Opinie

Waarom ik geen euroscepticus meer ben

De rechts-nationalistische backlash tegen Europa heeft links aan zichzelf te danken, doordat het altijd te veel met het hoofd in de wolken liep.

Beeld anp

In zijn opiniestuk 'Grenzen zijn niet fascistisch' noemt Martin Sommer mij een bekeerde Europeaan. Bekeerlingen zijn gelovigen en gelovig ben ik niet. Ik ben nog even sceptisch als toen ik eind jaren tachtig over Europa begon te schrijven en net als Sommer blijf ik graag bij de feiten. Maar in Vonk heb ik al eens uitgelegd waarom ik euroscepticus af ben, dus wat dat betreft heb ik de schijn tegen. Net als Europa, dat tegenwoordig geen goed meer kan doen, waar het vroeger allemaal rozengeur en maneschijn was.

Het probleem zit 'm in de rol van de natiestaat. Eind jaren tachtig heette die op haar retour te zijn, wat ik toen betwijfelde. De meeste burgers identificeren zich met hun eigen staat, wat we niet alleen zagen in Amerika, Turkije en Israël, maar ook in Europa zelf, waar de natiestaat in een groter geheel moest opgaan. De Duitse eenwording, en de angst voor Duitsland als nieuwe sterke staat in het hart van Europa, liet zien hoe krachtig het nationalisme nog steeds was.

Vacuüm Koude Oorlog

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije maakte dat extra duidelijk. Het plan tot invoering van een Europese eenheidsmunt leek mij dan ook een enorm waagstuk. Wat niet wegneemt dat de muntunie er is gekomen en dat sinds de eurocrisis pas echt blijkt hoe ingrijpend dat besluit was. Wie zich bij de feiten houdt, moet vaststellen dat we met de muntunie in een nieuwe supranationale realiteit zijn beland die in Europa nog moeilijk is terug te draaien.

Achteraf zien we ook duidelijker in wat voor merkwaardig vacuüm West-Europa tijdens de Koude Oorlog verkeerde. Enerzijds konden de EU-landen (toen EG) niet instaan voor hun eigen veiligheid en was het verslagen Duitsland door de overwinnaars in tweeën gedeeld. Anderzijds zagen we toen ook een enorme uitbouw van de nationale verzorgingsstaten, een ontwikkeling die samenviel met de ontmanteling van de grote Europese koloniale rijken. Waar het nationalisme in Europa zelf taboe was, konden nationale bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld op sympathie rekenen. Vooral bij links, dat het multiculturalisme als ideaal omarmde. De Europese Idee gold als blank, etnocentrisch en kapitalistisch.

Van dat linkse wereldbeeld is niets meer over, behalve dat linkse Gutmenschen zich nog steeds moreel superieur wanen en niks van nationale grenzen willen weten. Overigens net als de verguisde 'neoliberalen', die vrije markten bepleiten en niet in cultuur zijn geïnteresseerd (en dus ook niet in culturele verschillen).

EEG-topconferentie te Den Haag vlnr. Brandt, Pompidou en De Jong. Foto uit 1969. Beeld anp

Naar binnengekeerd

De historische feiten zijn nogal ambigu. De Europese natiestaten waren nooit sterker als toen het nationalisme in Europa verdacht was en de politieke klassen in eigen land door de opbouw van een verzorgingsstaat in beslag werden genomen. Daardoor leek het alsof we meer greep hadden op het eigen lot. Een democratische illusie van burgers die veel meer dan nu in hun eigen mentale wereld leefden.

Wie nu terug wil naar de natiestaat, wil eigenlijk terug naar de tijd van Joop den Uyl, Olof Palme en Willy Brandt. Zij grossierden in internationalistische retoriek, maar gaven daar een eigen binnenlandse draai aan. De Europese eenwording kon ze niet veel schelen. Den Uyl vertrouwde de katholieke wereld niet, Palme stond voor het Zweedse model, Brandt ging op in zijn Ostpolitik (die de Berlijnse Muur als gegeven accepteerde). Het laat zien hoe naar binnen gekeerd de sociaal-democratische helden waren, Franse socialisten als François Mitterrand en Jacques Delors, die in de jaren tachtig de Europese draad weer oppakten, misschien nog het minst.

Beeld anp

Verkettering

De rechts-nationalistische backlash tegen Europa heeft links aan zichzelf te danken, doordat het altijd te veel met het hoofd in de wolken liep. Maar ook de eurosceptici van nu zijn veel meer op het behoud van hun eigen binnenwereld gericht dan sceptici van vroeger. Margaret Thatcher had haar reserves tegenover 'Brussel', maar was voorstander van de Common Market en stond voor westerse solidariteit (zij aan zij met Amerika).

Tegenwoordig vinden eurocritici van links en rechts elkaar in hun begrip voor Vladimir Poetin en hun verzet tegen TTIP. Dat is geen scepsis meer over de voor- en nadelen van een transatlantisch vrijhandelsverdrag, maar verkettering van alles dat internationaal is. Tegelijk wijten de eurocritici van vandaag alle economische problemen aan de euro, die als 'one size fits none' wordt afgewezen. Alsof cultuur ineens weer allesbepalend is. Alsof de Zuid-Europese staten beter af zijn met hun zwakke munten van vroeger en Noord-Europa geen last gaat krijgen van alle wrok die een opbreken teweegbrengt.

Dat is een valse voorstelling van zaken die de nieuwe supranationale realiteit in Europa ontkent. Democratische natiestaten zullen daarmee moeten leren leven, net als na 1945 trouwens, toen er van de Europese landen heel wat meer aanpassing en inbinding aan een veranderde wereld was vereist. De euroscepsis van nu is niet zakelijk, maar ideologisch van aard. Zij wil bovendien terug in de tijd, wat feitelijk onmogelijk is. Daarom kan ik geen euroscepticus meer zijn.

Dirk-Jan Van Baar is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden