Waarom ik zoveel van Paddy houd

De Britse avonturier Patrick Leigh Fermor ( 1915-2011 ) was een van de grootste reisboekenschrijvers. In Nederland is 'Paddy' nauwelijks bekend. Schrijver Jaap Scholten legt uit waarom daar dringend verandering in moet komen.

Vorige maand reisde ik naar Richis, een verlaten dorp in Transsylvanië. Ik was uitgenodigd te spreken op het Transylvanian Book Festival. Het publiek betaalde 800 pond (950 euro) per persoon om in een uithoek van de wereld in een schoolgebouw zonder leerlingen drie dagen lang op klapstoeltjes naar schrijvers te luisteren en de lokale palukes te eten.


Het Saksische dorp lag als een oase aan het einde van een vallei. De terrassen waar ooit druiven geteeld werden en de akkers in het dal waren overwoekerd door struiken. Een kwart van de bontgekleurde boerderijen lag er verlaten bij, de rest was in gebruik genomen door zigeunerfamilies. In de Lutherse kerk vormden zeven Saksische bejaarden het koor der standvastigen.


Na de val van Ceau¿escu was het dorp leeggelopen. De Saksen konden de door Duitsland geboden gastvrijheid en uitkeringen niet weerstaan. Een volhardend oud vrouwtje vertelde me hoe na de exodus de achtergebleven honden en katten aan de gesloten deuren van hun huizen krabden - er was niemand meer om open te doen.


Het festival in Richis was georganiseerd door een Engelse dame met indigoblauw haar. Tot mijn verbazing waren er, inclusief de schrijvers, tegen de honderd man. Onder hen één Transsylvaanse gravin met haar beeldschone dochter uit Wenen; verder bestond het publiek uit excentrieke Engelsen die als bindende factor hadden dat ze allemaal liefkozend over 'Paddy' spraken, die ze ook allemaal persoonlijk leken te hebben gekend.


'Paddy' is de roepnaam van de in 2011 overleden Patrick Leigh Fermor, een in Nederland niet erg bekende auteur, die door veel Britten als de grootste reisboekenschrijver van de vorige eeuw wordt beschouwd.


Toen ik onderzoek deed voor mijn boek Kameraad Baron dook de figuur Patrick Leigh Fermor geregeld op in de conversatie. En dat doet hij nog steeds. Een Hongaarse vriend bekende mij pas dat zijn grootmoeder de mysterieuze Angéla was, de roodgejurkte getrouwde vrouw uit Tussen wouden en water met wie Fermor een woeste affaire beleefde in Transsylvanië.


Fermor wandelde in 1934 als 18-jarige van Hoek van Holland naar Constantinopel. Hij schreef twee boeken over die tocht: Langs Rijn en Donau en Tussen wouden en water en kondigde in 1986 een derde deel aan. Door dat tweede, magistrale, boek en door zijn avontuurlijke leven hou ik van deze schrijver.


Fermors ouders woonden in India en zonden hem vanaf zijn eerste levensjaar naar gastgezinnen en kostscholen in Engeland. Hij had een formidabel geheugen, maar was met zijn tomeloze energie op geen school te handhaven. Van de laatste werd hij op zijn 17de verwijderd omdat hij de hand van de dochter van de groenteboer zou hebben vastgehouden, wat naar ik aanneem een Engels understatement is. Enige maanden hing hij feestend en onvoldaan rond in Londen. Toelating tot een universiteit was uitgesloten en zijn wilde natuur maakte hem weinig geschikt voor militaire scholing. Langzaam gingen alle deuren voor hem dicht. Hij was een jongen zonder geld, zonder contacten, zonder opleiding.


In een opwelling besloot hij van Hoek van Holland naar Constantinopel te lopen. In de stromende regen vertrok hij op 9 december 1933 naar Nederland. Een knieperige ouderlijke toelage van een pond per week werd naar consulaten op de route gestuurd. In zijn rugzak had hij een slaapzak, een zware legerjas, The Oxford Book of English Verse, een Duits woordenboek en een deel van Horatius' Oden. De eerste 1.500 kilometer waren zwaar: vrieskou buiten en Hitlerjugend in elke pleisterplaats.


In Boedapest belandde hij bij baron en barones Berg op de Uri utca. Dit barokke huis met donkere gewelfde kamers en een oneindig diepe kelder heb ik vaak bezocht, de huidige eigenaar is Gloria Berg. Haar ouders verschaften Fermor toegang tot de Hongaarse aristocratie, waardoor hij in Transsylvanië niet langer van hut naar hooiberg reisde, maar van landhuis naar landhuis. Hij kreeg introductiebrieven mee, wat het karakter bepaalde van het verdere verloop van zijn tocht - en van zijn leven. Het bezorgde hem toegang tot de cercle waar hij prinses Balasha ontmoette.


Ongeveer 180 kilometer oostwaarts van het boekenfestivaldorp ligt Baleni, het landgoed in Oost-Moldavië waar Fermor, na zijn wandeltocht, van 1935 tot 1939 verbleef. Hij leefde met de zestien jaar oudere Moldavische prinses Balasha Cantacuzene. De jaren in het afgelegen landhuis met de achthoekige bibliotheek, de intense conversatie in het Frans met de erudiete Balasha, haar zusje en haar zwager evenals de bonte verzameling personeel - Ionitza de Moldavische kok, Ifrim Podubniak de butler, Ivan de Russische loodgieter, Mihai Pintili de Poolse paardenman en manusje van alles Mustafa uit de vlakte van Dobrudja - waren een zegen voor de jonge Fermor.


Fermor beschreef dat door bossen en heuvels omsloten en met boeken afgeladen huis als magisch, er werd een Tsjechov-achtig leven geleid, 's winters reikte de sneeuw tot aan de vensterbanken en kon er alleen met de arreslee uitgegaan worden. Hij verslond de huisbibliotheek. Baleni nam de plaats in van de universiteit die hij nooit had bezocht en gaf hem het warme familieleven dat hij nooit had gekend.


Tijdens de wandeltocht naar Constantinopel had Fermor drie notitieboeken volgepend. Eén notitieboek was onderweg gestolen in een jeugdherberg in München, een tweede had hij ter bewaring gegeven in Londen waar het verloren ging in de Tweede Wereldoorlog. Het derde - zijn dagboek uit 1934, dat onder de exegeten bekend staat als the green notebook - liet hij in 1939 achter bij Balasha toen hij zich naar Engeland haastte om zich bij het leger aan te sluiten. Hij dacht dat het een korte oorlog ging worden en hij spoedig zou terugkeren.


In Engeland kwam Fermor vanwege zijn talenkennis terecht bij de afdeling Special Operations Executive. Hij werd op Kreta, het belangrijkste distributiepunt voor het Duitse front in Noord-Afrika, geparachuteerd om het verzet te organiseren. Met een draagbare radio berichtte Fermor aan het Britse hoofdkwartier in Caïro welke schepen met welke lading de havens verlieten. Vermomd als Kretenzische herder trok hij in de bergen van de ene schuilplaats naar de andere.


Omdat de Britten in '44 een opsteker konden gebruiken, werd Fermors plan om de Duitse opperbevelhebber van Kreta te ontvoeren goedgekeurd. Vermomd als Duitse soldaat hield hij - samen met Stanley Moss - op de avond van 26 april 1944 bij Archanes de auto van generaal Heinrich Kreipe aan en overmeesterde de chauffeur. Met Moss achter het stuur, Fermor ernaast met de generaalspet diep over de ogen getrokken en generaal Kreipe tegen de vloer gedrukt, passeerden zij 22 Duitse checkpoints.


Geholpen door de partizanen verdwenen ze de bergen in. Het gehele Duitse garnizoen op Kreta opende de jacht. Na tweeenhalve week lukte het ze generaal Kreipe door de Duitse omcirkeling te loodsen. Ze werden 's nachts opgepikt door rubberbootjes met zwaarbewapende Engelsen van de Raiding Forces die teleurgesteld constateerden dat er op het strand geen Duitsers aanwezig waren om te bevechten. Een onderzeeboot bracht hen naar Caïro. Dit huzarenstukje maakte Fermor tot een nationale held in Griekenland.


Op het Transylvanian Book Festival sprak iedereen over 'Paddy'. Er was een jonge Brit, Nick Hunt, die de 2.500 kilometer lange tocht van Fermor had nagelopen. William Blacker, een protegé van Fermor, vertelde over zijn bezoeken aan Fermor in Griekenland waar zij in het Roemeens over Roemenië spraken. Blacker zorgde, onaangekondigd, voor het meest Fermoreske onderdeel van de driedaagse bijeenkomst door een ploegje schrijvers tot in het ochtendgloren op sleeptouw te nemen naar het tl-verlichte zigeunercafé van Richis en de hoerige zigeunerdisco van Sighisoara.


Beatrice Monti della Corte, de weduwe van schrijver Gregor von Rezzori, vertelde over de vriendschap tussen de twee schrijvers, hoe 'Paddy' en 'Grisha' (Rezzori's roepnaam) als een tweeling waren, twee ondeugende jongetjes, die een grote liefde voor vrouwen en voor Roemenië deelden. Beatrice zei dat Rezzori elke ochtend onder de douche luidkeels een operetteliedje zong: 'I come from Transylvania, where love is such a mania.'


Rezzori en zij zochten Fermor op in Kardamyli met de geleende helikopter van een rijke vriend. De piloot wenste coördinaten en een duidelijke landingsplaats. Ze werden opgewacht door een naakte Fermor die met een witte paraplu heen en weer rende en een kleine levensgevaarlijke rots onder de kliffen aanwees. Foeterend zette de piloot er de helikopter neer. Daarna moesten alle koffers omhoog gezeuld worden. Bij aankomst boven bleek achter het huis een perfect grasveld te liggen. Op Beatrices vraag waarom hij de helikopter niet daarheen had gedirigeerd, antwoordde Fermor: 'Maar dan was het helemaal niet avontuurlijk geweest!'


De laatste spreker op het Transylvanian Book Festival was Artemis Cooper, de biografe van Fermor (Patrick Leigh Fermor - An Adventure, 2012). Voor háár waren de excentrieke Engelsen gekomen. Samen met Colin Thubron redigeerde zij na de dood van Fermor The Broken Road, het laatste deel van de trilogie, die op het punt van verschijnen stond. Al 27 jaar wachtte men op dit derde deel. Tijdens de lunch in de tuin bij het schoolgebouw vroeg ik haar waarom deel drie niet door Fermor zelf afgerond was.


Artemis Cooper: 'Op nieuwjaarsdag 1935 bereikte hij Constantinopel, hart van het bewonderde Byzantium. Vervolgens schreef hij in zijn notitieboek alleen nog maar over meisjes en op stap gaan met de Griekse consul. Geen woord over de Aya Sophia. Alsof het bereiken van het einddoel een deceptie was: hier ben ik aan het eind van een grote reis en ik ben nog steeds dezelfde. Constantinopel bracht die anticlimax. Paddy vertelde me dat wanneer hij die stad later bezocht, het altijd was alsof er een groot gewicht op hem drukte. Ik denk dat hij zich er daarom niet toe kon zetten het derde deel van de trilogie af te maken.'


Cooper kent Paddy sinds haar kinderjaren. 'Hij was bevriend met drie generaties van mijn familie, wat aangeeft wat een talent voor vriendschap hij bezat', vertelde ze tijdens het festival. 'In 1972, toen ik 17 was, bezocht ik hem in Griekenland. Ik had net Zorba de Griek gezien. Ik viel als een schoolmeisje voor hem. Ik geloof niet dat ik daar ooit helemaal van hersteld ben. Paddy was dol op vrouwen, hij omringde zich met vrouwen, maar hij was zeer discreet. Hij was de meest onderhoudende man die ik ooit ontmoet heb. Hij won hen met zijn charme, zijn verschijning, zijn wilde dansen, de liederen en de gedichten die hij opdaverde in alle talen van de wereld. Veel mensen hadden medelijden met zijn vrouw Joan, maar de affaires waren lichamelijk en niet van de ziel.'


Joan was veel filosofischer dan hij, aldus Artemis Cooper: 'Ze hadden geen kinderen. Ik vergelijk hem met Peter Pan. Als je het leven deelt met Peter Pan kun je er geen andere kinderen bij hebben. Peter Pan heeft Wendy nodig voor de grote lenteschoonmaak. Joan regelde zijn leven en stond hem de andere vrouwen toe, maar weigerde op een goed moment nog langer het bed met hem te delen.'


Fermor ontmoette zijn vrouw, Joan Eyres Monsell, in 1944 in Caïro. Ze trouwden 22 jaar later, nadat zij samen een huis hadden ontworpen in Kardamyli. Ze bleven de rest van hun leven bij elkaar. Joan lijkt voor Fermor te zijn geweest wat Beatrice Monti della Corte voor Rezzori was: de stabiele factor die zorgde voor de optimale, het schrijven bevorderende, situatie. Beide mannen bouwden met hun vrouwen een huis op een afgelegen plek en moesten toen wel gaan zitten om te schrijven.


Zijn biografe: 'Paddy hield van de nacht, van de donkere kant van de stad, van zeelui, soldaten, hoeren, van de sleetse glamour van hoerenkasten en zeemanskroegen. Hij stroopte in Boekarest de bordelen af. Hij haatte het om naar bed te gaan. Hij wilde altijd doorgaan. Schrijven viel hem zwaar. Herhaaldelijk sloot hij zich op in kloosters. Om tot schrijven te komen, moest hij afstand nemen van de wereld. Daarom bouwden zij in 1963 het huis in een uithoek van Griekenland.'


In 1965 zocht Fermor zijn eerste grote liefde op. In 1945 had hij dat al geprobeerd, maar had hij geen toegang gekregen tot Roemenië. Balasha woonde met haar zusje en zwager op een zolder in het stadje Pucioasa aan de voet van de Karpaten. Fermor arriveerde achter op een motor in het donker en sloop heimelijk naar de bovenste verdieping. De ontberingen als 'vijand van het volk' hadden een ruïne van Balasha gemaakt: ze was doof geworden, grijs, haar gezicht vol groeven.


Fermor bleef 48 uur, ze spraken aan één stuk, alleen onderbroken door wolvenslaapjes in hun stoelen. Balasha vulde de tussenliggende jaren in. Na de oorlog had zij tevergeefs geprobeerd het land uit te komen. In de nacht van 2 op 3 maart 1949 waren zij en haar zusje door een communistische militie van hun bed gelicht en hadden ze 15 minuten gekregen om een koffer te pakken. Ze werden eerst naar Boekarest en later naar Pucioasa gedeporteerd. Het magische huis werd met de grond gelijk gemaakt. Alleen de muur van het park van Baleni staat er nog.


'Paddy had horloges bij zich voor Balasha en haar zusje', vertelde Artemis Cooper: 'Bij het afscheid had Balasha ook iets voor hem. Zij haalde een versleten groen notitieboek tevoorschijn dat zij 26 jaar lang voor hem had bewaard. In die paar minuten in de nacht van 2 maart had ze het schrift van haar verdwenen geliefde bij zich gestoken. Het enige nog bestaande reisnotitieboek, dat hij in 1934 in Bratislava was begonnen.'


Met het groene notitieboek redigeerden Artemis Cooper en Colin Thubron het manuscript van The Broken Road. Het boek verschijnt in juni 2014 in Nederlandse vertaling bij uitgeverij Atlas Contact.


Jaap Scholten

Jaap Scholten (Enschede, 1963) is getrouwd met een Hongaarse en woont in Boedapest. Zijn boek Kameraad Baron (2010) werd bekroond met de Libris Geschiedenis Prijs.


REISTRILOGIE VOLTOOID

In 1934 liep Patrick Leigh Fermor (1915-2011) van Hoek van Holland naar Constantinopel. Dertig jaar na de wandeltocht begon Fermor, dankzij een verzoek van een reistijdschrift, te schrijven over de tocht. In 1977 verscheen het eerste deel A Time of Gifts en in 1986 deel twee: Between the Woods and the Water. Dat tweede deel eindigde met de woorden: TO BE CONCLUDED. 27 jaar later is eindelijk het derde deel verschenen: The Broken Road.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.