Waarom je zo lang moet zoeken naar muziek van Prince

Fans en Prince-volgers van het eerste uur wisten het al: je kunt op YouTube lang naar Prince zoeken, maar je zult hem niet of nauwelijks vinden. Online nieuwsmedia en tv-redacties schrokken er wel van, kort na het nieuws over het overlijden van de popster. Geen leuke clipjes beschikbaar om te delen met tv-publiek of lezersbestand, geen oude MTV-video's voorradig om wat herinneringen bij op te halen rond de talkshowtafel.

Prince in 1985 Beeld null
Prince in 1985

In het publieke domein, zo ontdekte de wereld donderdagavond, is Prince een fantoom. Ja, met wat geluk is in een online uithoek nog wel een snipper Prince te vinden. Een schimmig optreden uit 1982 bijvoorbeeld: een uitvoering van Controversy in het Capitol Theater in Passaic, New Jersey. Prince als een wazige verschijning, gefilmd met een bibberende handycam. Een funkspook.

Prince was legendarisch, op vele fronten. Als liedschrijver, funkvisionair, gitaarbeul en modemens. Maar zeker ook in de wijze waarop hij zijn auteursrechten verdedigde tegen in zijn ogen schandelijk misbruik. Het irriteerde - zijn opponenten in de muziekindustrie moeten gek van hem zijn geworden - maar diende ook tot voorbeeld. Zijn strijd tegen platenmaatschappijen, kapers van auteursrechten en streamingsites werd door vele artiesten nagevolgd, van Radiohead tot Taylor Swift. Prince kwam op voor de eigen rechten maar en passant ook voor die van collega's.

In de vroege jaren negentig, in zijn volle popglorietijd, ontbrandde een strijd tussen Prince en zijn platenmaatschappij Warner. Het platenlabel weigerde - volgens Prince - zijn toch behoorlijk geniale plaat The Gold Experience uit te brengen. En Prince had meer klachten. De platenmaatschappij deed te weinig aan promotie van zijn werk. Warner wilde nemen maar niet geven, dacht Prince. En dus verscheen hij in 1995 op rechtszaken met het woord 'Slave' op zijn gezicht geschilderd.

Web Sheriff

Prince zat tot 2000 contractueel vast aan Warner, maar om zich los te weken en in zijn oude aanspreekvorm niet meer aan Warner verbonden te zijn veranderde Prince zijn naam in een onuitspreekbaar leesteken: The Love Symbol. Later wilde Prince TAFKAP genoemd worden: The Artist Formerly Known As Prince. Lekker verwarrend, en zo had Prince het graag.

In 2000 liep het contract met Warner af en het pseudoniem van het liefdessymbool werd gelijk bij de straat gezet. Prince was weer Prince en zijn nieuwe werk verscheen in vele maar vage vormen; als gratis cd'tje bij een ochtendkrant, of bij een online Prince-service waarop de fan een abonnement moest nemen. Prince werd ongrijpbaar en zijn klassieke platen verdwenen uit de platenzaak. Prince verscheen door de ellende met de nog altijd rechthebbende platenmaatschappij nooit in fraaie heruitgaven met fris geremasterde opnamen.

In 2007 werd Prince nog schimmiger omdat hij een oorlog begon tegen websites als YouTube, die het waagden beeld- en geluidsmateriaal van Prince beschikbaar te stellen. Het bedrijf Web Sheriff ging in opdracht van Prince op jacht naar de kleinste splinters Prince-beeld en wist vrijwel alle 'illegale' Prince-uitingen te verwijderen. Maar ook foto's en teksten werden opgespoord en opgeëist. Zo raakte Prince online uit het zicht.

En Prince ging nóg verder. Journalisten die Prince wilden spreken konden dat doen op één voorwaarde: er mochten geen geluidsopnamen worden gemaakt. Prince was bang dat ook die verkocht zouden kunnen worden. Aantekeningen maken in een notitieblokje mocht ook niet, want daarmee eigende de journalist zich feitelijk alweer een stukje Prince toe.

De streamingsites vingen ook bot. Spotify en Apple Music hebben tot op de dag van vandaag nauwelijks Prince-platen onder de play-knop. Met de nieuwe site Tidal ging Prince uiteindelijk wel in zee omdat die hem goed betaalde, en omdat Prince bij Tidal zelf controle kon houden over zijn werk en de manier waarop dat gepresenteerd werd.

Zo bleef Prince in controle, maar draaide hij zijn eigen kunstenaars- en nalatenschap toch ook de nek om. De grote hoop van de treurende fans ligt in de mythische kluis van Prince, door de ster zelf steevast aangeduid als The Vault. Volgens de overlevering nam Prince iedere dag een liedje op, jaar in jaar uit. In de kluis van zijn studiocomplex zou genoeg materiaal liggen voor minstens nog een album of veertig.

Bij leven maakte Prince mysterieuze toespelingen op zijn geheime archief. In 2012 verscheen een auditieclip van de gitariste Donna Grantis, voor de nieuwe Princeband 3rdEyeGirl. De clip eindigde met een raadselachtige tekst: 'Al het goede uit The Vault... komt in 2013.' Dat kwam het natuurlijk niet. Het ligt er nog, en of het de kluis ooit zal verlaten is zeer de vraag. Want het is na plotselinge overlijden van Prince volstrekt onduidelijk wie de nalatenschap gaat beheren, en of er iets is als een Prince-testament.

In de jaren negentig, toen de kluis dus al half vol zat, liet Prince eens weten dat hij al zijn opgenomen werk aan het einde van zijn leven ook gewoon in de fik zou kunnen steken. Een gedachte die minstens zo angstaanjagend is als het vooruitzicht op een onophoudelijke stroom van onbestemde Prince-platen.

Tidal

Ondertussen roept Tidal mensen op zich te abonneren op de dienst, omdat daar de muziek van Prince te beluisteren is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden