Analyse

Waarom is het filmpje van de treinkaping bij De Punt geheim?

Minister Opstelten presenteert woensdag een rapport over de dood van de Molukse treinkapers aan de Tweede Kamer. Was er sprake van executies? Grote kans dat het mysterie voortduurt.

Een gewonde treinkaper van De Punt wordt op 11 juni 1977 het academisch ziekenhuis in Groningen binnengedragen.

De onderzoekers van minister Opstelten bekeken de film afgelopen winter. Op de film, jarenlang weggesloten in de kluis, is dit te zien: weilanden, een boerderij, een snelweg, een kanaal, een boerderij, meer weilanden. Nee, concludeerden de onderzoekers, deze film zal niet de waarheid dichterbij brengen over het doodschieten van Zuid-Molukse treinkapers door Nederlandse mariniers in 1977.

Maar als er alleen weilanden op staan, waarom zit deze Kodak-film dan tussen gevoelige dossiers over de treinkaping bij De Punt, en zal de band pas in 2052 officieel openbaar worden?

Maanden nadat de onderzoekers vertrokken zijn, bekijken technici van het Fries filmarchief de band opnieuw. 'Kijk, de perforand.' Daar zitten witte stukjes tussen. Met andere woorden: de film lijkt een kopie. Daarmee is niet uit te sluiten dat delen van de oorspronkelijke inhoud zijn weggevallen. Of zoals Syds Wiersma, hoofd van het Fries filmarchief, zich afvraagt: 'Is er iets gewist?'

Executies

Woensdag presenteert minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) een rapport over de bestorming van de gekaapte trein. Aanleiding zijn vragen van de Tweede Kamer over veronderstelde executies van kapers. Het rapport verschijnt op een explosief moment: Molukse nabestaanden stelden onlangs de staat aansprakelijk voor 'executies' bij De Punt. Zij weigeren woensdag het verhaal van de minister aan te horen.

Alles wijst erop dat Opstelten zal volhouden dat er geen bewijs is voor executies van kapers. Daarmee gaat de al 37 jaar durende worsteling van de staat met het geweldsgebruik bij De Punt een nieuw hoofdstuk in.

Dit staat vast: de bestorming van de gekaapte trein in de vroege ochtend van 11 juni 1977, onder codewoord Mercedes, was de bloedigste antiterreuractie in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog. Zes van de negen Zuid-Molukse kapers en twee gegijzelden kwamen om. Voorafgaand aan de bestorming is de trein door precisie- en mitrailleurschutters doorzeefd met kogels. De gedode kapers hadden bij elkaar 144 schotwonden.

Bevrijdingsoperatie

In een ander land, in een andere geweldscultuur, zou de staat trots zijn op zo'n bevrijdingsoperatie. Ter vergelijking: toen een Amerikaanse commando in 2011 Osama Bin Laden liquideerde, werd dat direct wereldkundig gemaakt. Twee jaar later al liet de betrokken commando zich interviewen over de fatale schoten ('bap, bap'). Die schutter ruziet met een collega over wie met de eer van de fatale salvo's mag strijken.

In het Nederland van 1977, onder het linkse kabinet-Den Uyl, was dodelijk overheidsgeweld reden voor schaamte. De beëindiging van de langste treinkaping in de wereldgeschiedenis ging niet gepaard met trots. Premier Joop den Uyl ervoer de bestorming als een 'nederlaag', zei hij na afloop op de televisie. Zelfs nu nog gelden de namen van de betrokken mariniers als staatsgeheim. Hun verhaal moet uit de publiciteit blijven.

Zodra de kruitdampen waren opgetrokken, vatte de regering de gebeurtenissen in geruststellende woorden. Er is bij de bestorming slechts 'beheerst geweld' gebruikt, zei minister Van Agt (Justitie, CDA) op 23 juni 1977 in de Tweede Kamer. De kapers zijn niet getroffen 'door een regen van kogels'. En natuurlijk was er niet geschoten om te doden. Waarom ook twee gegijzelden omkwamen, blijft onbesproken.

Kogelregen

Op 30 november 2013 schreef de Volkskrant onder de kop 'Justitie verzweeg kogelregen' dat zes omgekomen treinkapers bij De Punt in 1977 door 144 kogels zijn getroffen. Dit is onjuist, blijkt bij herlezing van de onderliggende archiefstukken. In een nota van toenmalig ambtenaar Ernst Hirsch Ballin, de latere minister van Justitie (CDA), staat dat de treinkapers bij de beschieting in totaal 144 verwondingen opliepen. Dat valt echter niet één op één te vertalen naar 144 kogels. Reguliere kogels veroorzaken per kogel doorgaans twee verwondingen, een inschot- en een uitschotwond. Bij de bestorming van de trein zijn ook kogels verschoten - zogenaamde hollow point munitie - die alleen een inschotwond veroorzaken en daarna in het lichaam blijven steken. Door hoeveel kogels de kapers zijn getroffen, valt daarom niet precies vast te stellen. Dit doet niets af aan de conclusie die Hirsch Ballin in zijn nota trekt: dat men uit de verwondingen zal afleiden dat 'de treinkapers, anders dan minister Van Agt op 23 juni 1977 in de Tweede Kamer verklaarde, wel degelijk door een regen van kogels getroffen zijn.'

Zelfs toen Den Uyl vlak voor zijn dood voor een draaiende camera zei dat het neerschieten van de kapers 'een executie' was geweest, hield het officiële verhaal stand. Nu pas, na bijna vier decennia, is Opstelten de eerste bewindsman die er niet mee wegkomt. Dat is een doorbraak, zegt SP-Kamerlid Harry van Bommel. 'De woorden van Van Agt zijn altijd de enige verklaring van de overheid gebleven.'

Dat de officiële lezing niet klopt, werd overigens al binnen een jaar na de kaping op het ministerie van Justitie vastgesteld, bleek vorig jaar uit onderzoek van de Volkskrant. Om vragen over het optreden van de mariniers te voorkomen, is de strafeis tegen de overlevende kapers met opzet laag gehouden. Molukse nabestaanden kregen decennialang geen inzage in autopsierapporten uit angst voor 'schadevergoeding en stemmingmaking'.

Pas vorig jaar kreeg voormalig kaper Junus R. de autopsierapporten in handen. Er staat in dat enkele van zijn maten in het hoofd zijn geschoten. Dit hoeft geen bewijs te zijn voor executies, maar het wordt in Molukse kring wel zo gezien.

Wilde de staat geen open kaart spelen uit louter moreel ongemak of is er meer aan de hand? Het is de vraag of het onderzoek van Opstelten alle feiten boven tafel zal brengen. Hij heeft namelijk geen betrokkenen laten horen, zoals de nabestaanden graag willen, maar beperkt zich louter tot archiefonderzoek.

Veel archiefmateriaal over de treinkaping is in de loop der jaren echter verdwenen. Neem alleen al de 4,5 meter aan materiaal over de Molukse gijzelingen die in 2005 nog bij het ministerie van Justitie lagen. Daarvan is bij nadere selectie 0,7 meter - een boekenplank vol dossiermappen - in de papierversnipperaar geëindigd.

De gekaapte trein bij De Punt in 1977.Beeld anp

Materiaal zoekgeraakt

Gaat het daarbij nog om materiaal dat als irrelevant werd beoordeeld, ook gevoelig materiaal is in de loop der tijd zoekgeraakt. Gesprekken in de trein werden afgeluisterd, maar verslagen daarvan zijn er nauwelijks. En er zijn de brisante vergadernotulen ('geheim') waarin de ambtelijke top bij Justitie zich actief bemoeide met de strafeis, om lastige vragen in de rechtszaal over het optreden van de mariniers te voorkomen. Die notulen vormen deel 10. Deel 1 tot en met 9 ontbreken.


Maar het logboek van de procureur-generaal in Leeuwarden bestaat nog wel. Vlak voor de bestorming begint, krijgt hij een telefoontje. Het blijkt Jacques Fonteijn, topambtenaar op Justitie, een van de breinen achter de operatie. In zijn schuine priegelhandschrift noteert de procureur-generaal de woorden van Fonteijn. Die zegt, terwijl er nog geen dode is gevallen: 'Nú gaat de aanval beginnen. 'Bloederige zaak.''


Tussen de paperassen van de Friese procureur-generaal zit ook de Kodak-film, in een geel hoesje. Zoals de val van Srebrenica (1995) een mislukt fotorolletje heeft, zo heeft de treinkaping bij De Punt een mysterieuze filmband. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de staat dit dossier binnenkort kan sluiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden