Waarom is het zo bijzonder dat ouders een eigen school zouden mogen oprichten?

De Onderwijsraad adviseerde vanmiddag dat elke groep ouders die genoeg belangstelling weet te verzamelen achter een onderwijsidee, en dat met voldoende kwaliteit kan uitvoeren, voortaan een school moet kunnen oprichten. Dit moet niet meer het alleenrecht zijn van religieuze zuilen. Het advies zou een uitbreiding betekenen van artikel 23 van de grondwet over de vrijheid van onderwijs. Aan die vrijheid ging veel politieke strijd vooraf.

Beeld Thinkstock

De oprichting van bijzondere, veelal confessionele scholen werd sterk ontmoedigd in de 19e eeuw. Scholen met een religieuze richting, zouden segregerend werken en integratie tegengaan, zo was de opvatting. Het openbaar onderwijs was algemeen christelijk.

Schoolstrijd
In 1806 werd een wet van kracht die orthodox christelijk onderwijs of katholiek onderwijs verbood. In de jaren '20 van de 19e eeuw kwam verzet tegen deze wet. Vooral katholieken, maar ook orthodox-protestanten, voelden zich achtergesteld door de wet, omdat het openbaar onderwijs een al te liberaal karakter had. Ze eisten onderwijsvrijheid, op basis van de grondwet, waarin de vrijheid van godsdienst was vastgelegd. Ook stelden ze dat de overheid slechts een voorwaardenscheppende taak had in het onderwijs en dat scholen moesten aansluiten bij de opvoeding. Hiermee begon de schoolstrijd.

In 1848 kwam dankzij J.R. Thorbecke de nieuwe Grondwet tot stand. Deze legde de vrijheid van onderwijs vast in artikel 23. Vanaf dat moment was er geen toestemming van de overheid nodig om een school te stichten en werden katholieke, orthodoxe en joodse scholen toegestaan.

Subsidie
Maar dat betekende niet dat bijzonder onderwijs gelijk gesteld werd aan openbaar onderwijs. Openbare scholen kregen tot 30 procent overheidssubsidie. Bijzondere scholen kregen niets. Ouders die hun kinderen naar een bijzondere school stuurde, moesten daarvoor veel meer betalen.

Dit was een belangrijke drijfveer om aan het eind van de 19e eeuw verschillende christelijke politieke partijen op te richten. De partijen kregen in korte tijd veel macht. Tegenover zich vonden ze de liberalen en socialisten die vonden dat de overheid alleen verantwoordelijk was voor het openbaar onderwijs. In 1888 namen de katholieken en protestanten plaats in de regering. Zij kregen in 1889 voor elkaar dat bijzonder onderwijs ook subsidie kreeg, hoewel minder dan openbaar onderwijs.

Pacificatie
In 1917 besloten verschillende politieke partijen water bij de wijn te doen. In ruil voor steun voor het algemeen mannenkiesrecht, stemden de socialisten en liberalen in met de financiële gelijkstelling van bijzonder onderwijs. Dit zorgde voor politieke stabiliteit en werd bekend als de Pacificatie.

Tegenwoordig ontstaat zo nu en dan de discussie over subsidie aan Islamitisch onderwijs. Scholen die onder meer onvoldoende zouden doen aan integratie, zouden geen subsidie moeten krijgen, zo luidt de boodschap. Zo werd de de Amsterdamse basisschool As Siddieq gekort op rijkssubsidie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden