Waarom ik voor één keer SP stem

Zolang ik kiesgerechtigd voor de Tweede Kamer ben, en dat is sinds 1967, heb ik onveranderlijk PvdA gestemd. Een sociaal-democratische opvoeding door twee AJC'ers gaat je niet in de koude kleren zitten en bovendien voel ik mij nog altijd verwant met het standpunt van wijlen Bart Tromp: 'Ik ben aanhanger van een imaginaire PvdA' - in mijn geval een partij die de beste elementen van Joop den Uyl, Drees sr. en Drees jr. in zich verenigt.


Toch heb ik besloten op 12 september SP te stemmen.


Ik ken alle serieuze bezwaren: de nooit overtuigend afgezworen maoïstische oorsprong van de partij, het nog altijd verre van vrije interne discussieklimaat, de gedwongen inkomensafdracht van verkozen SP-vertegenwoordigers waardoor de partij miljoenen binnenhaalt. Maar voor mij draaien de verkiezingen van 12 september om iets anders.


Ik vind het nog steeds onvergeeflijk dat de VVD en het CDA, puur om wille van de macht, in zee gingen met de PVV. Ten bewijze van het weerzinwekkende karakter van die laatste partij hoef ik maar één zin uit hun vorige verkiezingsprogramma te citeren: 'Op 4 mei gedenken wij de slachtoffers van het (nationaal) socialisme.'


Tot op zekere hoogte konden de regeringspartijen zich verschuilen achter het argument dat dit ketelmuziek van de gedoogpartner was, zonder reëel effect op het beleid. Dat geldt echter niet voor de impact van de PVV op de cultuurpolitiek. Ik chargeer nauwelijks als ik zeg dat de filosofie van dit kabinet luidt: 'Alles wat meer luisterinspanning vergt dan Jan Smit of Frans Bauer moet als 'linkse hobby' zijn eigen broek maar ophouden'. En het was een VVD-staatssecretaris die dit rancuneuze beleid met groot enthousiasme ter hand nam.


In normale West-Europese landen bestaat vanouds een stevige verstrengeling tussen de burgerlijk-rechtse partijen en de gevestigde kunsten. Sarkozy en Merkel beschouwen hun opera's, balletten, orkesten en musea terecht als onderdeel van de nationale glorie waarvoor zij pal staan. Alleen in Nederland is het bestaanbaar dat een representant van een regeringspartner het Residentieorkest aanduidt als 'een tromboneclubje' voor een 'elitegezelschap'.


Hoezeer het nieuwe cultuurbeleid een breuk met het verleden markeert, mag blijken uit de volgende paradox. Het Metropole Orkest verkeert nu in doodsnood. Wie was van 2007 tot oktober 2010 voorzitter van de Stichting Vrienden van het Metropole Orkest? Niemand minder dan CDA'er Hans Hillen, minister van Defensie in het kabinet dat de moordaanslag op het orkest pleegt.


Het is de barbarij die dreigt te triomferen over de beschaving, wel degelijk ook vanuit het hart van de VVD en het CDA. Er is maar één oplossing: Rutte en zijn vrienden moeten weg uit het centrum van de macht. En daarvoor is het noodzakelijk dat de VVD op 12 september niet de grootste partij wordt.


Tot mijn grote verdriet maakt de PvdA onder leiding van Samsom geen schijn van kans om de verkiezingen te winnen. Dan blijft er maar één mogelijkheid over om Mark Rutte uit het Torentje te verdrijven. Extreme omstandigheden vereisen helaas extreme acties in het stemhokje. Het is niet anders: Mussert of Moskou, Rutte of Roemer.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden