drie vragen overde stikstofcijfers

Waarom komt de belangenvereniging tot andere stikstofcijfers?

Een belangenvereniging van de melkveehouderij presenteerde donderdag haar eigen onderzoek naar stikstofdepositie. De landbouw lijkt veel minder bij te dragen aan de neerslag van stikstof dan volgens de cijfers van het RIVM. Hoe kan dat?

Met het strooien van steenmeel probeert de provincie Gelderland de verzuurde bodem in Uddel te herstellen.Beeld Marcel van den Bergh

Een virtuele stikstofgame, noemde Jan Cees Vogelaar van het Mesdag-Zuivelfonds de cijfers van het RIVM over stikstof. Het onderzoek dat de belangenvereniging van de melkveehouderij zelf heeft laten uitvoeren komt tot heel andere bevindingen dan het rijksinstituut. Haar conclusie: de landbouw draagt veel minder bij aan de neerslag van stikstof in natuurgebieden dan het RIVM heeft berekend. Deze cijfers vormden de aanleiding voor de huidige stikstofcrisis. 

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de cijfers van het RIVM en het Mesdagfonds?

Volgens de berekeningen van de boerenorganisatie draagt de landbouw voor 25 procent bij aan de hoeveelheid stikstof die neerkomt in natuurgebieden. Het RIVM komt op een aanzienlijk hoger percentage uit: 45 procent. Grote ‘boosdoener’ in de bevindingen van het Mesdag-onderzoek is het verkeer. Dat zou verantwoordelijk zijn voor maar liefst 42 procent van de depositie. En binnen het verkeersaandeel neemt de scheepvaart een belangrijke plaats in. Voor het RIVM speelt het verkeer slechts een bescheiden rol: 6 procent. Verder valt op dat de industrie in de nieuwe berekeningen aanzienlijk meer bijdraagt (6 procent) dan in de RIVM-statistieken (ongeveer 1 procent).

Hoe zijn die verschillen te verklaren?

De berekeningen van het Mesdagfonds zijn uitgevoerd met dezelfde brongegevens als waarmee het RIVM heeft gerekend. Alle data zijn eerder dit jaar overhandigd aan de onderzoekers. Die maakten ook gebruik van dezelfde computermodellen om de gegevens te verwerken. Civiel ingenieur Richard Zijlstra, die de berekeningen voor het zuivelfonds uitvoerde, had geen duidelijke verklaring voor het forse verschil tussen zijn uitkomsten en die van het RIVM. Dat de bijdrage van de scheepvaart zo hoog uitkomt, heeft volgens hem mogelijk te maken met het feit dat veel waterwegen langs natuurgebieden lopen. 

Volgens RIVM-onderzoeker Kees van Luijk is het verschil mogelijk het gevolg van een verkeerd uitgangspunt: de onderzoekers keken naar alle natuurgebieden in Nederland, ook de natuurgebieden in het water, zoals de Waddenzee, het IJsselmeer en de Oosterschelde. ‘Die gebieden zijn niet stikstofgevoelig, ze hebben geen last van stikstof, toch zijn ze meegenomen in de berekeningen. Dat zou ook verklaren waarom de scheepvaart zo’n belangrijke plaats inneemt in de cijfers van het fonds en dat het aandeel van de landbouw veel lager uitkomt.’

Bij de presentatie van het Mesdag-onderzoek in Den Haag werd erkend dat waternatuurgebieden zijn meegerekend. Van Luijk: ‘Het RIVM kijkt alleen naar de natuurgebieden op land. Het gaat erom dat stikstof op de bodem terechtkomt waar planten groeien en de biodiversiteit wordt aangetast. Als stikstof in het water terechtkomt, tast het de biodiversiteit niet aan.’

Stikstofexpert Jan Willem Erisman van het Louis Bolk Instituut heeft nog een verklaring. De onderzoekers van het zuivelfonds hebben weliswaar dezelfde data en dezelfde rekenmodellen gebruikt als het RIVM, maar ze beschikten niet over de computerkracht om dezelfde berekeningen uit te voeren. ‘Daardoor moesten zij aannames doen. Zij gingen uit van meetpunten die 5 kilometer uit elkaar liggen. De vraag is hoe representatief dat is. Ik zou dat weleens wetenschappelijk getoetst willen zien.’ Het RIVM gaat uit van metingen per hectare (100 bij 100 meter). Dat is veel nauwkeuriger, zegt Van Luijk. ‘Die nauwkeurigheid is nodig bij het verlenen van vergunningen.’

Wat nu?

Het RIVM ziet geen aanleiding zijn cijfers aan te passen. ‘De bijdrage van de landbouw aan de stikstofdepositie in stikstofgevoelige natuurgebieden is groter dan de stichting stelt. Landbouw is veruit de grootste bron van ammoniak. En ammoniak heeft een veel groter effect in stikstofdepositie dan stikstofoxiden, die door industrie en verkeer worden veroorzaakt’, zo stelt het instituut in een verklaring. Erisman wijst erop dat onderzoekers van de Wageningen Universiteit eerder op ongeveer dezelfde percentages als het RIVM zijn uitgekomen.

Het Mesdagfonds heeft voor verwarring gezorgd, meent Van Luijk. ‘We hebben nog steeds vertrouwen in onze cijfers. De problematiek in de natuurgebieden is niet anders geworden. Daar is niets nieuws over gezegd, wel zijn er suggestieve uitspraken gedaan over de landbouw. Dat helpt de dialoog niet verder.’

Lees ook

Een agressief debat over de stikstofcrisis werd donderdag gevolgd door een presentatie van onderzoek dat de RIVM-berekeningen in twijfel trekt. Dat de onderzoekers van de belangenorganisatie een cruciale rekenfout hebben gemaakt, maakt de boeren niet uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden