Waarom het leven op een bootje beter is

Beeld anp

We wachten onder het groene havenlicht. Het is de hondenwacht: de donkerste tijd van de nacht. Regen komt met kleine intervallen en als het niet regent slaat het zeewater tegen het basalt en dan in je gezicht.

Ik hou van de hondenwacht. De rest van de bemanning slaapt meestal en als je geluk hebt is er verder alleen een hemel, een zee en een maan. Maar dit is geen boot. Dit is op het zuidelijke havenhoofd van Scheveningen en we wachten op de Volvo Ocean Race, die langskomt voor wat ze een 'pitstop' noemen: 24 uur in Nederland.

Tussen de buien door licht het Kurhaus op als de Poolster, en aan de andere kant drijft de Maasvlakte. De havenmonding is niet breed en er lopen lelijke rollers in maar het jacht waar we voor komen, de Brunel, scheert eigenwijs met heel z'n grootzeil op naar binnen. Dat is wat we wilden zien. Die boot, en die bemanning: sportschooljongens uitgeput door energietekort en slaapgebrek.

Ze meren handig aan in de haven alsof ze terugkomen van een dagje uit, terwijl ze inmiddels toch echt al kapen hebben gerond in soms spectaculaire zeeën met grote snelheden en gevaren - dat was allemaal live te volgen, ook op mijn telefoon, omdat de boten hun belevenissen continu uitzenden via bolantennes op het achterschip en speciaal voor dat doel aangestelde onboard reporters, die niet mee mogen zeilen maar alleen verslag moeten doen. Eén van die boten, Dongfeng, heeft een drone met een camera die af en toe om de mast cirkelt - tot zover het idee dat avontuur eenzaam is.

Ze zeggen dat de Volvo Ocean Race de zwaarste zeilrace ter wereld is. Dat klopt niet: de allerzwaarste lijkt me de Vendée Globe, in je eentje zonder stoppen rond de wereld. Dat doet er verder niets aan af; ik sta graag op die pier te kijken in de regen in het holst van de nacht. Dit zijn geen boten maar machines: uitgebouwde surfplanken met zwenkkielen, volgetatoeëerd met sponsornamen - met twintig knopen stuiterend over een knobbelige zee. Toch denk ik dat het zeilen van een miljoenen kostend pr-project en het zeilen van een bootje als het mijne, in de kern neerkomt op hetzelfde.

Volvo Ocean Race

Thuiskomen is altijd een beetje problematisch. Op zee is het leven overzichtelijk: er zijn regels te respecteren en wachten te draaien, er zijn gelijkgestemden om je heen. Er is een horizon, er is de zoute wind, die je nu ook ruikt op de Scheveningse pier, en af en toe is er een dolfijn. Het is heel eenvoudig allemaal. Er is geen tijd om aan andere dingen te denken: de toekomst, de kinderen, de auto die naar de garage moet. Zeilen dwingt tot gemoedsrust, ik denk zelfs wedstrijdzeilen.

Het leven op een bootje is vaak beter dan dat op land - daarom zijn er mensen die jaren wegblijven, zogenaamd om de vrijheid te zoeken maar in werkelijkheid omdat alles er duidelijker is afgebakend. Na een paar dagen zee, is mijn ervaring, loop je liever geen haven meer binnen.

De Brunel ligt nu vast en kijk wat de bemanning doet: ze springen niet van boord, blij thuis te zijn, maar blijven nog even op die boot. Ze doen wat ik ook zou doen, uitgeput of niet: ze schieten lijntjes op, knopen landvasten, trekken een huik over de giek. Zo stellen ze het landen uit. Schipper Bouwe Bekking is een tijdje kwijt. 'Waar is Bouwe?', roept iemand van het walteam, hij moet gehuldigd worden, maar verschanst zich vooralsnog in de kajuit - ik denk: die heeft geen haast om aan land te gaan.

Bernard Moitessier deed in 1968 mee met de eerste solo zeilrace rond de wereld, een spektakelstuk georganiseerd door The Sunday Times om meer lezers te trekken - dat deden kranten toen. Driekwart onderweg haakte hij af, en schoot met een katapult een briefje met de reden op het dek van een passerend schip: 'parce que je suis heureux en mer et peut-être pour sauver mon âme'. In goed Frans: bekijk het allemaal maar. Moitessier had zijn boot vernoemd naar Joshua Slocum, de Amerikaan die als eerste in zijn eentje rond de wereld zeilde en na terugkeer nooit meer kon aarden op land. Hij schreef: 'Ik was de gewoontes en gebruiken bijna helemaal vergeten.'

En dan heb ik de goede oude Slauerhoff niet eens genoemd.

Aha, daar komt Bouwe dan, kalm klimt hij uit zijn boot. Als laatste het podium op voor de huldiging - het is half zes al bijna, hij worstelt wat met een fles champagne. Hij vertelt: blij hier te zijn. Ik denk: het liefst gooit hij meteen weer los.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden