Waarom het onderwijs verbetert als leerlingen zelf bedenken welke doelen ze willen halen

Laat kinderen hun eigen doelen stellen en het onderwijs verandert drastisch en in goede zin. Het gebeurt op de Oscar Romeroschool in het Rotterdamse Crooswijk waar 'bordsessies' leidraad zijn. 

17-4-2018, Nederland, Rotterdam "bord in de klas" van stichting leerkracht als dagopening op basisschool Oscar Romero school. Twee kinderen hebben de beurt. bord in de klas; basisschool; basisonderwijs; onderwijs; school; les; foto Marcel van den Bergh

Safa is acht jaar oud en niet zo groot. Ze heeft bruine ogen en haar lange haar is in een staart gebonden. Op deze dinsdagochtend staat ze voor de klas, waar ze de leiding heeft over een soort klassenberaad, waarin de kinderen zelfstandig spreken over de doelstellingen die ze samen formuleerden.

‘Iedereen haalt 850 punten op Online klas’, leest Safa van een whiteboard aan de muur. Het gaat over het leren van de tafels. ‘Wie heeft dat doel al behaald?’

Een meisje achter in de klas leest de namen op van de lijst die daar hangt. ‘Het zijn er zeventien’, zegt ze.

Safa heeft geen moeite een vervolgvraag te bedenken: ‘Hoe komt het eigenlijk dat sommige kinderen het doel nog niet gehaald hebben?’ Ze kijkt naar de klas, maar de kinderen om wie het gaat hebben er niet direct een antwoord op.

‘Heeft iemand misschien een tip voor ze?’ vraagt leerkracht Marjolein le Clercq.

Er gaan vingers de lucht in. Een jongen in een camouflageshirt: ‘Misschien als het bij jullie wat langer duurt, moet je ook iets langer oefenen per dag.’

‘Heeft iemand anders nog een tip’, vraagt Safa, ‘en dan een andere dan van Gelson?’

Zo gaat dat hier dus op de Oscar Romeroschool in het Rotterdamse Crooswijk. De leerlingen praten met elkaar over de gang van zaken in de klas. Samen bedenken ze doelen (nooit meer dan twee tegelijk), ze verzinnen welke acties er bij zo’n doel horen (bijvoorbeeld: ‘We oefenen iedere dag minimaal vijf minuten’) en ze evalueren twee keer in de week de vorderingen.

Bordsessie

Die evaluatie vindt plaats tijdens een zogeheten ‘bordsessie’, wat verwijst naar het whiteboard waarop de doelen en de acties genoteerd staan. Zo’n sessie, die ongeveer een kwartier duurt, wordt altijd geleid door een van de leerlingen. Een tweede leerling noteert belangwekkende punten op het bord.

‘Het leeft enorm’, zegt Le Clercq. ‘Dit zijn hun eigen doelen, waar ze elkaar op mogen aanspreken. En dat doen ze ook, want ze willen die doelen snel bereiken. Daardoor zijn ze erg betrokken.’

Dat dat bord in de klas belandde, was min of meer toeval. De Oscar Romeroschool begon drie jaar geleden te werken met een methode van de Stichting Leerkracht, die leerkrachten stimuleert hun school ‘elke dag samen een beetje beter’ te maken.

Centraal bij die methode, die inmiddels op circa zeshonderd Nederlandse scholen wordt gebruikt, staat het ‘verbeterbord’. Daarop noteren de leraren in onderling overleg de haalbare doelen en de bijbehorende acties. Een paar keer per week treffen ze elkaar rondom het bord om razendsnel de voortgang te bespreken en nieuwe doelen te noteren.

‘We zagen dat dat voor ons goed werkte’, zegt Le Clercq. ‘Toen zijn we het ook in de groepen gaan proberen.’

Ook op de meeste andere scholen die met de methode werken is het bord wel in een klas terecht gekomen, zegt Jaap Versfelt van Stichting Leerkracht. ‘Dat hadden wij absoluut niet verzonnen. Wij wilden met onze methode het onderwijs verbeteren voor de leerlingen, maar we hadden niet gedacht dat we dat ook mét de leerlingen konden doen.’

Toen Versfelt enkele jaren geleden voor het eerst hoorde over klassen die met het verbeterbord werken, besloot hij in de klassen te gaan kijken. Het viel hem op hoe goed kinderen meetbare doelen kunnen formuleren, vooral in de hoogste klassen van de basisschool.

Persoonlijk voornaamwoord

Hij vertelt over een school in Hoek van Holland, waar groep 8 zich ten doel stelde dat 80 procent van de leerlingen het persoonlijk voornaamwoord zou herkennen. Maar hoe gingen ze dat meten? ‘Een leerling stelde voor dat de juf een moeilijke zin op het bord zou schrijven’, zegt Versfelt, ‘en dat de kinderen moesten aangeven hoeveel persoonlijke voornaamwoorden erin stonden.’ Minder dan 80 procent gaf het goede antwoord. ‘Toen besloten de leerlingen dat ze elkaar in groepjes zouden gaan bijspijkeren. Dat is toch geweldig!’

Deze en andere positieve ervaringen deden Versfelt besluiten om het oneigenlijk gebruik van het verbeterbord ook officieel te gaan stimuleren. Sinds kort staan er daarom op de website van de stichting korte filmpjes die leerkrachten op weg helpen. 

Het mooie is dat de methode niet alleen het onderwijs verbetert, zegt Versfelt, maar ook andere bijeffecten heeft. ‘De leerlingen leren leiding geven, omdat ze om de beurt zo’n sessie leiden. En misschien nog belangrijker: ze leren dat je problemen samen kunt oplossen.’

Maar gaan kinderen geen misbruik maken van die inspraakmogelijkheden? Besluiten ze niet collectief dat ze beter moeten leren knikkeren en méér spelletjes moeten spelen op de iPad? 

Volgens Versfelt valt dat reuze mee. In klassen die moeite hebben om goede doelstellingen te formuleren kan de juf zelf een doel aandragen met bijbehorende acties. Of de meester verzint het doel en de leerlingen de acties. 'Je geeft de leerlingen zoveel vrijheid als ze aankunnen.'

Op tijd komen

In groep 5 van de Oscar Romeroschool blijkt dat kinderen van een jaar of acht inderdaad prima in staat zijn om serieuze doelstellingen te bedenken. 

‘Dat iedereen op tijd op school komt’, suggereert Jouhara.

‘U zei laatst dat we ook moeten weten wáárom we een bepaald antwoord geven op een vraag’, zegt Yade.

‘Bij rekenen bedoel je?’ vraagt Le Clercq. ‘Dat is wel tof, want dat staat ook als doel op het verbeterbord van de juffen en de meesters op de gang. Wij willen dat alle kinderen kunnen vertellen hoe ze aan hun antwoorden komen.’

‘Dat iedereen op het schoolplein de handen bij zichzelf houdt’, zegt Ali, die doelt op ongewenst duw- en trekwerk tijdens de pauzes.

Na een stemronde blijken de kinderen het liefst aan de slag te gaan met het gedrag op het schoolplein.

‘Oké’, zegt Le Clercq. ‘We laten het nu even bezinken. In de loop van de week gaan we er mee verder. En dan bedenken we ook hoe we het succes kunnen vieren.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden