ACHTERGRONDCoronatest

Waarom ik me veel te laat op corona liet testen (en u waarschijnlijk ook)

De Rijtuigenloods in Amersfoort dient momenteel als coronateststraat.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Veel Nederlanders steunen het test- en thuisblijfbeleid van de overheid. Tot ze zélf corona-achtige klachten krijgen, zoals verslaggever Rik Kuiper. Dan zijn er genoeg redenen te verzinnen om de gang naar de teststraat nog even uit te stellen. Hoe zit dat?

Gewetensvraag: u wordt wakker, uw mond voelt droog, u kucht een beetje. En dat op de dag dat u de weekboodschappen doet / de jaarlijkse borrel met studievrienden heeft / de vlucht naar Tenerife vertrekt. Wat nu?

Antwoord a (conform de richtlijnen van de overheid): u belt 0800-1202, gaat naar een teststraat van de GGD en blijft keurig thuis tot de uitslag van de test binnenrolt. Jammer van al uw plannen, maar zo helpt u het virus in te dammen.

Antwoord b (dat ik zelf koos, en u waarschijnlijk ook): u bagatelliseert de klachten, zoekt redenen om vooral niet te hoeven testen en gaat gewoon naar buiten, met in uw achterhoofd het idee dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen.

Zo lijkt het bij veel mensen te werken. De Corona Gedragsunit van het RIVM constateerde pas geleden dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders zich groot voorstander toont van het beleid van testen en thuisblijven – totdat ze zélf klachten krijgen. Uit een groot onderzoek bleek dat slechts twee op de tien mensen binnenblijven bij klachten die op covid-19 kunnen wijzen. Grofweg een op de tien laat zich testen. De overige negen dus niet.

Ik herken dat. Vorige week kreeg ik keelpijn, een héél klein beetje keelpijn. Ik googelde, in de hoop dat ik de klachten gewoon mocht laten sudderen. Maar helaas. ‘Heb je milde klachten’, las ik bij het RIVM, ‘zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest of verhoging tot 38 graden Celsius? En/of heb je plotseling verlies van reuk of smaak? Laat je testen en blijf thuis tot de uitslag bekend is.’

Ik besloot het tóch nog even aan te zien. De klacht was futiel, nu testen leek me onnozel. En bovendien: het kón niet. Ik zou thuis moeten wachten op de uitslag. En er stond een kampeerweekend op het programma dat ik niet wilde missen.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Kosten-baten

Later vroeg ik me af wat er in mijn hoofd gebeurd was. En in dat van de vele anderen die zich dus ook niet laten testen. Volgens hoogleraar gezondheidspsychologie Marijn de Bruin is het heel eenvoudig om je – bijvoorbeeld in die enquête – achter het strenge testbeleid te scharen. Maar mensen lijken pas in te zien wat dat beleid van testen en thuisblijven betekent zodra ze zelf klachten krijgen.

‘Ze moeten het telefoonnummer opzoeken, naar een teststraat rijden die niet altijd om de hoek is, en vervolgens thuis de uitslag afwachten’, zegt De Bruin, tevens lid van de gedragsunit van het RIVM, die het onderzoek naar de naleving van de maatregelen uitvoerde. ‘Wie doet dan de boodschappen? Hoe moet het met de kinderen? En met de mantelzorg die je verleent? Er komt heel wat bij kijken, en dat bij klachten die niet ernstig lijken.’

Mensen gaan dus ‘een kosten-batenanalyse maken’, zegt De Bruin. Ze zetten de voor- en nadelen tegenover elkaar en concluderen dan in veel gevallen dat ze de test kunnen laten zitten. ‘Daarbij redeneren mensen vaak vanuit hun eigen gezondheid’, aldus de hoogleraar. Het collectieve belang – met jouw test red je mogelijk anderen – lijkt naar de achtergrond te verdwijnen.

Opzettelijke onwetendheid

Tijdens de besluitvorming treedt cognitieve dissonantie op, zegt Bas van den Putte, hoogleraar gezondheidscommunicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Dat is het psychologische fenomeen waarbij je gedrag niet overeenstemt met je overtuigingen. ‘Je denkt dat je misschien corona hebt, maar laat je niet testen. Dat zorgt voor een onprettig gevoel. Om dat te laten verdwijnen, pas je je denkbeelden aan. Je gaat die klachten wegredeneren. Het zal wel meevallen. Het is vast iets anders.’

Aanwijzingen daarvoor vinden we in het onderzoek van de gedragsunit. Vier van de tien testweigeraars schreven hun klachten toe aan chronische aandoeningen als hooikoorts of astma – wat vaak ook wel zal kloppen. Twee op de tien dachten te maken te hebben met een gewone verkoudheid. Ook waren er mensen die, net als ik, niet testen omdat ze slechts milde klachten hebben of hooguit één van de symptomen.

Daarnaast treden nog andere psychologische mechanismen op, zegt Van den Putte. Zo zijn mensen bij een test altijd een beetje bang voor de uitslag. ‘Daardoor ben je geneigd te wachten. Totdat anderen zeggen: maak nou die afspraak maar.’ Die houding staat in de literatuur bekend als willful ignorance, opzettelijke onwetendheid. ‘In gewoon Nederlands: struisvogelpolitiek.’

Stoïcijns 

En dan speelt ook de Nederlandse volksaard een rol. Traditioneel is de zorgconsumptie hier lager dan bijvoorbeeld in België of Frankrijk, zegt arts en schrijver Ivan Wolffers. ‘Wij zijn vrij calvinistisch. Stoïcijns. Net als de Britten en de Scandinaviërs. We hebben geleerd dat we met kleine kwalen niet meteen naar de dokter stappen.’

Volgens Wolffers ontstond die houding in de jaren zeventig, toen de overconsumptie in de zorg voelbaar begon te worden. Burgers moesten vaker zelf nadenken en zelf verantwoordelijkheid nemen. ‘Daar zou de zorg efficiënter en goedkoper door worden. Er werden zelfs programma’s ontwikkeld om de mondigheid van burgers te versterken.’

Die mondigheid en zelfstandigheid zijn bij een pandemie dus problematisch. Wolffers: ‘Ook nu gaan mensen naar thuisarts.nl, ook nu denken ze het beter te weten dan de overheid ons voorspiegelt.’

De test

Na mijn kampeerweekend kwam ik tot inkeer. Met een heviger keelpijn én hoest fietste ik dinsdagochtend naar een teststraat. Met de wattenstaaf in mijn neus sprongen de tranen in mijn ogen, maar het viel mee. Binnen twee minuten stond ik buiten. Dat moeten dus meer mensen doen, maar hoe krijg je ze zover?

Deskundigen riepen deze week in Trouw om een laagdrempeliger testinfrastructuur. Dat mensen soms een halfuur moeten rijden voor een test, werkt averechts. Dat de uitslag twee dagen op zich laat wachten ook. ‘Hoe makkelijker we het maken, hoe eerder mensen bereid zijn zich te laten testen en thuis te blijven’, zegt hoogleraar Marijn de Bruin.

Bas van den Putte vermoedt dat ook de quarantaineregels rondom de test een hindernis vormen. Het vooruitzicht jezelf tot de uitslag thuis op te moeten sluiten, schrikt af. Misschien, zegt hij, moeten we daar bij mensen met milde klachten vanaf. Dat klinkt contra-intuïtief, maar Van den Putte verwacht dat mensen zich dan eerder zullen laten testen, omdat ze er minder hinder van ervaren. ‘En anders lopen ze misschien zeven dagen met klachten rond voordat ze zich een keer laten testen.’

De Bruin leidt uit het onderzoek van de gedragsunit af dat de communicatie scherper kan. Want bij welke symptomen moet je je nou echt laten testen? Ook vindt de hoogleraar dat beter benadrukt moet worden dat testen vooral een collectief belang dient, al geeft hij direct toe dat dat geen gemakkelijke taak is. De effecten van preventie zijn namelijk per definitie onzichtbaar. Het gaat om ziektegevallen die níét optreden.

Om daar toch een beeld van te krijgen, rekende het RIVM uit wat het testbeleid oplevert bij een reproductiegetal van 1, waarbij elke geïnfecteerde één ander besmet. Daar kwam uit dat we met elke positieve test het komende halfjaar zes infecties voorkomen, zegt De Bruin. ‘En inmiddels ligt die R-waarde al hoger.’

Door dergelijke cijfers naar buiten te brengen, hoopt De Bruin dat mensen snappen waarvoor ze het doen. Die strategie lijkt te werken, zegt hij. Sinds de gedragsunit vorige week naar buiten bracht hoe weinig mensen zich laten testen en waarom dat een probleem is, schoot het aantal aanvragen voor coronatests binnen een dag met circa 40 procent omhoog. ‘Zo’n grote verandering in gedrag zie je zelden’, zegt De Bruin. ‘Het lijkt erop dat mensen op die informatie zaten te wachten.’

De uitslag

Bij mij rolde de uitslag na 48 uur en 27 minuten mijn mailbox in – net iets later dan beloofd. ‘In verband met een vertraging in het telefonisch doorgeven van de uitslagen bij het landelijk callcenter’, schreef de afdeling testuitslagen van de GGD regio Utrecht, ‘geven wij de uitslag via de mail aan u door, zodat u vast op de hoogte bent.’

In de bijlage las ik: ‘De uitslag van uw test is negatief. Toen u getest werd had u geen corona.’

Kijk, dat was mooi nieuws. Ik hoestte opgelucht.

Beeld VK Graphic
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden