REPORTAGE

Waarom komen zo veel jihadi's in Syrië uit Tunesië?

De laatste bloem van de Arabische Lente, wordt Tunesië genoemd. Ondanks democratie en voorspoed levert het land opvallend veel strijders voor Syrië. Hoe sterk is het salafisme er nog?

Twee gewapende agenten houden in 2012 de wacht bij een moskee in de armenwijk Douar Hicher. In die tijd gingen veel jongeren naar Syrië. Nu niet meer. Beeld Fethi Belaid / AFP

Er klopt iets niet met Tunesië.

Tunesië is de laatst overgebleven bloem van de Arabische Lente. Het is kalm en vredig in het Noord-Afrikaanse land. De democratie heeft er wortel geschoten. Een nieuwe, seculiere regering staat op punt van aantreden, nadat de afgelopen maanden een president en een parlement werden gekozen. Tegelijk staat Tunesië bekend als topleverancier van strijders voor de Syrische burgeroorlog.

Er klopt iets niet met Tunesië.

Tunesië is de laatst overgebleven bloem van de Arabische Lente. Het is kalm en vredig in het Noord-Afrikaanse land. De democratie heeft er wortel geschoten. Een nieuwe, seculiere regering staat op punt van aantreden, nadat de afgelopen maanden een president en een parlement werden gekozen. Tegelijk staat Tunesië bekend als topleverancier van strijders voor de Syrische burgeroorlog.

Uit geen ander land komen zoveel jihadisten. Naar schatting drieduizend jonge Tunesische mannen hebben zich aangemeld om in Syrië te vechten.

Hoe valt dat met elkaar te rijmen?

Het eenvoudige antwoord luidt: Tunesië is geen topleverancier meer. Tunesische veiligheidsexperts zeggen dat de meeste jihadisten in de periode na de Tunesische revolutie van begin 2011 naar Syrië gingen, vooral gedurende 2012. Het jaar daarna droogde de stroom op. 'Ik heb goede hoop dat het voorbij is', zegt Omran ben Othman, oud-militair en kenner van het extremisme.

De omslag is grotendeels te verklaren uit binnenlandspolitieke factoren. Een jaar geleden trad in Tunis een kabinet van technocraten aan dat hard optrad tegen de export van kanonnenvlees voor de Syrische strijd.

'De regering heeft strenge maatregelen genomen om ze te stoppen', aldus Ben Othman. 'De grenzen worden goed gecontroleerd.' De regering zegt enkele duizenden jonge mannen met dubieuze reisplannen te hebben tegengehouden.

Ook de extremistische netwerken in het land zijn aangepakt. Een reeks als 'terroristisch' gebrandmerkte organisaties is verboden. Verdachte moskeeën zijn gesloten, radicale imams werden vervangen. De veiligheidsdienst zit de jihadisten op de huid.

Verhoogde grensbewaking tussen Tunesië en Libië. Beeld reuters

Als president Beji Caid Essebsi binnenkort een nieuwe regering heeft beëdigd, zal die lijn worden voortgezet. Essebsi's seculiere partij Nidaa Tounes, sinds de verkiezingen de grootste in het parlement, is fel gebeten op de radicale islam. De sharia-zeloten krijgen geen centimeter speelruimte.

Dat is wel eens anders geweest.

Na de volksopstand van 2011 brak voor Tunesië een tumultueuze periode aan. Maatschappelijke krachten werden losgewoeld die moeilijk waren te kanaliseren. Ook radicale moslimgroepen grepen de nieuwe verworven vrijheid aan om hun boodschap te propageren. Soms ging dat met enig geweld gepaard. Bioscopen met 'blasfemische' films werden door salafisten aangevallen, cafés belaagd, goddeloze kunstuitingen verstoord.

De eerste verkiezingen na de revolutie, in oktober 2011, werden gewonnen door het (gematigd) islamistische Ennahda. De partij vormde een coalitieregering (de 'trojka') met twee kleine seculiere partijen.

Beji Caid Essebsi, de huidige president van Tunesië, tijdens een religieuze ceremonie voor de verjaardag van de Profeet Mohammed. Beeld reuters

Trauma van de islamisten

Het grote trauma van de islamisten was de keiharde repressie van de politieke islam tijdens de dictatuur. Ennahda zou zich daaraan nooit schuldig maken. De partij pakte de radicale jongeren daarom met fluwelen handschoenen aan. 'Ze doen me denken aan mezelf toen ik jong was', zei Ennahda-leider Rashid Ghannouchi (73) begripvol. We moeten de salafisten in de democratische politiek betrekken, zo verklaarde hij, in plaats van hen ervan te vervreemden.

Critici van Ennahda hebben een andere uitleg. Volgens hen speelde de partij dubbelspel. Ennahda zou de salafisten hebben gebruikt als ideologische stoottroepen. Een luidruchtige voorhoede die de grenzen van de islamitische politiek oprekte, terwijl Ennahda de gematigde onschuld speelde.

Tekst loopt door na grafiek

Beeld de Volkskrant

Hoe het ook zij, de softe strategie werkte niet matigend. In september 2012, tijdens de internationale ophef over een film over de profeet Mohammed, werd de Amerikaanse ambassade in Tunis bestormd. In februari 2013 werd een linkse politiek leider vermoord door extremisten; in juli dat jaar gebeurde dat opnieuw.

'Dat kwam allemaal door de slappe aanpak van Ennahda', zegt Mohammed Habib Azzabi, kolonel b.d. en militair analist. 'Als je niet meteen hard reageert op radicale preken in moskeeën, moedig je het radicalisme aan.'

Dit was het klimaat waarin netwerken voor de rekrutering van Syriëstrijders hun gang konden gaan. Twee leiders van de rechtervleugel van Ennahda speelden hierin een rol, Sadok Chourou en Habib Ellouze. Zij waren actief in de militante Liga voor de Bescherming van de Revolutie (LPR) en in een organisatie voor de reclassering van de paar duizend gevangenen die meteen na de revolutie waren vrijgelaten uit de cellen van dictator Ben Ali.

Rekrutering

Beide organisaties werden volgens de experts gebruikt voor rekrutering. Maar je moet dat in z'n tijd zien, voegt Sami Badreddine van het Centre pour le Controle Démocratique des Forces Armées eraan toe. 'Het was 2012, de hele wereld was tegen Assad. Het verzet verdiende steun, IS bestond nog niet.'

Eigenlijk kwam de omslag al onder de Ennahda-regering. Na de eerste politieke moord, zegt Badreddine, was het de trojka duidelijk geworden dat het niet zou lukken de salafisten in te kapselen in de politiek. De fluwelen handschoenen werden uitgetrokken. Anshar al-Sharia - aanstichter van het meeste geweld - werd verboden, de LPR ontbonden.

Van het militante salafisme wordt sindsdien weinig vernomen. Aanvallen op culturele doelen zijn er niet meer geweest. De (geweldloze) salafistische partij Jabhat al-Islah won in oktober geen enkele zetel in het parlement. Wel raakt het leger in de buitengebieden af en toe in gevecht met extremisten. Het van wapens vergeven Libië ligt naast de deur.

Honderden Syriëstrijders zijn teruggekeerd naar Tunesië. Stilletjes zijn zij weer opgenomen in de gemeenschappen die zij eerder verlieten - arme regio's in het zuiden van het land en achtergestelde volkswijken van de hoofdstad Tunis, zoals het beruchte Douar Hicher.

Waarom kwamen de jihadisten juist daar vandaan? Tijdens een tweedaags bezoek aan de buurt liggen de oorzaken voor het oprapen. Douar Hicher een sloppenwijk noemen zou overdreven zijn, maar duidelijk is dat Vadertje Staat hier slecht voor zijn onderdanen zorgt. Afval wordt zelden opgehaald, gaten in het wegdek worden niet gerepareerd.

'Kijk, mijn oude middelbare school, het lijkt wel een gevangenis', zegt Khalil Oueslati (26) tijdens een wandeling door de buurt. Hij wijst op een afgebladderd wit gebouw. Het plein is bezaaid met rotzooi. 'De rijke wijken krijgen de beste schoolgebouwen, de beste leraren, de beste materialen. De aristocraten in de regering houden niet van ons.'

Falende overheid

Een gesprek met Khalil en enkele vrienden in volkskoffiehuis Azzabi, aan de straat Cité Khaled Ibn Walid, krijgt een verrassende wending, en dat niet omdat op het tv-scherm Barcelona met 3-1 verliest van Real Madrid.

Wat ze vertellen, bevestigt in eerste instantie wat zo vaak wordt gezegd over deze vermeende uitvalsbasis van Syriëstrijders. De verwaarlozing door een falende overheid, de werkloosheid onder jongeren. Khalil had in de twee jaar sinds zijn afstuderen (kunst en literatuur) alleen incidentele baantjes.

En inderdaad, zeggen ze, de islamisten zijn sterk hier. Ennahda vertoont zich als enige politieke partij in de wijk en helpt arme families. Het partijkantoor zit pal naast koffiehuis Azzabi.

Salafisten zijn er zeker ook in Douar Hicher, de mannen kennen ze in hun omgeving. 'Sommige van mijn vrienden zijn salafist', zegt Hatem Jebali, een 19-jarige student. 'Vrome jongens. Ze hebben baarden en kleden zich anders. Maar ze maken geen problemen. Alleen als mensen alcohol gebruiken of slechte dingen zeggen over de profeet.'

Bovendien, zegt Hatem: salafisme en gewapend extremisme, dat zijn twee verschillende dingen. 'Syriëstrijders zijn jongens die drugs gebruiken en alcohol. Ze krijgen geld om naar Syrië te gaan.' Zelf zeggen ze geen Syriëstrijders te kennen, een bewering die uiteraard niet kan worden getoetst.

Liever dan over de jihad hebben de jonge mannen het over voetbal en muziek, en spoedig rollen de namen over tafel. Michael Jackson, Bob Marley, Céline Dion, Linkin Park, Adele, zelfs Charles Aznavour. 'Ik ben meer old school', zegt Hatem. 'Bang bang van Nancy Sinatra.'

Nietzsche? Hegel?

Dan vraagt Khalil: 'Welke filosofen vindt u goed? Nietzsche? Hegel?' Zelf houdt hij van Spinoza. Hatem op zijn beurt is liefhebber van René Descartes en Sigmund Freud. Spoedig passeren ook schrijvers de revue: Victor Hugo, Guy de Maupassant, Maksim Gorki. 'Diens De moeder is een mooi boek', zegt Khalil.

Behalve grappig is de filosofische draai ook veelzeggend. Tunesië heeft zijn massaonderwijs op orde. Werk is er echter bijna niet voor al die afgestudeerden. De frustratie van jongeren die maatschappelijke kansen ruiken zonder ze te kunnen grijpen, kan een voedingsbodem zijn voor radicalisering.

Maar ook het omgekeerde effect bestaat, misschien nog wel sterker. Dat het extremisme zo weinig steun geniet in Tunesië, verklaren de veiligheidsexperts uit de volwassenheid van een goed opgeleide bevolking. 'De jihadisten hebben gefaald in Tunesië', zegt Habib Azzabi. 'Bourguiba, onze eerste president, gaf al in de jaren vijftig 30 procent van de begroting uit aan onderwijs. Dat verklaart alles.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden