch.

Wat brengt mensen ertoe om in dergelijke situaties alle fatsoensnormen overboord te gooien en je aan te spreken op het feit dat je een andere taal bezigt?

 
Vooroordelen hebben kennelijk tot gevolg dat de hersenen niet meer naar behoren functioneren

Stelt u zich eens voor dat u in de kleedkamer van de sportschool, op het schoolplein, in het restaurant of in de bus met iemand zit te praten met een zachte en onverstaanbare stem. Iemand die zich toevallig in uw omgeving bevindt, vraagt verontwaardigd of u harder wilt praten, omdat het anders zo ongezellig is. Hoe zou u reageren? U zult vast niet zeggen: 'Ons gesprek is niet zo spannend, we hadden het over het recept van boerenkool'. Nee, u zult die bemoeial met Hollandse directheid op zijn nummer zetten. Maar die situatie zal zich nooit voordoen. Het is immers onfatsoenlijk om je te bemoeien met andermans gesprekken.

De vraag is, waarom kunnen sommige Nederlandstalige landgenoten er niet tegen als ze iemand in een andere taal een gesprek horen voeren? Waarom kennen sommigen zich zelfs het recht toe om zich zo bot te gedragen? Ongezelligheid kan niet de reden zijn. Een anderstalige is er niet voor de gezelligheid van mensen die niet haar of zijn gesprekspartner zijn. Net zo min geldt dat voor een Nederlandstalige.

Superioriteitsgevoel
Het antwoord ligt in het superioriteitsgevoel van sommige Nederlanders. Het machtsgevoel van de meerderheid. Het is mijn land, mijn cultuur, mijn taal en iedereen moet zich daaraan onderwerpen. Iedereen die in 'mijn land' woont. Vreemdeling, ik heb het recht jou te verstaan, al ben ik jouw gesprekspartner niet. Ik ben degene die het fatsoen definieert, niet jij. 'Mijn fatsoen' zegt dat jij mijn taal moet spreken, zodra ik mij in jouw omgeving bevind. En dat 'mijn fatsoen' mij eigenlijk niet toestaat om andermans gesprekken af te luisteren, gaat jou niets aan. Het is immers 'mijn fatsoen'.

Sorry mevrouw, sorry meneer, ik was me even niet bewust van mijn positie. Komt u maar even hier zitten. Ik zal u uitleggen hoe u Perzische gerstsoep moet maken, daar hadden we het namelijk over. Ik ken nog meer lekkere gerechten uit Perzië. Zal ik u die ook leren maken? Ik ben nog niet alles verleerd van 'mijn cultuur'.

Ferdows Kazemi is publiciste en columnist voor Volkskrant.nl.
Volg haar op Twitter: @FerdowsKazemi

 
Sorry mevrouw, sorry meneer, ik was me even niet bewust van mijn positie. Komt u maar even hier zitten. Ik zal u uitleggen hoe u Perzische soep moet maken
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden