Achtergrond Nabestaanden Max Papilaja

‘Waarom is mijn zoon bij De Punt geëxecuteerd?’

Max Papilaja was de leider van de Molukse treinkaping bij De Punt in 1977. In 2016, voor het eerst in bijna veertig jaar, deden zijn nabestaanden hun verhaal. 

Wilhelmina Papilaja, aan de muur een portret van haar zoon. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Op de ochtend dat hij de trein kaapte, zag Max er piekfijn uit. Zijn moeder, Wilhelmina Papilaja: 'Zijn haar netjes, een lange broek en een dasje. Keurig hoor. Die kleren hebben we nooit teruggekregen.'

Nu, bijna veertig jaar later, worden daar binnen de familie grapjes over gemaakt. Max, treinkaper in een fraai kostuum. In zijn koffer zat volgens de overlevering zelfs een pyjamabroek, voor de lange nachten op de spoordijk die zouden volgen. Neef Marco: 'Wie neemt zijn pyjama mee als hij een trein gaat kapen? Nou, Max dus.'

In mei 1977 was Max Papilaja (25), ambtenaar op het Drentse provinciehuis, het brein achter wat de langste treinkaping in de geschiedenis zou worden. Samen met acht andere Molukse jongeren kaapte hij een trein bij het Drentse De Punt, met ruim vijftig passagiers aan boord.

Na drie weken werd de trein met geweld bevrijd door Nederlandse mariniers. Max werd daarbij doodgeschoten, net als twee gegijzelden en vijf andere kapers. De militaire beëindiging van de treinkaping, 'Operatie Mercedes', is het bloedigste overheidsoptreden in Nederland na de Tweede Wereldoorlog.

Morgen dient in Den Haag de rechtszaak die de familie Papilaja samen met nabestaanden van kaapster Hansina Uktolseja hebben aangespannen tegen de Nederlandse staat. Na vier decennia willen zij de overheid aansprakelijk stellen voor de 'executies' van beide kapers. Het ministerie van Justitie houdt vol dat bij de bevrijding van de trein niets onrechtmatigs is gebeurd.

Waarom na bijna vier decennia zo'n proces beginnen? In de Molukse wijk van Bovensmilde, aan de rand van het dorp, in hetzelfde rijtjeshuis als in 1977, woont Wilhelmina Papilaja, nu 88 jaar oud. Ze is 'nog helemaal goed', vertelt ze met een kwieke lach in het Nederlands, een taal waarin ze soms naar woorden zoekt. Maar ze mag van de dokter 'niet te veel piekeren'.

Als ze dat moeilijk vindt, denkt ze aan God. 'Hij doet alles. En Max is daar ook.' Haar huiskamer loopt vol: een zoon, twee dochters, hun aanhang en neef Marco, die rond het proces optreedt als woordvoerder. Niet iedereen wil met zijn naam in de krant. In bijna vier decennia is dit de eerste keer dat de directe familie van Max met de pers praat.

'Jodenbarakken'

Voormalig kamp Westerbork, dat is in 1951 het eerste Nederlandse adres van het gezin Papilaja. Samen met gezinnen van andere Molukse militairen uit het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) worden ze ondergebracht in wat is herdoopt tot 'woonoord Schattenberg'.

Daar, in de 'Jodenbarakken', zoals moeder Wilhelmina ze noemt, wachten ze hun terugkeer naar de Molukken af. 'We sliepen in het stro, kregen brood en havermout te eten. Zulk eten kenden wij niet, voor ons gevoel is dat voor varkens. Het brood droogden we alvast, voor de terugreis.'

Want dit staat vast: hun verblijf in Nederland zal niet lang duren. De families van de KNIL-militairen, door Nederland geëvacueerd na de gedwongen onafhankelijkheid van Indonesië, is een snelle terugkeer beloofd naar de Molukken. Als dank voor hun militaire steun in de koloniale oorlog zal Nederland een vrije republiek voor hen creëren.

De vader van Max draagt net als alle mannen in het kamp met trots zijn KNIL-uniform. Maar al gauw komt er dramatisch nieuws uit Den Haag. 'Ze zeiden: hij is geen militair meer.'

De Nederlandse overheid, in stilte tot de conclusie gekomen dat de beloofde Republiek der Zuid-Molukken (RMS) internationaal onhaalbaar is, geeft de KNIL-militairen gedwongen ontslag. De vader van Max moet het doen met een uitkering van drie gulden per week. Later vindt hij werk in een conservenfabriek. Vanuit een barak vol ratten bestiert Wilhelmina het huishouden.

In deze omstandigheden komt in 1952 Max ter wereld, als tweede kind in het gezin. Zijn jeugd speelt zich af in het kamp. Het zal meer dan vijftien jaar duren voordat de familie een rijtjeshuis krijgt in Bovensmilde. Dit valt op: zo netjes als zijn vader was op zijn legeruniform, zo precies is ook de kleine Max. 'Hij wilde altijd schone kleren aan.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Klassenfoto, Max Papilaja zit op de middelste rij als tweede van rechts. Beeld Privéarchief

Vrij Molukken

Opgroeien in de Molukse gemeenschap, zegt neef Marco, is 'een schizofreen gebeuren'. 'We liepen de kamer uit als het Nederlandse volkslied speelde op televisie, maar wilden daarna wel het voetbal zien.' Van de kinderen Papilaja wordt verwacht dat ze in Nederland het hoogst mogelijke bereiken, maar ze gaan ook steevast mee naar demonstraties voor een vrij Molukken. 'Alle Molukse kinderen gingen daarheen', zegt zus Suzan. 'Je groeide daarin op.'

In de huiskamer in Bovensmilde herinnert iedereen zich de ruzie nadat Max eindexamen havo heeft gedaan. Zijn vader heeft zijn toekomst uitgestippeld: Max moet onderwijzer worden. Voor de klas staan, dat heeft in de Molukse gemeenschap aanzien. Maar Max wil niet. Het komt tot een confrontatie, waarbij Max wegloopt uit het ouderlijk huis.

Moeder Wilhelmina: 'Ik bleef stil en keek toe.'

Later begint Max, gedwongen door zijn vader, toch aan de pabo. Maar die maakt hij niet af. De familie-eer wordt gered als hij een baan krijgt als ambtenaar op het provinciehuis in Assen. Hier wordt hij opgeleid tot boekhouder. 'Dat was een goede werkgever', zegt Wilhelmina. 'Heel goed.'

Terwijl Max zich lijkt te schikken in zijn bestaan als boekhouder, zindert de Molukse gemeenschap van spanning. In 1975 kapen jongeren die zijn opgegroeid in de barakken van Schattenberg, een trein bij het Drentse Wijster. Daarbij schieten ze twee passagiers en de machinist dood. Een familielid van Max zegt het zo: 'De jongeren die in 1975 de trein kaapten, deden dat niet zomaar. Ze deden dat omdat hun dingen zijn beloofd die niet werden nagekomen.'

Wanneer in de rechtbank in Assen het proces tegen deze treinkapers begint, doet zich een opvallend incident voor. Op het plein voor de rechtbank, waar veel Molukse inwoners uit Assen en Bovensmilde hun steun betuigen, krijgt Max een klap van de oproerpolitie. En dan, herinnert zus Suzan zich, zegt hij: 'Ik sla een keer terug.'

Het is ruim een jaar voor de treinkaping bij De Punt. 'Hij heeft er nooit iets over verteld', zegt moeder Wilhelmina. 'Als ik het geweten had, dan had ik hem tegengehouden. Dan had ik gezegd: jongen, je moet wérken.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Max (met bord) tijdens een demonstratie. Chris Soumokil was tot zijn executie in 1966 president van de RMS. Beeld Privéarchief

De kaping

Max gaat altijd op de fiets naar zijn werk. Maar niet op de ochtend van maandag 23 mei 1977. Moeder Wilhelmina ziet dat zijn band lek is. 'Ik dacht toen wel: hé, lek.' Later blijkt dat Max zelf de fietsband heeft laten leeglopen.

Op het station van Assen, vlak voor het begin van de kaping, gaat het bijna verkeerd. Die ochtend heeft zus Suzan de trein naar haar werk gemist. In de stationsrestauratie treft ze prompt Max, die met medekapers Hansina en George zit te wachten op wat komen gaat. Wat is hier aan de hand? Suzan begrijpt het niet. 'Ze schrokken van mij.'

'Ik weet nog dat ik George vroeg: waarom heb je een sporttas bij je? 'Voor een judowedstrijd in Leeuwarden.' Hansina had een vreemde schroeiplek op haar arm. Max droeg een koffer van de KLM mee. Twee keer heb ik gevraagd: waar ga je naartoe? Ga je ver weg?'

Maar Max geeft geen antwoord. Op het perron vertrouwt hij haar iets toe. 'Max nam me apart en zei: 'Mijn salaris is voor ma en mijn spaargeld ook.' Ik begreep dat niet. Mijn trein kwam! Ik moest weg. Op het werk hoorde ik op de radio: weer een kaping. En ik wist meteen: o nee, mijn broer zit erin.'

De actie is zorgvuldig voorbereid. Tegelijk met de trein gijzelen andere Molukkers de basisschool vlak bij hun huis in Bovensmilde. De wijkraad gaat langs de deuren om het nieuws te vertellen. In het huis van de familie Papilaja gaat de luxaflex naar beneden. Wilhelmina herinnert zich wat ze daarna deed. 'Bidden tot God.'

Als 25-jarige provincie-ambtenaar ontpopt Max zich tot woordvoerder van de kapers. Hij onderhandelt met een psychiater van de overheid over hun eisen: een vliegtuig dat hen met de gegijzelden naar een nog onbekende bestemming zal brengen. Op de kop van de trein, die stilstaat in een bocht van het spoor bij De Punt, hangt hij de Molukse vlag.

De familie ziet op televisie hoe de dekens in de trein worden uitgeklopt en gelucht. Deze poging om alles schoon te willen houden, herkennen ze van een afstand. Neef Marco: 'Dat is het werk van Max.'

In Bovensmilde kammen militairen de wijk uit. Maar voordat de huiszoeking begint, rennen de kinderen Papilaja naar de slaapkamer van Max. Ze vinden de typemachine waarop de eisen zijn geschreven en een doos vol munitie - de kapers beschikken over zware wapens. Zus Suzan: 'De kogels hebben we hierachter in de sloot gegooid. Mijn vader wilde ze in de tuin begraven. Nee, zeiden wij, doe dat nou in de sloot. Daar liggen ze dus nog steeds.'

'Die kogels', zegt moeder Wilhelmina, 'had hij dus niet mee in de trein. Max was een lieve jongen. Hij heeft niemand doodgeschoten.'

Zwager Noes is de enige die het na zoveel jaar hardop zegt: hij is trots op Max. 'Maar dat trotse gevoel komt later. Als je weet waarvoor hij het deed. Natuurlijk is dit niet de manier. Maar ik neem mijn pet af voor mijn zwager die de trein in stapte en zijn kogels thuis liet.' Neef Marco schudt zijn hoofd. 'Dat hij niemand heeft doodgeschoten terwijl hij koos voor zijn ideaal, dáár zijn we trots op.'

In de vroege uren van zaterdag 11 juni wordt Bovensmilde opgeschrikt door militairen die de gegijzelde school bevrijden. Ook de gekaapte trein blijkt bestormd. Straaljagers vliegen over, geweren ratelen verf van de treinstellen. 'Het kon niet, het mocht niet', zegt Wilhelmina. 'Was hij dood of leefde hij?'

Max is dood, vertelt de wijkraad 's middags. Ook vijf andere kapers, onder wie Hansina en George, overleven de bestorming niet, twee gegijzelden evenmin. Het lichaam van Max komt terug in een door justitie verzegelde kist. 'Het maakte mijn man ziek', zegt Wilhelmina. 'Zijn bloeddruk werd heel hoog.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De door kogelgaten geschonden jas van Max Papilaja. Beeld Moluks Historisch Museum/A.J. Vink

Rondom de kist ontstaat discussie: schroeven we die toch open, of niet? 'Mijn vader heeft toen beslist: nee, dat doen we niet', zegt neef Marco. 'Men was bang voor emoties, voor wat je te zien zou krijgen.' Eén van de jassen van Max komt later uit de trein tevoorschijn, vol kogelgaten.

Nu, na bijna 40 jaar, stapt de familie Papilaja naar de rechter, om de staat aan te klagen voor de dood van Max. Aanleiding is een rapport van Justitie uit 2014 waaruit blijkt dat Max en kaapster Hansina in de trein waarschijnlijk van dichtbij zijn doodgeschoten, terwijl ze al gewond waren. Gerechtvaardigd geweld in deze omstandigheden, stelt de overheid, bedoeld om erger te voorkomen.

Wat hopen ze na zo veel jaar met het proces te bereiken? 'Het gaat ons niet om schadevergoeding', zegt neef Marco. 'De meest gunstige uitkomst is dat de Nederlandse regering toegeeft dat er iets verkeerd is gegaan. Het is onrechtmatig om een trein te kapen. Maar iemand doodschieten die op de grond ligt, is dat ook.'

'Ik wil de waarheid', zegt moeder Wilhelmina. 'Waarom kon Max niet naar de gevangenis? Stop hem in de gevangenis, maar schiet hem niet dood als een hond.'

Tijdslijn - De nasleep van Operatie Mercedes

1951
Families van Molukse KNIL-militairen worden gedwongen naar Nederland gehaald.

1977
Tweede Molukse treinkaping, bij De Punt. Bij de bevrijdingsactie na bijna drie weken, Operatie Mercedes, doden militairen zes van de negen kapers en twee gegijzelden.

1977-2013
Opeenvolgende ministers van Justitie stellen in de Tweede Kamer dat bij de bevrijding sprake was van 'beheerst geweld', er is alleen op kapers geschoten die zich met een vuurwapen hebben verzet.

2013
Freelancejournalist Jan Beckers en kaper Junus R. krijgen inzage in autopsierapporten van overleden kapers. Leidt tot nieuwe vragen over operatie Mercedes.

2014
Archiefonderzoek ministerie van Justitie. Tweede Kamer blijkt onjuist geïnformeerd over bevrijding trein. Maar het gebruikte geweld valt 'binnen de grenzen van de geweldstoepassing die door het bevoegd gezag was voorzien en aanvaard'.

2015
Families Papilaja en Uktolseja klagen via advocaat Liesbeth Zegveld de Nederlandse staat aan wegens 'executie' van kapers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden