Waarom het onrustig is bij het Joegoslavië-Tribunaal

Zijn hoge militairen altijd verantwoordelijk voor de oorlogsmisdaden van hun ondergeschikten? Die vraag verdeelt de rechters van het Joegoslavië-Tribunaal. Na drie omstreden vrijspraken leidt de verkiezing van hun nieuwe president, vandaag, voor het eerst tot onderlinge strijd.

DOOR THEO KOELÉ EN FOKKE OBBEMA
Het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. Beeld anp
Het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.Beeld anp

Stalen hekken schuiven open, beveiligers nemen een ontspannen houding aan, tientallen vlaggen van VN-lidstaten wapperen in de straffe oostenwind. Ook het Joegoslavië-Tribunaal deed zondag mee aan de open dag voor internationale organisaties in Den Haag.

Die openheid is betrekkelijk. Het Tribunaal - dat de wereldgemeenschap jaarlijks 207 miljoen euro kost - zwijgt in alle talen over de stemming om het presidentschap en het vicepresidentschap. Voor het eerst ziet een zittende president zich tijdens de stemming, die vandaag plaatsvindt, geconfronteerd met tegenkandidaten. De achttien rechters van het Tribunaal kunnen kiezen uit het Amerikaans/Maltese duo of de uitdagers uit Zuid-Korea en Nederland.

De Nederlander is de 66-jarige Alphons Orie, al meer dan een decennium verbonden aan het Tribunaal en verantwoordelijk voor het proces tegen de Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic. Als enige wil deze forse, besnorde rechter een tipje van de sluier oplichten over de gang van zaken: 'Rechter O-gon Kwon uit Zuid-Korea heeft zich kandidaat gesteld als president en hij heeft mij gevraagd vicepresident te worden.' Meer wil hij absoluut niet kwijt.

Zijn tegenkandidaat, de 83-jarige, frêle Amerikaanse rechter Theodor Meron, treedt op deze open dag ook op. Hij zegt zo mogelijk nog minder. Tijdens de geheim gehouden stemming vormt hij een koppel samen met de Maltese rechter Carmel Agius, ook al 68 jaar. Meron maakt slechts één opmerking over de gang van zaken: 'Mijn deur staat altijd open. Voor stafmedewerkers en collega's.'

Heeft zijn deur veel te ver opengestaan? Dat suggereerde zijn collega-rechter Frederik Harhoff in juni. In een mail aan vijftig bekenden luchtte de 64-jarige Deen zijn hart over een drietal geruchtmakende vrijspraken, waarvan de eerste in november 2012 plaatsvond en de laatste kort voor het versturen van zijn mail. Die vrijspraken maakten veel emoties los in voormalig Joegoslavië, waar organisaties van slachtoffers zich afvroegen of ze in Den Haag gek geworden waren.

Die reacties kon het Tribunaal nog afdoen als voorspelbaar geklaag. De kritiek van Harhoff was van een andere orde. Hij kwam met een zware aantijging: Meron zou ontvankelijk zijn geweest voor druk van de Amerikaanse en Israëlische autoriteiten.

In zijn mail maakt Harhoff gewag van een 'diepgaand professioneel en moreel dilemma, niet eerder ervaren'. Als rode draad in de drie vrijspraken ziet hij het inperken van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van hooggeplaatste militairen.

Tot de herfst van 2012, schrijft hij, was de jurisprudentie duidelijk: 'Militaire leidinggevenden waren verantwoordelijk voor de oorlogsmisdaden van hun ondergeschikten.' De nieuwe lijn, die tot uiting komt in de drie vrijspraken, perkt die verantwoordelijkheid drastisch in: hooggeplaatste militairen zijn pas verantwoordelijk als ze welbewust op de misdaden hebben aangestuurd.

Harhoff ziet daarin de hand van 'het militaire establishment' in de VS en Israël. In hun ogen zou het hof in het verleden te ver zijn gegaan met zijn uitspraken en leidinggevende officieren verantwoordelijk houden voor iedere misdaad die hun ondergeschikten begaan. Door de eis toe te voegen dat de hoge militairen die misdaden zelf moeten hebben gewild, wordt de bewijslast aanzienlijk verzwaard. Dat roept bij Harhoff de vraag op: 'Hebben Amerikaanse of Israëlische officials ooit druk uitgeoefend op de Amerikaanse, voorzittende rechter (Meron, red.) om een verandering van koers gedaan te krijgen?'

Ook verwijt hij Meron 'aanhoudende druk' op collega-rechters om tot vrijspraken te komen. Orie zou dat hebben ervaren als rechter in de zaak tegen Jovica Stanisic, het voormalige hoofd van de Servische geheime dienst. Volgens Harhoff werd die zaak onder druk van Meron snel afgewerkt, waarna vrijspraak volgde.

De mail van Harhoff lekte uiteraard uit. Een Deense krant had de primeur en kopte: 'Moordenaars kunnen vrijuit gaan.' The New York Times meldde dat de Deense rechter niet alleen stond in zijn kritiek. De achttien rechters van het Tribunaal zouden verdeeld zijn in twee kampen. Ongeveer de helft van de rechters voelt zich 'erg ongemakkelijk' bij de nieuwe jurisprudentie, taxeerde de krant.

Dat beeld past bij de verkiezing van vandaag, waarbij Orie en Kwon tegenover Meron en Agius staan. Orie en Kwon volgden de eerder ingeslagen weg van een ruime uitleg van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Zij spraken veroordelingen uit, die Meron c.s. vervolgens in hoger beroep ongedaan maakten. Winnen Orie en Kwon de stemming, dan zullen zij zelf de hoger beroepen beoordelen en kan hen dit niet meer overkomen.

