Waarom is er niet niks?

Toneelgroep Amsterdam oude stijl neemt in grote bezetting afscheid met 'Zonder Titel' van Wim T. Schippers. Een toneelstuk over Bastiaan, een jongeman in de stad....

'WACHT EVEN', roept Roeland Fernhout, 'ik ben nu in totale verwarring, dacht ik.' Titus Muizelaar: 'Welnee. Je hebt zonet juist een heel belangrijke beslissing genomen.' Overnieuw. Janni Goslinga: 'Nou vergeet ik wéér m'n mond te houden, hier.' Muizelaar: 'Ja. Wissen die harde schijf.' Nog een keer. Wim T. Schippers veert overeind en voegt zich bij het clubje op de speelvloer. Gedempt overleg. Geroezemoes in de coulissen.

Toneelgroep Amsterdam repeteert, nagenoeg iedereen is erbij. Het laatste grote ensemble-stuk van TGA-oude-stijl, voordat Ivo van Hove in januari het leiderschap overneemt. Zonder Titel heet het stuk, Wim T. Schippers schreef het, Muizelaar regisseert.

Week voor de première: nu loopt er ook nog pers door het Transformatorhuis. Muizelaar slaat een arm om Schippers' schouders, Schippers zet een fles toneelwhiskey aan zijn mond - even op de foto. En volgende scène.

JESSICA:

Waarom is er wat er is....

TONNY:

Weet ik dat.

JESSICA:

Waarom is er niet niks?

En wat zou je je daarbij moeten voorstellen...

TONNY:

Niks.

JESSICA:

Ja, daar gaat het nou juist om.

TONNY:

Het gaat om niks, ja ik volg je wel. En volgens mij stelt dat niks helemaal niks voor. Daarom kan je je er ook niks bij voorstellen. Het woord zegt het al.

Pourquoi il-y-a quelque chose que rien? Wim T. Schippers gaf Zonder Titel dit filosofisch vraagstuk mee, al in 1714 opgeworpen door Leibniz. Leuk thema, zegt hij. 'Waarom is er niet niets? Het is veel gekker dat je er bent, dan niet.' Zó'n vraag casual laten stellen door zo'n Jessica, een studente van 23 jaar (gespeeld door Goslinga), dat doet hij graag. 'Beetje karikaturaal. Zoals Ge Braadslee ooit aan de groenteman vroeg, nadat ze net een kilo peren had besteld: ''Wat denkt u, is er een leven na de dood?'' Zegt de groenteman: ''Ik denk van wel. Niet dat ik het zelf nog zal meemaken....Anders nog?'' Dat is toch prachtig?'

Waldolala, We zijn weer thuis, kinderprogramma's (Schippers = Ernie), Kutzwagers en Going to the Dogs, de wetenschapsquiz en beeldende kunst: het grijpt terug op elkaar, verwijst naar elkaar, is op een of andere manier verweven met elkaar, het werk van Wim T. Schippers. Liever zegt hij dat niet zo: 'Mijn werk, dat klinkt zwaarwichtig.' Hij maakt gewoon iets. Alsof zijn leven ervan afhangt, zoals nu ook weer. Delegeren is moeilijk, ieder detail belangrijk. Hij zit er bovenop.

Zonder Titel was drie jaar geleden bedoeld als cadeautje van Rijnders aan Peter Oosthoek - Oosthoek die in '84 Kutzwagers bij Toneelgroep Centrum had geregisseerd. Schippers had sindsdien nauwelijks meer iets voor toneel gedaan. 'Er was veel belangstelling na Kutzwagers. Ook van buiten Centrum - dat werd toch opgeheven.' Grinnikt: 'En nu TGA ook al weer.'

'Bedenk iets, riepen ze. Maar ik wist niks om over te schrijven. En dan ga ik niet zitten tobben, dan schrijf ik niet.' Totdat Rijnders aanklopte. Schippers zei ja. Er schemerde iets door zijn hoofd dat wat worden kon. 'Iets heel groots met een volledige bezetting. Want zoiets is ook een buitenkansje, in de vrije sector kun je nooit aan zo'n grote groep goede acteurs komen. Ze zijn allemaal betaald!'

Om een lang verhaal kort te maken: Peter Oosthoek deed het niet, Gijs de Lange bij nader inzien ook niet, Schippers ging wat anders doen - totdat Titus Muizelaar het zag zitten. 'Jij maakt een stuk, ik ga het uitvoeren, zei Titus. En toen zei ik: het begint met een kudde schapen. Want ik schrijf geen tekst, ik schrijf een toneelstuk, met decorwisselingen. Inleidingen. Als stimulans: jottem, we gaan iets moois maken. Hier wordt een geluidsband bij vervaardigd, heel zorgvuldig, en daardoor krijg je een bepaald effect, soms nét op het randje. Dat is met het hele stuk: er zitten een hoop grappen en kluchtachtige dingen in maar die moeten met volmaakte ernst worden gespeeld.'

Uit de mensenmassa van de grote stad maakt zich een jongeman (Fernhout) los - en wat hij al niet op zijn weg vindt en teweeg brengt, dat is het. Sommige dialoogjes, zegt Schippers, zijn hem extra lief, maar feitelijk is niets los te zien van de context: het is een geheel. Uiteindelijk valt alles op zijn plaats, krijgt ook de titel invulling, let maar op.

Inmiddels is Rijnders gearriveerd, even, om te kijken. Hij is zelf bezig aan Bernhard, zijn stuk voor en met Sigrid Koetse. 'Gaat goed hè', vraagt regie-assistente Marjolein Polman. 'Wat heb jij daar eigenlijk om je nek?' vraagt Schippers, doelend op haar sjaaltje. 'Het lijkt wel een keukendweiltje. Maar het staat je leuk hoor.' Hé, Wim T., roept een stem uit de coulissen. Weet je dat je Verzameld Werk nu voor veertig piek bij De Slegte ligt?

Erachter gaan de repetities door. 'Moet het bloot?' vraagt Fernhout. 'Daar kom ik voor', zegt Rijnders. 'Ik ben mijn neusje kwijt', mompelt Celia Nufaar, clini-clown in het stuk. Kom op jongens, zegt de regisseur. 'Deze scène nog een keer en wat er daarna komt - daarover hoef ik niet na te denken, want dat weet ik gewoon nog niet.'

Even later, dramatisch: 'Ik-doe-dit-nooit-meer. Dit-was-de-laatste-keer.'

Dolle boel? Titus Muizelaar: 'Mwah...toevallig nu. Dat is ook een manier om de paniek te bezweren.' De laatste week is berucht. Daarbij is het met een komedie lastiger bepalen of het nog leuk is naarmate je er langer mee bezig bent. 'Op gegeven moment heb je respons van het publiek nodig.' 't Is een van zijn zwaardere klussen. Voor iedereen trouwens. Niet omdat Wim T. er met zijn neus bovenop zit. 'Anders had ik hem gezegd dat ie er niet bij mocht zijn. Integendeel. Er zijn heel veel vragen omtrent connecties in het stuk, over gedachtensprongen, die onderlinge discussies niet kunnen verhelderen. Dan is het prettig als de schrijver erbij is om uitleg te geven. En je ziet het zelf, ik zeg zo af en toe: Wim, nou je mond houden.'

De moeilijkheid zit in andere aspecten. 'Regelmatig loop ik even naar een acteur toe. Dan zie ik paniek. Ze zijn zó geneigd een personage psychologisch te benaderen. Dan kan ik tachtig keer uitleggen dat het muziek is, dat het om ritmeren gaat, dat je goed moet luisteren naar de muzikaliteit - ingewikkeld. En dan is het ook nog een grote ploeg. Iedereen werkt vanuit zijn eigen motoriek, zijn eigen kijk op de zaak. Het is tunen, daar ben ik dag en nacht mee bezig.

'Anderzijds: je weet niet hoe het moet en dat is leuk. Daar wil je je vingers wel aan branden. Het kent geen opvoeringstraditie. Anders dan wanneer je Ibsen doet. Over Hedda Gabler heeft iedereen wel een idee. En afgezien van alles: ik heb altijd van het werk van Wim gehouden. In dier voege is dit mij dierbaar.'

Voor Muizelaar is het de laatste regie bij de groep. 'In deze constellatie, ja. Ik ben nooit zo weemoedig over dat soort dingen. Het is niet m'n laatste regie. Direct hierna doe ik iets bij Het Toneelhuis en bij Cosmic doe ik twee producties, twee kleine. En van Ivo kan ik het begrijpen: hij wil helemaal met een schone lei beginnen. Volgend jaar speel ik de hoofdrol in zijn The Massacre at Paris. Dat stel ik zeer op prijs. Dat is een helder statement.'

Nuchter ook over het eind van TGA-oude-stijl: 'Ik vind het heel erg leuk dat we met elkaar in een laatste voorstelling eindigen. En buitengewoon onsentimenteel dat het niet van Gerardjan is, dat vind ik goed.'

Aanvankelijk zou Rijnders (de herder!) dus met een kudde schapen zijn opwachting maken. Muizelaar moet zuchten van het schapenverhaal. Het was te duur. 'Bovendien moet je niet onderschatten hoeveel poep er her en der terecht komt als je veertig schapen over het toneel jaagt.' Ach, het was een geintje, eigenlijk. Schippers eiste schapen, uit balorigheid, Muizelaar deed niet voor hem onder. Glimlacht: 'Fijn duo zijn we. Houden van dezelfde pesterijen.'

Schippers komt afscheid nemen. Achter de toneelzaal klinkt gekletter op van borden en bestek, snijdt Kitty Courbois grote hoeveelheden paprika en trekt Muizelaar zich terug voor een potje poker. Pauze.

Roeland Fernhout schiet even wat anders aan. Het ziekenhuisschortje uit de tweede acte is een beetje koud en bloot. Fernhout is Bastiaan, de jongeman. Hij is een fantast, iemand op zoek naar een leuker leven - relatie met vriendin in het slop, die met z'n ouders ook niet top - zoiets. Met hem gebeuren dingen en hij brengt van alles teweeg: rondom hem is de structuur van het stuk opgebouwd.

Ingewikkeld. 'Ik ben er nog niet uit', zegt hij. Speelde nog in De Cid en de hoofdrol in Stalker toen de repetities begonnen, maar nu heeft hij gelukkig weer wat meer ruimte in zijn hoofd. Het is zijn eerste komedie.

Fernhout is 28 jaar en zegt ook: 'Ik kende eigenlijk maar weinig van Wim T. Schippers. Ik was echt blij dat-ie erbij zat, om dingen door te praten. En weet je wat ook hielp: de strips van Sjef van Oekel! We hebben behoorlijk zitten puzzelen. Bastiaan raakt aan de jonge Wim T. Schippers, en aanvankelijk had ik dan ook zo'n colbertje aan.'

Trekt een moeilijk gezicht. Er zit muziek en zang in de voorstelling en zijn aandeel in een duet baart hem behoorlijk zorg. Het is geen eenvoudig deuntje dat je even meebrult. Zucht. Leuk bedacht, maar nu de uitvoering nog. Dan weer opgewekt: 'Ach, we hebben nog een week.'

Belangrijkst is de timing. 'Je moet heel precies zijn in dit stuk. Heldere keuzes maken, van zin tot zin.' En dat in het Engels, want jawel: de helft is in het Engels. Er kwam zelfs een coach aan te pas, waardoor Kees Hulst en Jacqueline Blom nu als volleerde Britten over het toneel struinen, Hajo Bruins en Hugo Koolschijn, als twee Amsterdamse politiemannen, er juist weer niks van bakken en Fernhout hier tussenin zit.

BASTIAAN:

I'm an unexpected and long forgotten side-effect. [...] The unintended product of a rapist. Actually I shouldn't be here. I was never part of the official plan. (..)

Hij maalt een rietje tussen zijn kaken fijn. 'Vind je Schippers een toneelschrijver?' vroeg hij eerder. 'Ik vind 'm meer een fenomeen. Zo is dit ook eerder een fenomeen, Zonder Titel. Grinnikt: 'En ik speel de titelrol.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden