Waarom het referendum vlees noch vis is

Het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne is het gevolg van Nederlands historische halfslachtigheid ten opzichte van de volksraadpleging. Referendumvrees is een constante in een dikke eeuw Nederlandse politieke geschiedenis.

Beeld anp

Socialisten-voorman Troelstra wilde al in 1903 het referendum opnemen in de Grondwet. Het kwam er niet van. De katholiek Ruijs de Beerenbrouck zei over dit huiveringwekkende voorstel dat 'deze plant van vreemden bodem' niet bij ons vertegenwoordigende bestel paste. De angst voor het gewone volk is bij Nederlandse bestuurders nooit ver. Tot vandaag staat ook de volkssoevereiniteit niet in onze Grondwet.

De partijen die gedurende decennia de lakens uitdeelden, christendemocraten en VVD, waren altijd tegen het referendum. En zijn dat nog steeds. Wie voor de emancipatie was, was voor het referendum. De volwassen burger kon zijn duit in het zakje doen, als de volksvertegenwoordiging tekort schoot. Langs die lijn dacht ook de commissie Biesheuvel in 1985. Maar het lukte nooit het bindend referendum in de Grondwet op te nemen. Hans Wiegel ging er als laatste voor liggen in 1999.

De aandrang bleef evenwel, ook omdat de politieke partijen steeds verder krompen en de ontevredenheid navenant groeide. Een nieuwe kans kwam in 2014, toen de progressieven (PvdA-D66-GL), vanouds vóór, aan een meerderheid werden geholpen door de zogeheten populisten van PVV en SP. Omdat het referendum buiten de Grondwet bleef, kon het alleen raadgevend worden. Waarna zich prompt een radicale omkering voltrok; de volksraadpleging geldt niet langer als voertuig van emancipatie maar van volkse verongelijktheid. Het kroonjuweel van D66 werd opgeborgen in het schuurtje en partijprominent Rob de Wijk muntte het begrip rancunereferendum.

Wordt de 30 procent gehaald?

Het is nog maar de vraag of het minmale opkomstpercentage zal worden gehaald. Volg het hier.

Raadgevend referendum

Alle tekortkomingen van het huidige referendum hebben direct te maken met die historische halfslachtigheid. 'Vlees noch vis, een typisch Nederlands compromis', zegt Martin Rosema, politicoloog verbonden aan de Universiteit Twente. Niemand weet precies wat de status van een raadgevend referendum is, met als naargeestig gevolg cynisme alom. De aanhang van SP en PVV vindt dat de uitslag eigenlijk bindend hoort te zijn, en dat 'ze' zich er toch wel weer niks van zullen aantrekken. Ministers houden zich zorgvuldig op de vlakte.

Er is bij voorbaat veel vruchteloos gediscussieerd over de weging van de uitslag. Tegenstanders van het referendum zeggen dat de Kamer is gekozen zonder last of ruggenspraak. Dus vantevoren vastleggen op de uitslag, zoals de PvdA-fractie heeft gedaan, kan helemaal niet. Zo zei onderkoning Piet Hein Donner gisteren in dagblad Trouw dat het 'te dol' wordt als Kamerleden zeggen dat ze het referendum als bindend zien, en bovendien 'geen gezonde basis om tot betere verhoudingen te komen'. Daar denkt politicoloog Rosema anders over. Het is waar dat de bevolking niet bij referendum opdrachten kan verstrekken. Maar het staat de fractie van de PvdA of enig andere vrij om te beslissen de uitslag te zullen volgen.

Handtekeningen

Om dezelfde reden van gebrek aan grondwettelijke status, zijn er twee veiligheidskleppen ingebouwd: de benodigde handtekeningen en de opkomstdrempel. Tussen 2002 en 2004 was er een tijdelijke referendumwet van kracht. Om een referendum te houden, moest je 600.000 handtekeningen verzamelen. Echte handtekeningen, op het stadhuis te zetten. 'Die wet was een monsterverbond tussen regeringspartijen D66 en VVD, en bedoeld om het vooral niet te makkelijk te maken', zegt Niesco Dubbelboer, toen PvdA-Kamerlid en mede-iniator van de huidige referendumwet. In die tijd zijn er inderdaad geen referenda op initiatief van burgers geweest - het referendum over de Europese Grondwet van 2005 was een initiatief van de regering.

Nu moeten er 300.000 handtekeningen worden verzameld. En met twee muisklikken is dat voor elkaar. Die drempel is dus aanzienlijk verlaagd, niet tot genoegen van de referendumsceptici.

Tweede Kamerleden Karimi (M) (GroenLinks), Dubbelboer (L) (PvdA) en Van der Ham (R) (D66) in Den Haag in 2005. De Eerste Kamer had ingestemd met het houden van een raadplegend referendum over de Europese Grondwet Beeld anp

Drempels

Ook de opkomstdrempel heeft zijn geschiedenis. Toen het voornemen nog een bindend referendum was, zou er een enorme drempel komen, vertelt Dubbelboer. Het 'legalistische'idee was immers dat het mandaat van de Kamer zou worden overstemd door de bevolking. De opkomstdrempel zou dus de helft plus éen zijn van de opkomst bij de laatste algemene verkiezingen. 'Onzalig plan', zegt Dubbelboer. 'Dat had je nooit gehaald.'

De 30 procentsdrempel die we nu kennen, hebben we te danken aan PvdA-senator Ruud Koole. Aanvankelijk zou er helemaal geen drempel zijn, aangezien het referendum immers niet meer zou zijn dan een goede raad aan de Kamer. Bij de behandeling van de referendumwet gingen allerlei stemmen op, dat de uitslag toch zeer ernstig genomen moest worden. Dan ook een minimum opkomst, was het idee. De Raad van State waarschuwde al tegen de drempel en voorspelde dat die zou uitpakken als een stimulans om thuis te blijven. Zo is het gegaan, maar in de Eerste Kamer werd het een hamerstuk; de chambre de réflexion was even ingedut.

Opkomst

De referendumwet wordt officieel na drie jaar geëvalueerd. De roep om herziening zal er nu wel meteen zijn, na een eerste aflevering met horten en stoten. Over de hoogte van de opkomstdrempel, over de raadgevende status, over de handtekeningen en niet te vergeten over de subsidies voor wc-rollen. Politicoloog Rosema vindt het eerste referendum geen succes. Niet omdat het onderwerp te complex is, zoals je wel hoort. Hij heeft twee criteria: is de kwestie belangrijk genoeg en is er kennelijk sprake van slechte vertegenwoordigende prestaties van de elite. De opkomst is laag, dus veel animo om de elite te corrigeren is er kennelijk niet, vindt hij.

Voor Niesco Dubbelboer speelt de opkomst geen rol. Bij andere verkiezingen wordt de lage opkomst ook niet van stal gehaald om de uitslag ongeldig te verklaren. Hij wijst op de Europese verkiezingen van 1999, toen maar 29,9 procent kwam opdagen. Hij stoort zich eraan dat progressieven vóór referenda zijn zolang de uitslag bevalt, om te roepen dat het instrument niet deugt wanneer de uitslag minder in hun straatje past. 'Daar kan het referendum niks aan doen. In die redenering zouden ze ook tegen algemene verkiezingen moeten zijn omdat Wilders hoge ogen gooit.'

Wc-papier met teksten tegen het verdrag. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden