Waarom is Ghana arm en Nederland rijk?

Net als thuis in Kumasi is het grote feest voor de Ashanti-koning zaterdag in Amsterdam niet, zegt Paul Bekon, een Ghanese schoonmaker....

De clubs van Ghanezen in Nederland organiseren deze durbar, 'een feest van ontmoeten en begroeten' van de asantehene (koning) en zijn onderdanen. Koning Osei Tutu II is in Nederland voor de viering van driehonderd jaar diplomatieke betrekkingen. Hij was bij koningin Beatrix, bezocht de deelraad Zuidoost en een school in de Bijlmer. Hij zag de cacaoverwerking in Zaandam en sprak voor zakenlieden, want de oud-ondernemer wil investeringen aantrekken voor Ghana.

Puur en alleen feest is het bezoek niet, want Nederland en Ashanti delen ook een geschiedenis van slavenhandel. De Amsterdamse wethouder Hannah Belliot zette de kwestie op scherp: als nazaat van een slaaf wilde zij de koning, wiens voorgangers slaven aan de Hollanders verkochten, niet begroeten, zei ze. Daar waren de organisatoren van de durbar wel van geschrokken, zegt een van hen, Ernest Owusu-Sekyere (vice-voorzitter van de koepelorganisatie van Ghanese clubs, Recogin) aan de vooravond van het feest. 'We hopen maar dat de Surinamers nog durven komen.'

Zijn vrees blijkt onnodig. Vlak voor de glorieuze binnenkomst van de asantehene speelt een Surinaamse trommelgroep; de jonge danseressen brengen de Ghanezen, allen in hun prachtigste kleren, in vervoering. Op de eretribune zit niet alleen de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, maar ook de voorzitter van de deelraad Zuidoost, Elvira Sweet, net als Belliot een nazaat van slaven.

Belliots verwijt steekt des te meer, omdat dit bezoek zo belangrijk is voor de Ghanezen. 'Belangrijker dan het bezoek van de president', zegt Nana Osei van de kleine Ghanese zender in de Bijlmer Sankofa TV. 'Want dit is geen politiek bezoek.'

Joe Ossei-Akoto kwam met een groep Ghanezen uit Duitsland. Daar werkt hij al 22 jaar als goederenmakelaar, maar de band met thuis blijft altijd, al is het maar omdat hij na zijn pensionering terug zal gaan. Is er in Nederland discussie over slavenhandel? 'Natuurlijk waren wij daarbij betrokken. Een heel belangrijk onderwerp om te bespreken.'

De koning bestijgt een podium. Hij neemt plaats op een ceremoniële stoel, de parasoldrager naast hem, twee traditionele jagers achter hem, twee helpers voor hem, allen rijk behangen met gouden versierselen. Want Ghana werd vroeger niet voor niets de Goudkust genoemd. Het podium vult zich met het gevolg, terwijl muzikanten op hoorns blazen.

De gasten zitten op een tegenoverliggend podium. Er volgen toespraken. Burgemeester Cohen moppert dat de Ghanezen in Amsterdam zo slecht Nederlands spreken. Voorzitter Sweet roert het pijnlijke onderwerp aan: de koning zal ook wel hebben vernomen van de commotie over het slavernijverleden.

Het beeld dat Afrikanen Afrikanen verkochten, is te simpel, zegt zij. Meer propaganda dan kennis van de geschiedenis. Die was veel ingewikkelder: de Ashanti hebben ook honderd jaar lang tegen het kolonialisme gevochten. De Ghanezen nu nog de schuld geven van de slavernij, zaait verdeeldheid onder de zwarte bevolking van Amsterdam-Zuidoost. Terwijl zij juist probeert om iedereen te verenigen: 'Wij zijn allen de nieuwe Amsterdammers.'

Al die tijd zit de koning strak onder zijn parasol en toont bijna geen emotie - zoals het een asantahene betaamt. Zelfs niet als zijn onderdanen opspringen en jubelen en zingen bij de toespraak van hun vertegenwoordiger, blootsvoets en met ontblote schouders uit respect voor de koning.

Ten slotte spreekt de koning, via de mond van zijn woordvoerder. Dat hoort bij een officiële, traditionele gebeurtenis. Osei Tutu richt het woord tot zijn spreker, die zijn woorden nazegt via de microfoon. Voor deze bijzondere gelegenheid volgt een samenvatting in het Engels. De asantahene spreekt niet over de slavenhandel.

Hij roert andere kwesties aan. Het is mooi dat Nederland driehonderd jaar diplomatieke en economische betrekkingen wilde vieren, zegt hij, maar toch knaagt de vraag: hoe komt het dat Ghana nu arm is en Nederland rijk? Waarom proberen zo veel Ghanezen naar Nederland te gaan? In sommige dorpen krijgen kinderen nog steeds les onder de bomen. Zijn onderdanen sterven aan malaria en HIV-aids 'uit onwetendheid of roekeloosheid'.

Daar probeert de koning iets tegen te doen. De Ghanezen in Nederland moeten hem helpen: stuur geld voor projecten in de dorpen van herkomst. Of koop aandelen in de onderneming voor ontwikkelingsprojecten die de koning is begonnen. Het is niet goed om alleen maar hulp aan de westerlingen te vragen.

Wat Nederland betreft: de koning pleit voor liberalisering van de invoerregels, zodat Ghanezen hun spullen gemakkelijker kunnen exporteren. En voor een generaal pardon voor alle Ghanezen zonder papieren in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden