Waarom islamofobie wel degelijk racistisch is

Moslims wordt hun individualiteit afgenomen

Kritiek op moslims kan ook racisme zijn. Zeker nu moslims als groep apart worden gezet, constateert Martijn de Koning.

Mannen bidden in een moskee. Beeld Nederlandse Freelancers

De bejegening van islam en moslims kan toch nooit racisme zijn? Kritisch meestal. Beledigend, vooruit. Discriminatie in het ergste geval. Maar racisme? Nee. Want islam en moslims zijn geen 'ras'. Islam is een levensovertuiging, een keuze, geen aangeboren eigenschap.

Het is een vaak gehoorde, maar ook een misplaatste redenering. Het gaat bij racisme niet om wat een groep is, maar om hoe deze bejegend wordt. Het gaat om hoe een specifieke groep mensen tot een onacceptabele en inferieure Ander wordt gemaakt. Dat is zo door de geschiedenis heen gebeurd en het gebeurt in het hedendaagse beleid en debat. Vandaag de dag nauwelijks via een rassenleer, maar veel meer met een cultuurleer waarbij enerzijds een doembeeld van de islam wordt geschapen en anderzijds een ideaalbeeld van de eigen witte gemeenschap.

Onlangs pleitten CDA-leider Sybrand Buma en Pieter Heerma in een nummer van CD Verkenningen, het wetenschappelijk blad van het CDA, voor 'gezonde vaderlandsliefde' met de 'joods-christelijke traditie' als basis. Ze koppelen hun pleidooi aan de komst van vluchtelingen, het IS-kalifaat en mogelijke IS-sympathisanten onder de vluchtelingen.

Of neem VVD-leider Halbe Zijlstra. In een interview met Trouw zegt hij dat tolerantie goed is, maar dat die te veel en te vaak leidt tot een verlies van 'onze eigen waarden'. Zijlstra stelt 'ons' voor als christelijk-seculier, bijvoorbeeld door de suggestie af te wijzen van schoolbesturen om Tweede Pinksterdag in te ruilen voor Eid al Fitr, het Suikerfeest. Volgens hem hoort dat niet bij 'onze' waarden. Dat is een heldere boodschap aan moslims. Hij neemt het, nogal paternalistisch, moslims niet kwalijk. Die kunnen niet anders dan redeneren vanuit hun eigen waardenpatroon volgens hem. Met andere woorden: hij heeft een beeld van de islam en hij gaat ervan uit dat moslims niet anders kunnen redeneren dan passend binnen dat beeld.

Zowel Zijlstra's uitspraken als die van Buma staan inmiddels in een behoorlijke traditie. Al in de jaren tachtig werd in beleidskringen gesproken over het 'gevaar van migrantenculturen'. De islam wordt dan al genoemd, zij het nog niet prominent. Dat verandert in de jaren negentig als toenmalig VVD-leider Bolkestein spreekt over de vermeende onverenigbaarheid van islam en democratie. En het integratiebeleid heeft vanaf de jaren negentig en versneld na de aanslagen van 11 september 2001 en de verkiezingscampagne van Pim Fortuyn steeds meer nadruk gelegd op culturele aanpassing. Vrijwel altijd in relatie tot moslims.

Vier stappen

Als je alle uitspraken én het beleid ontleedt, zie je dat eigenlijk steeds dezelfde vier stappen worden gezet. Een groep die divers is in opleidingsniveau, in etnische herkomst en in politieke en religieuze overtuiging krijgt één label opgeplakt. Vervolgens wordt het gedrag van de mensen in deze groep verklaard op basis van een doembeeld van de islam, die per definitie intolerant, agressief en onverenigbaar met het ideaalbeeld van het liberale en/of joods-christelijke Westen zou zijn. Daar wordt dan een negatief waardeoordeel aangehangen: achterlijk, geitenneukers, niet horend bij 'ons'. Tot slot wordt voorgeschreven hoe er met deze groep moet worden omgegaan: aanpassen, uitzetten, de-islamiseren. Wanneer dit maar genoeg wordt herhaald, leidt het tot een a priori negatieve invulling van het label dat wordt opgeplakt en daarmee is de cirkel rond.

Dát proces is het racialiseren van moslims. Bij racialisering worden buitenstaanders niet per se als 'ras' gezien, maar er wordt op dezelfde manier over ze gesproken: als een herkenbare groep die specifieke, onveranderlijke en natuurlijke eigenschappen wordt toegedicht en die als inferieur geldt.

Historisch gezien is de indeling van de mensheid in 'rassen' nooit puur biologisch geweest, maar was die ook gebaseerd op ideeën over cultuur en religie, bijvoorbeeld in het geval van Joden en Ieren. Racialisering is steeds het proces, anti-zwart racisme, antisemitisme en islamofobie zijn de verschillende producten daarvan. Natuurlijk is de racialisering van zwarte mensen niet verdwenen en ook bij racialisering op basis van een cultuurleer spelen uiterlijk, herkenbaarheid en het lichaam van mensen een rol. Zo hebben vrouwen met een hoofddoek meer te maken met agressie en afkeer dan andere moslims. En ook sikhs worden het slachtoffer van islamofoob geweld: door de daders worden ze aangezien voor moslim. Racialisering is een manier waarop dominante groepen en politieke elites macht uitoefenen over minderheden. Racialisering van moslims ontkent al hun individualiteit: het doet er niet meer toe hoe men moslim is en hoe men voor de islam kiest: men wordt afgerekend op een definitie die wordt opgelegd.

Demonstranten van Pegida voeren actie op het Willemsplein in Rotterdam. Beeld anp

Dehumanisering

Gisteren was het alweer veertien jaar geleden dat Fortuyn werd vermoord. Dit jaar is het vijftien jaar geleden dat zijn boek met de veelzeggende titel De islamisering van onze cultuur verscheen. Ter gelegenheid daarvan is het opnieuw uitgebracht. Fortuyn speelde een belangrijke rol in de racialisering van moslims. Het persoonlijke, in het bijzonder zijn homoseksualiteit, was politiek doordat hij zijn cultuurleer deels baseerde op het idee dat Nederlanders zich religieus geëmancipeerd hadden en daarom ook vrij waren hun seksualiteit te beleven. Maar het politieke was ook persoonlijk: de lijsttrekker die als eerste politiek leider openlijk homoseksueel was, de heftige reacties die hij kreeg en zijn soms felle, provocatieve en flamboyante stijl maakten van hem voor zijn aanhangers de verpersoonlijking van het ideaalbeeld van de echte Nederlander.

Zijn vergaande stijl ging gepaard met een vergaande inhoudelijke boodschap: door de islam een achterlijke cultuur te noemen, zei hij in feite: het is oké om een belangrijk deel van het leven van Nederlandse burgers te kleineren. Het is een indirecte manier om te zeggen: u bent inferieur.

Het ligt voor de hand vooral in Geert Wilders een geestverwant van Fortuyn te zien. Wilders ging nog verder door bijvoorbeeld de islam de grootste ziekte van de afgelopen eeuw te noemen en moslims daarmee te dehumaniseren.

Beiden hebben zich verweerd - en anderen hebben hen verdedigd - met de bewering dat zij onderscheid maken tussen cultuur en religie enerzijds en mensen anderzijds. Maar cultuur en religie bestaan zonder mensen nu eenmaal niet. Wilders noch Fortuyn zijn consistent in hun scheiding tussen cultuur en religie enerzijds en mensen anderzijds: Fortuyn had en Wilders heeft als een van de de-islamiseringstrategieën het weigeren van migranten uit 'moslimlanden'. Dat zijn dus mensen. Opnieuw zien we hier overigens dat ook niet-moslims slachtoffer kunnen worden van dit racisme: ze moeten maar net de pech hebben uit een 'moslimland' te komen.

Met al hun onderlinge verschillen vallen Fortuyn en Wilders op door de confronterende racialiserende retoriek waarmee zij onder meer proberen de gevestigde orde op te schudden. Maar vergis je niet, de pacificerende en paternalistische cultuurretoriek waarmee CDA, PvdA, D66 en VVD proberen rust, stabiliteit en status quo in de politiek en samenleving te bewaren, racialiseert moslims eveneens. Hun integratiebeleid in de jaren negentig en vandaag de dag categoriseert nieuwkomers, Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders en hun nakomelingen als anders op basis van een mengeling van generaliserende ideeën over 'hun' cultuur, afkomst en herkomst.

In het integratiebeleid worden allerlei extra eisen opgelegd aan een groep Nederlanders op basis van een generaliserend beeld over de cultuur van die groep en meestal betreft dat moslims. Ál deze partijen werken het proces van racialisering in de hand. Zo scheppen ze twee groepen burgers: Nederlanders die bij de waardengemeenschap horen en degenen die er (nog) niet bijhoren.

Demonstranten van Pegida voeren actie op het Willemsplein in Rotterdam. Beeld anp

Doorgewoekerd

Dit verklaart ook waarom middenpartijen vaak zo moeilijk een inhoudelijk weerwoord hebben op het extreme racistische gedachtegoed van de PVV en voorheen Fortuyn: hun cultuurleer is in wezen hetzelfde, alleen de stijl is anders.

Tegenwoordig is het generaliserende idee dat 'de islam' in essentie anders is dan - of zelfs inferieur is aan - 'het Westen' bijna vanzelfsprekend. Deze vanzelfsprekendheid is een belangrijk kenmerk van de racialisering van moslims die nu zo ver is doorgewoekerd dat niet het racisme wordt afgestraft, maar het benoemen ervan. Afgelopen week werd het Zoetermeerse SP-raadslid Lennart Feijen in hoger beroep veroordeeld voor belediging van mede-raadslid Hilbrand Nawijn die hij 'racist' had genoemd. Nawijn had in een raadsvergadering gesteld geen islamitische scholen te willen, omdat ze niet zouden bijdragen aan de integratie van burgers, sterker nog, anti-integratief zouden zijn. Bij Pauw lichtte hij nog eens toe dat hij tot dat standpunt kwam 'op basis van de historie van Nederland, die gebaseerd is op de humanistische, joodse en christelijke traditie'.

Het gaat hier dus niet om wat scholen presteren, maar om het inperken van reguliere vrijheden van godsdienst en onderwijs voor moslims op basis van de tegenstelling tussen het ideaalbeeld van het humanistisch-joods-christelijke Nederland waar de islam niet bij zou horen. Nawijns pleidooi kan daarom wel degelijk als racistisch worden aangemerkt, maar de rechter vindt dat etiket juist beledigend voor Nawijn en zelfs strafwaardig. Dat laat zien dat er een schromelijk gebrek aan inzicht over racisme en racialisering bestaat.

Het is een uitspraak die grote consequenties kan hebben: racistische uitspraken zoals die van Zijlstra, Buma en Nawijn moeten ongemoeid worden gelaten, want als je ze benoemt, word je veroordeeld. Intussen worden de burgerlijke rechten en vrijheden van moslims, zoals vrijheid van onderwijs en vrijwaring van discriminatie, verder aangetast. Zo bedreigt de racialisering van moslims uiteindelijk de bescherming en vrijheden van Nederlandse burgers.

Martijn de Koning is antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen. Onlangs publiceerde hij: De ideologische strijd tegen de islam - Fortuyns gedachtegoed als scharnierpunt in de racialisering van moslims.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.