Analyse

Waarom het zo goed als ondoenlijk is een zittende premier te verslaan

null Beeld JeRoen Murré
Beeld JeRoen Murré

Demissionair premier Mark Rutte stevent vooralsnog onbedreigd af op een verkiezingszege. De onderliggende tendens: de status van het premierschap groeit, het aanzien van de Kamer slinkt. En zo zou Rutte best nog jaren kunnen blijven.

Voor de tegenstanders van Mark Rutte moet het soms deprimerend zijn om de televisie aan te zetten. Zelfs als hij niet in beeld is, gaat het toch over hem.

‘Wat maakt Rutte zo’n goede leider’, wilde de presentator van talkshow Op1 bijvoorbeeld weten van zijn gasten aan tafel. Eerder op die dag was er al een vergelijkbare paneldiscussie op NPO Radio 1. ‘Hoe wordt het succes van Rutte verklaard, daar probeer ik achter te komen’, zei de presentator tegen de gasten.

Een dag later kondigde Rutte tijdens zijn inmiddels traditionele persconferentie de nieuwe coronamaatregelen aan. Vervolgens stond hij weer in het middelpunt tijdens een Kamerdebat over de stand van zaken in de pandemie.

De coronacrisis dient vaak als een belangrijke verklaring voor Ruttes ruime voorsprong in de peilingen. Hij komt meer in beeld dan wie ook en kan zich profileren als leider in crisistijd. Kiezers scharen zich in tijden van nood nu eenmaal vaak achter de zittende macht – het rally around the flag-fenomeen.

Toch kan dat niet de hele verklaring zijn. Het verschil is groter geworden, maar Rutte stond er ook voor de uitbraak van corona al goed voor. Sterker nog: in de peilingwijzer – het gewogen gemiddelde van de drie belangrijkste peilingen – is de VVD sinds 2017 altijd de grootste partij geweest. Alleen Forum voor Democratie kwam in 2019 even in de buurt.

Zelfs het overheidsfalen bij de toeslagenaffaire deed uiteindelijk amper afbreuk aan de status van de demissionaire premier. Dat kan aan de kwaliteiten van Rutte liggen, zoals zijn bewonderaars menen. Of aan de onbeholpenheid van zijn tegenstanders, zoals andere commentatoren betogen.

Maar ook een meer fundamentele vraag dringt zich op: heeft een zittende premier in een versplinterd politiek landschap zoveel voordelen dat het steeds moeilijker wordt om hem te verslaan?

Status

Zeker is dat premiers al een tijd stevig in het zadel zitten. Ter illustratie: de laatste bijna 40 jaar heeft Nederland vier premiers gehad; in de 35 jaar daarvoor waren het er tien.

De status van de man in het Torentje is ook onmiskenbaar veranderd. Politicoloog Simon Otjes spreekt van ‘de presidentialisering van de functie’. ‘De reflex is geworden om alle verantwoordelijkheid bij de premier te leggen. Ook de media werken daaraan mee.’

Het premierschap geldt bij verkiezingen nu als de hoofdprijs. ‘Wie serieus genomen wil worden, moet zich presenteren als een kandidaat-premier’, zegt Otjes. ‘Toen D66-lijsttrekker Sigrid Kaag die ambitie uitsprak, werd daar een beetje seksistisch op gereageerd. Alsof zij haar plaats moest kennen. Maar wat Kaag deed, was volstrekt logisch.’

Dat is lang niet altijd zo geweest. In een ver verleden was het voorzitterschap van de ministerraad niet meer dan een coördinerende functie die de vicevoorzitter van de Raad van State erbij deed. Ook na de Tweede Wereldoorlog werd de positie lang niet altijd opgeëist door de grootste partij. Leiders van de KVP bleven liever in de Kamer zitten.

Eind jaren zeventig veranderde die houding. PvdA-leider Joop den Uyl voerde in 1977 als eerste campagne met de slogan: ‘Kies de minister-president.’ De PvdA’er won, maar door een mislukte formatie werd Dries van Agt uiteindelijk de premier, al was het niet van harte. Van Agt probeerde later nog onder het premierschap uit te komen. Hij wilde liever vakminister zijn.

Pas onder zijn opvolger Ruud Lubbers werd de premier een ‘Macher’, de man om wie alles draait. Voormalig CDA-campagnemanager Jan Schinkelshoek werkte daaraan mee door de premier tot speerpunt te maken van de campagne. ‘Bij Willem Drees zag je al dat het moeilijk is om een zittende premier te verslaan’, meent Schinkelshoek. ‘Maar die tendens is sterker geworden. Dat heeft onder andere te maken met de verpersoonlijking van de politiek. Tijdens de verzuiling stemden mensen ongezien op hun partij. Die loyaliteit is verdwenen. Dus worden personen belangrijker.’

In de strijd tussen personen werkt de fragmentatie van media en politiek in het voordeel van een zittende premier, meent Schinkelshoek ook. Voor iedereen die niet in het Torentje zit, wordt het moeilijker door te breken bij het grote publiek. Er zijn niet alleen meer concurrenten dan voorheen – er staan inmiddels 37 partijen op het stembiljet –, ook de kiezers zijn lastiger te bereiken. Van TikTok tot Buitenhof: mensen zijn verdeeld over eindeloos veel bubbels. Vlak voor de verkiezingen hebben ambitieuze leiders als Lilianne Ploumen (PvdA) en Sigrid Kaag (D66) nog steeds maar een naamsbekendheid van rond de 70 procent.

De premier torent daarboven uit.

Tegenmacht

Een andere tendens die in het voordeel van het Torentje werkt: de toegenomen fixatie op bestuurlijke daadkracht en de afbrokkelende status van de Tweede Kamer. In zijn nieuwe boek Het land moet bestuurd worden beschrijft staatsrechtgeleerde Wim Voermans hoe de politieke cultuur in Nederland drastisch is veranderd. Het zwaartepunt is verschoven van het parlement naar het bestuur.

Dat is volgens Voermans begonnen in de jaren tachtig, toen regeringen volmachten kregen om de economische crisis aan te pakken. Het proces heeft zich daarna voortgezet. Van bestuurders wordt krachtig leiderschap verwacht, de Kamer wordt steeds meer gezien als een stelletje lastpakken dat niet te moeilijk moet doen.

‘Het parlement wordt institutioneel overvleugeld’, zegt Voermans. ‘Alles wordt rond-, voor- en achterom de Kamer geregeld. Rutte doet dat heel openlijk: hij maakt met de polder of met klimaatpartijen afspraken over ongelooflijke hervormingen. Pas in de laatste fase loopt hij dan nog een keer naar de Kamer. Die mag bij het kruisje tekenen. Einde oefening. Het parlement slaagt er niet meer in om een tegenmacht te vormen. Dat is in alle westerse democratieën zo, niet alleen in Nederland.’

Het verlies aan status is op tal van terreinen terug te zien. Het ministerschap wordt vaak uitgelegd als de ultieme beloning voor een Kamerlid. Verder het is verloop groot: na één of twee termijnen is het tijd voor de volgende carrièrestap. Veel kiezers zien de Tweede Kamer inmiddels als ‘een kakelhok’, concludeert Voermans. ‘Ze voelen zich meer vertegenwoordigd door de regering dan door het parlement.’

De Tweede Kamer is door de afgenomen invloed een minder aantrekkelijk podium geworden om een zittende premier uit te dagen. Iemand als PvdA-leider Lodewijk Asscher kreeg de afgelopen jaren goede kritieken, omdat hij Rutte in debatten het vuur aan de schenen legde, maar bij het grote publiek kwam het nooit over. De PvdA bleef kwakkelen in de peilingen.

Het is volgens Voermans geen toeval dat partijen als CDA en D66 bij deze verkiezingen hun ministers als lijsttrekker naar voren schoven, en geen Kamerleden. ‘Die partijen weten heel goed dat een bestuurder meer indruk maakt bij de kiezer.’

Campagnestrategen spreken over een ‘authority bias’ bij kiezers. De mening van iemand met gezag weegt het zwaarst, of hij nu gelijk heeft of niet.

Eerder is al gebleken hoe sterk de betovering van het ambt is. Kok en Lubbers waren tot het bittere einde populair. Net als bij Rutte nu werden al hun karaktertrekken positief uitgelegd. Het onduidelijke taalgebruik van Lubbers leek een briljant politiek instrument om tegenstanders het bos in te sturen. De korzeligheid van Kok paste bij zijn status als ‘vader des vaderlands’. Pas toen de premiers zelf hun vertrek aankondigden, brokkelde het gezag ineens snel af.

Premiersbonus

Onverslaanbaar is een zittende premier desondanks niet. Neem Jan Peter Balkenende, die in 2010 na vier kabinetten de verkiezingen verloor, al ziet Voermans diens loopbaan toch vooral als een bewijs voor de almaar groeiende premiersbonus. ‘Het is een wonder dat een onhandige premier als Balkenende het ruim acht jaar heeft volgehouden.’

Ook Ruttes pantser heeft barsten laten zien. In 2019 verloor hij nipt de provincialestatenverkiezingen van Thierry Baudet. Dat leidde tot een schok binnen de VVD, ook al waren die verkiezingen moeilijk te vergelijken met de Tweede Kamerverkiezingen. De opkomst is veel lager en kiezers zijn eerder geneigd een gokje te wagen met een partij.

Toch is het volgens iemand als Mark Thiessen, oud-strateeg van de VVD en eigenaar van campagnebureau Meute, duidelijk dat ook een zittende leider verrassend kwetsbaar kan blijken. ‘Als je lang regeert, moet je constant mensen teleurstellen. Het gaat vaak niet over wat je wel hebt bereikt, maar steeds meer over de dingen die je niet hebt waargemaakt.’

Een crisis hoeft niet altijd in het voordeel te werken van een zittende leider, meent Thiessen. ‘Er wordt nu gezegd dat Rutte door de coronacrisis profiteert van het rally around the flag-fenomeen, maar het tegenovergestelde zie je net zo vaak. Tijdens de eurocrisis werd zo’n beetje iedere Europese leider eruit gegooid, alleen Rutte en Angela Merkel niet. De Franse president François Hollande werd midden in een recessie afgedankt. In de VS is Donald Trump er gewoon uit gevlogen in crisistijd.’

Daar moet wel heel wat voor gebeuren. Thiessen wijst op de ‘verlies-aversie’ bij kiezers. ‘Het komt erop neer dat mensen liever iets willen behouden dan iets veranderen. Als een leider de boel niet totaal verkloot, ruilen ze hem niet zo snel in. Mensen hebben liever de duivel die ze kennen dan de duivel die ze niet kennen.’

Om te winnen moeten tegenstanders aantonen dat de zittende leider ‘het verkloot heeft’, maar dat wil bij Rutte nog niet lukken. Zelfs na de inschattingsfouten bij het test- en vaccinatiebeleid, of het overheidsfalen in de toeslagenaffaire, slagen tegenstanders er niet in de premier in de verdrukking te krijgen.

Sybren Kooistra, voormalig campagnemedewerker van GroenLinks, denkt dat linkse en progressieve partijen zich meer moeten verenigen om een geloofwaardige vuist te kunnen maken tegen de premier. ‘Het is goed dat Jesse Klaver pleit voor een stembusakkoord. Een lijsttrekker kan nu wel in z’n eentje harde woorden spreken over Rutte, maar het is de vraag of dat relevant genoeg is. Daarvoor is er te weinig uitzicht op de macht. Rutte kan het gewoon negeren. Ook voor de media is het niet interessant genoeg.’

Kooistra ziet de tegenstanders van de premier nu weifelen: moeten ze aanvallen, of alvast rekening houden met toekomstige samenwerking in een coalitie?

Zeker is dat er risico’s kleven aan het aanvallen van een zittende leider. Het kan averechts uitpakken als kiezers afknappen op harde kritiek vanaf de zijlijn. Het schrikbeeld is de SP. Die partij opende tijdens de Europese verkiezingen de aanval op PvdA’er Frans Timmermans, ook een man met autoriteit. Een omstreden spotje over de eurocommissaris, die werd afgeschilderd als een volgevreten eurocraat, pakte averechts uit. De SP werd weggevaagd. Timmermans negeerde de aanvallen en won.

Gaat Rutte op een vergelijkbare manier de verkiezingen winnen? Bij sommige tegenstanders is al enige moedeloosheid te bespeuren. Rutte heeft veel troeven in handen. Hij is verzekerd van publiciteit en zijn premierschap en bestuurlijke rol verschaffen hem autoriteit bij kiezers die toch al neigen naar behoudzucht. De tegenstand is ondertussen verdeeld, heeft minder status en moet vechten om aandacht.

Hoogleraar Wim Voermans vermoedt dat het voorlopig onbegonnen werk is om de zittende premier te verslaan. ‘Als Rutte zelf wil, kan hij zo nog tien jaar blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden