Waarom ik de NME weer graag lees

Gisteravond een paar vermakelijke uurtjes beleefd met een stapel Britse muziekbladen. Ik had ze vorige week al even doorgebladerd en eigenlijk vooral de recensies doorgekeken. Dat doe ik meestal als eerste. De grotere verhalen, de features, nam ik me ook toen voor later te lezen.

Dat doe ik namelijk meestal. Alleen betrap ik mezelf er steeds vaker op dat het daar meestal niet van komt. Ik heb van de week stapels Uncut, Word, Wire en Q weggegooid, gewoon omdat ze in de weg lagen en ik nu eenmaal een paar jaar geleden met mezelf heb afgesproken alleen alle Mojo’s te bewaren, omdat ik die nu eenmaalvanaf het eerste nummer ben gaan lezen en bewaren.

In die stapels zaten vele bladen die ik echt voornemens ben geweest helemaal te lezen, maar dat is er gewoon niet van gekomen. En eerlijk gezegd denk ik nu dat ik dat zoveelste Led Zeppelin verhaal, of dat interview met de Kings Of Leon ook niet echt zal missen. Dus weg ermee.

Waarom koop ik die bladen toch elke maand braaf? Niet eens voor de recensies, moet ik bekennen. Die scan ik hooguit. Ik kijk welke titels eraan komen (anders dan in Nederland bespreken Britse bladen veel platen vaak al drie weken voorafgaand aan de release) en waar ze het grootst mee uitpakken. Niet meer naar het aantal sterren, want dat zijn er in de meeste gevallen vier of toch minimaal drie.

Ja, ze vinden daar alles mooi, lijkt het wel. Althans, Mojo, Q en Uncut. Het blad Wire doet niet aan sterren en bespreekt ook geen ‘gewone’ rockplaten zoals die van Kings Of Leon, Foo Fighters of Arcade Fire. Word doet ook niet aan sterren, en die bespreken ook veel minder titels dan de andere popbladen. Wat me wel bevalt.

Het was deze maand Word waar ik het langst in gelezen heb, en dat is vaker het geval. Ze hebben altijd net iets minder voor de hand liggende onderwerpen. Zo heb ik me nu kostelijk geamuseerd met het verhaal Rock Wags (‘women and girls’) waarin naar aanleiding van de Royal Wedding (Royal Dreading, zoals Morrissey het huwelijk noemde) een aantal roemruchte rock-huwelijken werd doorgelicht.

Ik werd vooral getroffen door het verhaal over John en Beverly Martyn. Wat een ongelooflijke hufter moet dat geweest zijn. Hij is dood, zij was al decennia van hem gescheiden maar is door haar ex zo’n minderwaardigheidscomplex aangepraat, dat ze niks meer in de muziek heeft durven doen.

Gelukkig heeft ze alles nu opgeschreven. Dat boek Sweet Honesty ga ik beslist lezen.

No Direction Home van Robert Shelton ook. Dat heb ik jaren geleden ook al eens gedaan, maar er is nu een uitgebreide nieuwe editie verschenen, naar aanleiding van Bob’s 70ste verjaardag.

Een van de aanvullingen betreft de complete weergave van een interview dat Shelton in een vliegtuig met Bob had toen deze in maart 1966 op tour was met The Band.

Wie nog twijfelt over de aanschaf van deze verbeterde herdruk moet de nieuwe Uncut lezen want daarin worden pagina’s opgeofferd voor een voorpublicatie.

Echt kostelijke lectuur maar ik heb daar toch een hekel aan gekregen: al die muziekbladen die maar gaan voorpubliceren uit boeken die ik toch al voornemens ben aan te schaffen. En daar zelfs cover-story’s van maken: Het is me allemaal wat te gemakzuchtig.

Ik geloof dat het ook al zeker de vierde keer is twee jaar dat Dylan de cover van Uncut siert. Wat me ook wat overdreven lijkt.

Mojo heeft Kate Bush (‘The Only Interview’) op de cover. Dat ga ik eens rustig lezen als haar plaat met herschreven liedjes van twee wat mindere platen er is. Neem ik me tenminste voor.

Dan de recensies.

De belangrijkste release deze maand is het nieuwe album van Fleet Foxes. De bladen zijn het erover eens dat Helplessness Blues minstens zo goed is als het debuut. Zoals ze het over de meeste platen wel eens zijn. Het lijkt wel alsof alle platen even essentieel zijn deze maand. Goed, vijf sterren worden er maar weinig gegeven, maar je moet er toch behoorlijk met de pet naar gegooid hebben als je met drie sterren wordt afgescheept.

Zo heeft dat systeem natuurlijk geen enkele zin. In Nederland geeft OOR terecht geen sterren, want dan zou je er ook bij haast iedere bespreking vier aantreffen.

Ik begon me echter wel af te vragen waar die behoefte alles prachtig te vinden toch vandaan komt. Want het lijkt iets universeels te zijn. Kijk naar Metacritic.com waarin besprekingen in Angelsaksische media naast elkaar worden gelegd en er een gemiddelde waardering wordt berekend. Bijna alle platen worden ver boven de 7 gehonoreerd.

Zijn alle platen dan echt zo goed?

Nee, ik denk eerder dat bladen graag goed nieuws brengen. En de Volkskrant zelf dan, hoor ik u denken.

Ik kan per week drie platen bespreken en vind het inderdaad zonde om lezers lastig te vallen met een negatieve bespreking van een album van een artiest die nog volslagen onbekend is. Negatieve besprekingen van Belangrijke Platen van Grote Bands, die doen we wel, maar lang niet altijd.

Ook in herhaling vallen doe ik eigenlijk liever niet. En als ik ergens echt helemaal niks mee kan, maar een band of artiest ook zonder een recensie in de Volkskrant in een week platina is, dan laat ik die ook graag zitten. Dus Kane, Jack Johnson, Katie Melua, Within Temptation en Bløf hoeven niks te vrezen.

Dan krijg je inderdaad meestal een rubriek met drie positief besproken platen, maar dat zijn er nog altijd een stuk minder dan de meer dan honderdvijftig nieuwe titels die in de muziekbladen worden bejubeld. En toch weet ik zeker dat ook deze bladen nog heel veel platen niet bespreken, vaak om dezelfde redenen die ik net aangaf.

Er komt nu eenmaal veel meer uit dan twintig jaar geleden, en de redacties stellen er een eer in zoveel mogelijk ‘moois’ onder de aandacht te brengen.

Echt kraken komt daardoor nog maar zelden voor.

Jammer is dat wel, net als het gegeven dat alle bladen het zo erg met elkaar eens lijken te zijn.

Dat was vroeger wel anders. Toen je in de UK drie wekelijkse inky’s had, Sounds, Melody Maker en NME was er wel degelijk sprake van drie verschillende smaken. Sounds besprak graag hardrock-bands, NME en Melody Maker nauwelijks. Melody Maker hield weer meer van gothic dan NME en het kwam regelmatig voor dat een plaat in Sounds vijf sterren kreeg die in de NME met de grond gelijk werd gemaakt. (Meestal 2e generatie punkplaten).

Dat was handig want zo kwam ik er circa 1982 achter dat NME toch meer mijn blad was dan Sounds of Melody Maker.

Tussen de Britse maandbladen (de weekbladen zijn op NME na allemaal verdwenen) bespeur ik nauwelijks smaakverschillen.

Raar toch. Is die nieuwe Fleet Foxes dan echt zo goed? Valt daar niks op te mopperen?

Weinig als ik alle recensies lees, toch ben ik zelf nog steeds niet overtuigd. En ben ik vast niet de enige die het af en toe nogal saai vind.

Waarom lees ik dat dan nergens?

Nou, gelukkig was daar vorige week de NME die de plaat het cijfer vier gaf.

Dat was voor velen even schrikken, merkte ik op Twitter. Ik was er blij mee. Niet omdat ik het er zo mee eens was, nee, ik vind het eerder een 7 dan een 4. Maar het leek me goed voor het evenwicht en ik vond het vooral een zeer geestig geschreven stukje, dat me terug deed verlangen naar de vernietigende kritieken die wijlen Steven Wells vroeger gaf op platen die me vaak zeer dierbaar waren.

Of naar de recensies van Biba Kopf (Chris Bohn) die in de jaren tachtig door mij zeer bewonderde platen van Echo And The Bunnymen en Prince afbrandde. Ik was daar regelmatig verontwaardigd boos over, maar dergelijke stukjes deden me wel vaak nadenken.

Een blad als NME durfde het ook gewoon aan om negatieve dingen te schrijven over bands als The Smiths waar ze het merendeel van hun lezers juist aan te danken hadden.

Maar de belangrijkste reden waarom ik het negatieve oordeel over die Fleet Foxes plaat toejuich is omdat het aantoont wat ik al eerder een beetje vermoedde dat de NME echt weer een smaakbepaler wil zijn en keuzes maakt.

Dus niet alle ‘belangrijke’ platen goed vinden of alles met een indie-credibility de hemel inschrijven (wat voorheen vaak het geval was).

Het ‘bashen’ van de Fleet Foxes is volgens mij zelfs een haast politieke keuze. Zo van: Wij gaan hier niet die muziek mooi vinden die iedereen mooi vindt. We kiezen onze eigen favorieten.

Daar moet je ook wat lef voor hebben, en dat heeft het blad sinds enige tijd weer. Zo hadden ze een week eerder maar liefst 7 pagina’s Lady Gaga. Een geestig interview, en ook kritisch.

Waarom Lady Gaga haar kostbare tijd verdeed met juist de NME ook nog zo ver voor de album release, is me een raadsel.

Ik neem aan dat platenmaatschappij Universal een goede reden had juist de NME te sturen. Maar dat het tijdschrift al die ruimte beschikbaar stelde, lag niet erg voor hand.

Lady Gaga is voor veel indie-kids toch een soort van vijand. En als de NME in hetzelfde nummer ook nog even Radiohead een paar vegen uit de pan geeft onder de kop Why Radiohead Can’t Be Trusted, dan heb je wel lef.

Ook een zeer geestig en vaak raak stuk trouwens, los van de mening dat de nieuwe Radiohead niet deugt want daar ben ik het niet mee eens. Maar er wordt wel terecht op een aantal behoorlijk hypocriete kanten van hun zogenaamde anti-industrie houding gewezen.

Ze hebben bijvoorbeeld makkelijk praten want EMI heeft tien jaar lang het vuile werk voor hun op kunnen knappen terwijl de band schatrijk geworden is van de 15 pond per cd die er door EMI aan de klant gevraagd werd.

Ook hebben ze met het de klant zelf laten kiezen wat ze voor een download van In Rainbows wilden betalen veel schade aangericht. Daar konden andere bands namelijk niet tegenop concurreren. Muziekfans, aldus NME, gingen zich afvragen waarom ze voor The Horrors de volle mep moesten betalen terwijl Radiohead –‘the saviours, the overlords’ – hun plaat voor zo goed als niks weggaven.

Dat mag af en toe best eens gezegd worden, want hoe knap en mooi ik hun muziek ook vind, ze komen overal wel gemakkelijk mee weg. Waarom mogen we nog altijd niet weten hoeveel In Rainbows eigenlijk heeft opgeleverd?

Dit soort vragen durven stellen en ook wel eens een standpunt in durven nemen waarmee je niet al je lezers behaagt, dat is wat de NME de laatste tijd met veel plezier doet. Geestig en toch treffend. Bovendien nemen ze voor hun verhalen veel meer tijd dan een paar jaar geleden, en is de keuze van features onvoorspelbaar (Lady Gaga) en verrassend actueel. Zo hebben ze ook al een paar weken grote verhalen over Odd Future gehad die behalve goed geschreven ook nog eens zeer informatief waren. Hype of geen hype (ik kom er snel op terug), er valt veel over te zeggen.

Ja, ik ben echt blij met de NME de laatste tijd, en denk er zelfs over om me maar weer te abonneren.

Maar ik hoop vooral dat andere bladen aan het wat dwarse gedrag een voorbeeld nemen.

Iets kritischer en vooral eigenwijzer worden, dat zal de Britse popjournalistiek en trouwens ook de Nederlandse, goed doen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.