Als gevolg van zijn mail werd Harhoff vorige maand door zijn collega's gediskwalificeerd als rechter in de zaak tegen de Servische oud-politicus Vojislav Seselj. Die komt nu mogelijk op vrije voeten - een voor het Tribunaal pijnlijker vrijlating dan eentje als gevolg van een vonnis.

Nog belangrijker voor de reputatie van het Tribunaal is het antwoord op Harhoffs vraag naar de onafhankelijkheid van Meron. Voor de 42-jarige Göran Sluiter, hoogleraar international strafrecht en advocaat van Rwandese verdachten van oorlogsmisdaden, raakt Harhoffs beschuldiging van een Amerikaans-Israëlische samenzwering 'kant noch wal'. Hij wijst erop dat de Amerikaan eerder als adviseur van de Israëlische regering zo'n streng standpunt innam over het nederzettingenbeleid dat Israël hem tot persona non grata heeft verklaard. Sluiter: 'Dan is zo'n beschuldiging extra pijnlijk, te meer daar hij zich er in zijn functie niet openlijk tegen kan verdedigen.'

Voor Heikelien Verrijn Stuart, die als juriste en journaliste de gang van zaken bij het Joegoslavië-Tribunaal volgt, is Merons ooit ingenomen nederzettingenstandpunt 'totaal niet relevant'. Politieke druk speelt bij dit soort internationale tribunalen zeker een rol, meent ze: 'Het is naïef dat te ontkennen. Er spelen nu eenmaal grote belangen, zowel financieel als wat betreft aansprakelijkheid voor oorlog en vrede.'

Ze haalt de Nederlandse hoogleraar Theo van Boven aan, die in de jaren negentig bij de oprichting van het Tribunaal betrokken was. Hij vertelde destijds een twintigtal Amerikanen op zijn dak te hebben gekregen, 'die erop wilden toezien dat de procedures niet schadelijk zouden zijn voor het Amerikaanse belang'.

Ook vertrouwde een hoge functionaris van het Tribunaal haar ooit toe dat hij regelmatig bezoek kreeg van 'Amerikaanse diplomaten die hem wilden 'helpen' met de koers van het tribunaal'.

Net als Harhoff vermoedt Verrijn Stuart politieke druk achter de veranderde opvatting van Meron. 'In eerste instantie was hij voorstander van het oprekken van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Het is opmerkelijk dat hij nu voor inperking pleit.' Inhoudelijk is ze het daarmee overigens eens: aan de 'uitgelubberde' interpretatie van het strafrecht, waarbij medeaansprakelijkheid voor oorlogsmisdaden eenvoudig valt te construeren, heeft ze een hekel.

Sluiter, wars van de suggestie van politieke druk, is het op dit punt met haar eens. 'Ik denk dat onder de rechters sprake is geweest van oprechte bezorgdheid over het oprekken van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Daaraan zitten grenzen, omdat het op gespannen voet staat met het rechtszekerheidsbeginsel.'

In zijn ogen wilden de rechters van het Joegoslavië-Tribunaal de kring van medeverantwoordelijken in de eerste jaren zo wijd mogelijk trekken. De vrijspraken vormen daar een reactie op. 'Het gevoel onder die rechters was dat het Tribunaal ervoor moet waken een veroordelingsmachine te zijn waar verdachten geen kans maken. Dat ondermijnt de legitimiteit van het Tribunaal.'

Sluiter gunt Orie en Kwon het presidentschap. Voor het bijbuigen van de jurisprudentie over de verantwoordelijkheid van hooggeplaatste militairen is het in zijn ogen te laat. 'We krijgen de zaken tegen Mladic en Karadzic, maar daarbij speelt die problematiek niet. Als Orie en Kwon winnen, is dat vooral een teken dat er flink wat onvrede over Meron leeft. Voor de jurisprudentie van dit Tribunaal zal het geen verschil meer maken.'

Omstreden vrijspraken

In drie gevallen kwam het Joegoslavië-Tribunaal sinds 2012 tot een omstreden vonnis:

Eind 2012 kwam de Kroatische generaal Ante Gotovina op vrije voeten nadat hij eerder tot 24 jaar gevangenisstraf was veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid. Gotovina leidde in 1995 de Operatie Storm, bedoeld om de Kroatische regio Krajina te zuiveren van Serviërs. In hoger beroep bepaalde het Tribunaal dat de operatie, waarbij op grote schaal granaten werden ingezet, geen celstraf rechtvaardigde.

Begin dit jaar volgde vrijspraak voor Momcilo Perisic, die veroordeeld was tot 27 jaar cel. De Bosnisch-Servische topmilitair werd verantwoordelijk gehouden voor onder meer misdaden tegen de menselijkheid, begaan tussen augustus 1993 en november 1995 in Sarajevo en de moslimenclave Srebrenica. De rechters oordeelden in hoger beroep dat Perisic 'niet de bedoeling' had om zijn troepen wandaden te laten plegen.

In mei werd de voormalige chef van de Servische geheime dienst, Jovica Stanisic, vrijgesproken. Eenheden van de dienst hadden zich volgens het tribunaal weliswaar schuldig gemaakt aan moordpartijen, maar hun hoogste baas kon daarvoor niet verantwoordelijk worden gesteld. De openbaar aanklager is hiertegen in beroep gegaan.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden