Analyse Boerkaverbod

Waarom het nieuwe boerkaverbod ongemak en praktische bezwaren oproept

Op 1 augustus geldt in Nederland een boerkaverbod in het openbaar vervoer, ziekenhuizen en overheidsgebouwen. Beeld Hollandse Hoogte / Robin Utrecht

Aan de invoering van het zogenoemde boerkaverbod ging een discussie van 16 jaar vooraf. En nog steeds is niet duidelijk of, hoe en door wie de wet zal worden gehandhaafd. Door niemand, denkt de een. Door de burger, vreest de ander.

Voor de meeste mensen in Nederland staat het boerkaverbod, dat vandaag van kracht wordt, niet voor een principe maar voor gedoe. En daar houden ze niet van. De modale moslim niet, die volgens arabist Jan Jaap de Ruiter ‘rustig zijn geloof wil kunnen belijden’. En de functionarissen die met de handhaving van de ‘Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ zijn belast, houden misschien nog minder van gedoe. ‘Ze willen niet worden belaagd door medestanders van een in overtreding zijnde boerkadraagster’, denkt historicus James Kennedy – decaan van het University College in Utrecht en voorzitter van de commissie die de Canon van Nederland gaat herijken. ‘Ze willen niet dat hun tramrit in afwachting van de politie vertraging oploopt. Handhaving van het boerkaverbod staat met dat streven op gespannen voet.’

Het klinkt als een uiting van gemakzucht, maar de huivering om het boerkaverbod te handhaven kan niet uitsluitend daardoor worden verklaard, meent Kennedy. ‘Achter de aparte houding van de Nederlander tegenover de wet gaat meer schuil. Repressie wekt wantrouwen en scepsis. De onwil om een kwaal te bestrijden door vrijheden te beperken, is hier diepgeworteld. Een wet met dat oogmerk wordt vaak met allerlei voorbehouden omgeven. Uit liefde voor de vrijheid, en uit respect voor religieus pluralisme – al is dat respect wel tanende. Maar ook uit gemakzucht.’

Die houding klinkt door in de ontvangst van de boerkawet – getuige alleen al het feit dat die (anders dan in Frankrijk, België, Oostenrijk, Denemarken en Bulgarije) alleen geldt in openbare ruimten, maar niet op straat. In eerste instantie werd een verbod op gezichtssluiers van de hand gewezen als een ideetje van Geert Wilders, dat alleen vanwege zijn herkomst al niet serieus werd genomen. Vervolgens werden – heel Nederlands – praktische bezwaren geuit tegen zo’n wet: werd de inzet van zo’n zwaar middel wel gerechtvaardigd door het relatief kleine aantal boerka- en nikab-draagsters (dat al jaren op 200 à 400 wordt geschat)? Was, met andere woorden, een marginaal verschijnsel al dat gedoe wel waard? Toen de wetgever uiteindelijk toch gevoelig bleek voor het argument dat gezichtsbedekking – in welke vorm dan ook – veel ongemak en praktische bezwaren oproept, ontstond discussie over de vraag of, hoe en door wie een boerkaverbod moest worden gehandhaafd. En die discussie is op dag 1 van het nieuwe regime nog volop gaande.

Beeld VK Graphics

Onwillige handhavers

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) heeft eerder al laten weten het aan de instellingen zelf over te laten of ze boerka- en nikab-draagsters de toegang ontzeggen. Maar de meeste ziekenhuizen hebben aangegeven daar niets voor te voelen omdat hun zorgplicht prevaleert boven de handhaving van een kledingvoorschrift. Afgezien daarvan zou wetshandhaving een taak voor de politie zijn, en niet voor het ziekenhuispersoneel. De politie op haar beurt stelt in een tweet dat ‘controle op naleving van dit verbod bij de medewerkers (ligt) van de instelling waarvoor het verbod geldt. (…) Als hier geen gehoor aan wordt gegeven, kan de medewerker de hulp van politie inschakelen.’

‘Kan’: dat is ook de formulering die in de wet wordt gehanteerd. In de praktijk zal van die mogelijkheid, naar het zich laat aanzien, zelden gebruik worden gemaakt. Niet door ziekenhuizen, en evenmin in het openbaar vervoer. De vervoerbedrijven zullen zich in eerste instantie beperken tot registratie van het aantal overtredingen van het boerkaverbod. Want handhaving is niet primair een taak voor de buschauffeur en de treinconducteur. ‘Stel dat op een bepaalde lijn gezichtsbedekkende kleding wordt gesignaleerd, dan kan daar een gerichte controle op plaats gaan vinden’, zei Pedro Peters – voorzitter van brancheorganisatie OVNL – tegenover het ANP. ‘Alles is gericht op de-escalatie en het ongehinderd laten rijden van treinen, bussen, trams en metro’s.’

Een groot gevoel van urgentie spreekt niet uit deze formulering. ‘Boerka’s zijn nooit een probleem geweest in het openbaar vervoer’, stelt Peters dan ook. En hij meent geen enkele reden te hebben om aan te nemen dat dit na donderdag wel het geval zal zijn. Daarin heeft hij mogelijk gelijk. Al was het maar omdat de politie – de enige instantie die bevoegd is om overtreders van het boerkaverbod te beboeten – heeft aangegeven de wet zelfs in eigen huis niet te willen naleven. Draagsters van een nikab of boerka zullen vanaf vandaag naar een aparte ruimte worden gedirigeerd waar ze in het bijzijn van een, bij voorkeur, vrouwelijke agent hun sluier kunnen afleggen, of ze worden buiten het bureau geholpen. Want ‘daar zegt de wet niets over namelijk’, twitterde de Politie Nederland.

Daar is het ministerie van Binnenlandse Zaken het overigens niet mee eens. Dragers van een gezichtssluier zijn al in overtreding zodra ze een stap in een politiebureau hebben gezet, liet een woordvoerder optekenen in NRC Handelsblad. ‘Als een vrouw weigert gezichtsbedekking na binnenkomst af te doen, kan hoogstens de afspraak worden gemaakt haar telefonisch, digitaal of buiten het bureau te helpen.’ In De Telegraaf sprak Klaas Wilting, oud-woordvoerder van de Amsterdamse politie, zijn ergernis uit over de bereidheid van zijn voormalige werkgever om boerkadraagsters ter wille te zijn. ‘De politie moet zich niet in allerlei bochten wringen. Het boerkaverbod wordt niet voor niets in de wet opgenomen. De politie neemt hier echt een verkeerde afslag.’

Meer dan symboolpolitiek

Toch, zegt James Kennedy, is een gedeeltelijk boerkaverbod waarvan de naleving ook nog eens ongewis is voor Nederland geen klein bier. ‘Vroeger heeft de stad Amsterdam in tijden van oplopende spanning weleens een verbod op gezichtsbedekking uitgevaardigd. En het is ook voorgekomen dat geestelijke ambtsgewaden, of tenues die uiting gaven aan een bepaalde politieke gezindheid, zoals het uniform van de WA (de ‘weerafdeling’ van de NSB, red.) zijn verboden. Maar nu is er iets anders aan de hand. Nu betreft het verbod religieus geïnspireerde kleding die door gewone mensen wordt gedragen. Daarmee betreedt Nederland nieuw terrein. Daaraan doet de onwil om de wet te handhaven in principe niets af.’

‘In de islamitische wereld wordt dit meer opgepikt dan in seculier Nederland’, zegt arabist Jan Jaap de Ruiter, universitair docent bij Tilburg University. ‘In Nederland wordt badinerend over de wet gesproken als symboolpolitiek. Alsof we nu weer kunnen overgaan tot de orde van de dag. Maar zo makkelijk komen we er niet van af. Want voor orthodoxe moslims is het boerkaverbod een voorbeeld van de repressie waaronder hun geloofsgenoten in de westerse wereld zouden lijden. In dat verhaal ontbreekt de kanttekening dat van de handhaving geen werk zal worden gemaakt, want die nuance komt de orthodoxen niet van pas. Wij kunnen dan wel zeggen dat de boerkawet in de praktijk niets voorstelt, voor veel moslims ligt dat anders. Voor hen is het verbod kenmerkend voor de onverenigbaarheid van de door God gegeven sharia en de democratische rechtsstaat van menselijke makelij. Fundamentalistische moslims zouden dus eigenlijk blij moeten zijn met het verbod. Zij zouden toch niet willen dat een seculier land met een door mensen gecreëerde democratie een religieuze gewoonte sanctioneert die van God gegeven is.’

Als ze al blij zouden zijn, wordt dat in elk geval niet geuit. In orthodoxe kringen wordt de ‘kruistocht’ tegen boerkadraagsters vergeleken met de Holocaust. Jihadprediker Abdul-Jabbar van de Ven roept islamitische vrouwen op het boerkaverbod te negeren. Verschillende islamitische organisaties, waaronder de in de Rotterdamse gemeenteraad vertegenwoordigde partij Nida, hebben zich garant gesteld voor eventueel op te leggen boetes. Fractievoorzitter Nourdin El Ouali zegt tegenover het ANP overigens niet zozeer de strengheid van de politie te vrezen, maar ‘burgers die voor eigen rechter gaan spelen’. ‘Dat ze denken van: hé, dat mag niet en dat ze dan denken: ik sta in mijn recht als ik zo iemand naar de grond werk en de politie bel.’ Daarmee doelde hij op het burgerarrest, het recht van burgers om wetsovertreders aan te houden in afwachting van de politie. De ervaring leert echter dat burgers, die al beducht zijn om elkaar op hun gedrag aan te spreken, maar zelden gebruikmaken van dit recht.

Effecten

In de praktijk zullen de gevolgen van de boerkawet beperkt blijven, denkt ook Badr Youyou, voormalig voorzitter van de moskee in Groningen en actief bestrijder (vooral op Facebook) van de islamitische orthodoxie. ‘Misschien zal iets vaker etnisch worden geprofileerd, en misschien zullen boerkadraagsters op straat wat vaker worden aangesproken, maar daar zal het wel bij blijven.’ Hij verwacht evenmin dat de oproep van orthodoxe moslims om nu juist een gezichtssluier te gaan dragen (‘om de ongelovigen tegen te werken’) veel navolging zal krijgen. ‘Verreweg de meeste moslima’s hebben niet de behoefte om hun toewijding aan God met een nikab of een boerka tot uiting te brengen. Die behoefte hebben ze nooit gevoeld, en dat zal ook niet veranderen. Toch zijn veel gewone moslims boos en geïrriteerd over de wet, omdat die aanleiding heeft gegeven tot discussies waaraan zij geen enkele behoefte hebben.’

Dit zou geen reden moeten zijn voor een milde handhaving, zegt De Ruiter. ‘Want nu dreigt de slechtst denkbare constellatie te ontstaan: een wet waarmee salafisten stemming kunnen maken terwijl iedereen zich ervan kan overtuigen dat ze niet wordt nageleefd.’ Overigens is De Ruiter van mening dat het boerkaverbod noch met de Nederlandse geloofsvrijheid, noch met de geest van de islam in strijd is. ‘Het is een uiting van een religie die – al beweren de boerkadraagsters honderd keer het tegendeel – volkomen tegen de ware aard, de fitra, van de mens ingaat. Die heeft niets anders nodig dan de liefde van een vader en een zo zichtbaar mogelijke moeder.’

Een voorgeschiedenis van zestien jaar

In 2003 ontzegde ROC Amsterdam drie leerlingen die een nikab droegen de toegang tot de school. De school verwees daarbij naar ‘communicatie- en identificatieproblemen’ die het dragen van een gezichtssluier met zich meebrengt. De leerlingen maakten bezwaar tegen deze huisregel, maar de Commissie Gelijke Behandeling stelde de school in het gelijk.

In 2005 diende Geert Wilders een motie in voor het verbod van gezichtssluiers in het openbaar. Een wet van die strekking zou echter in strijd zijn geweest met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, en dan met name met artikel 6, waarin de vrijheid van godsdienst is vastgelegd. Om aan dat bezwaar tegemoet te komen, stelde het kabinet Rutte I (dat door de PVV werd gedoogd) in 2012 voor het dragen van alle ‘gelaatsbedekkende’ kleding – dus niet alleen gezichtssluiers, maar ook integraalhelmen, bivakmutsen en maskers – op openbare plaatsen te verbieden.

In 2015 diende het kabinet Rutte II een afgezwakte versie van dit wetsvoorstel in. De beperking ten opzichte van het voorstel van 2012 had vooral betrekking op de ruimte waar het verbod geldt: niet op straat of op treinperrons, maar wel in overheidsgebouwen, overheids- en zorginstellingen en het openbaar vervoer. Het wetsvoorstel werd op 26 juni 2018 door de Eerste Kamer aanvaard. Overtreding van de wet kan met 150 euro worden beboet.

De wet laat enkele uitzonderingen toe: gezichtsbedekking (zoals lasmaskers) die als onderdeel van de beroepsbeoefening wordt gedragen, en gezichtsbedekking die bij het sporten, bij plechtigheden (huwelijken) of culturele festiviteiten (carnaval) wordt gedragen. Moslima’s die langdurig in een zorginstelling verblijven, mogen in privéruimten een gezichtssluier dragen. De Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding geldt ook niet in taxi’s, belbussen en veerboten.

Ondanks zijn geringe betekenis zorgt het boerkaverbod altijd voor ophef, schreef Volkskrant-verslaggever Peter Giesen eerder in een analyse

De islamitische politieke partij Nida is van plan de boetes te betalen die boerkadraagsters vanaf 1 augustus opgelegd krijgen. 

Sommige burgemeesters willen het naderende boerkaverbod niet handhaven. Dat roept de vraag op wat overheidsinstellingen zullen doen als het verbod eenmaal van kracht is. Een rondgang langs drie sectoren.

Na Frankrijk krijgt ook Nederland een boerkaverbod. Overbodige symboolpolitiek, klinkt het, maar de angst die eraan ten grondslag ligt is echt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden