Waarom het écht beter is om meer te betalen voor eten

De tien geboden van goed eten: deel 5

We willen goed eten: duurzaam, diervriendelijk, gezond. En we willen lekker eten. Maar hoe? De Volkskrant onderzoekt in een serie de 10 Geboden van Goed Eten. Vandaag het vijfde gebod: Gij zult meer betalen, want dat is beter voor het milieu, de dieren en de boeren in de Derde Wereld.

Foto Lauren Hillebrandt

Hangt aan goedkoop eten een prijskaartje?

Laten we het eens over koffie hebben. We hadden ook varkensvlees kunnen nemen, melk of chocolade. Maar koffie is een prima voorbeeld. U staat voor het schap in de supermarkt. Voor u liggen twee pakken koffie. Het ene is een paar dubbeltjes duurder dan het andere. Welk pak neemt u dan? Het goedkoopste waarschijnlijk.

Maar als ik u nu vertel dat voor de duurdere koffie de boeren een eerlijke prijs krijgen, dat ze hun koffie duurzaam verbouwen, dat ze een premie ontvangen waarmee ze schooltjes bouwen voor hun kinderen: welk pak kiest u dan? Als u allen nu zegt dat u het duurdere koopt: dat kan niet. Het marktaandeel van fairtradekoffie in de Nederlandse supermarkt is namelijk maar een procent of 5. De meesten kopen het goedkope pak.

Fatsoenlijk loon

Dat is gek, want in een nette wereld zou het toch niet meer dan normaal moeten zijn dat wij koffieboeren een fatsoenlijk loon betalen, zodat ze hun gezin kunnen voeden, schoolgeld afdragen en de dokter bellen als die nodig is. Elementaire zaken waar ieder mens recht op heeft. Maar zo normaal is dat blijkbaar niet.

'Externe kosten' worden ze genoemd: kosten die eigenlijk wel thuishoren in de prijs van een product, maar niet worden meegerekend omdat ze worden afgeschoven op anderen. Fatsoenlijke lonen voor koffieboeren zijn er een voorbeeld van. Maar er is meer.

Gij zult

'Geef ons heden ons dagelijks brood.' Die opdracht is ingewikkelder dan ooit tevoren. De moderne consument moet zich een weg banen door een mijnenveld dat is bezaaid met meningen, borrelpraat, elkaar tegensprekende onderzoeken, hele en halve waarheden. De voedingsindustrie, de boeren, de milieubeweging, de supermarkten, de klimaatactivisten, Slow Food, ieder heeft zijn eigen agenda. Wie moet je nog geloven en wie niet? Om de consument een weg te wijzen door dit oerwoud heeft de Volkskrant de 10 Geboden van Goed Eten opgesteld. In een onregelmatig verschijnende serie worden alle geboden aan een diepgaand onderzoek onderworpen. Aan het eind hopen we in elk geval meer te weten.

Milieuproblemen

De landbouw is een van de belangrijkste veroorzakers van grote milieuproblemen: opwarming van de aarde, verlies aan biodiversiteit, vervuiling van land, lucht en water. De bijdrage van de landbouw aan het broeikaseffect wordt geschat op 25 tot 30 procent. De aanpak daarvan kost wereldwijd honderden miljarden per jaar. Maar dat is niet verdisconteerd in de prijs van een pond kaas of een bak kastomaten.

En wat te denken van de gezondheidskosten die worden veroorzaakt door het gebruik van antibiotica in de veehouderij? Zouden die niet ook verdisconteerd moeten worden in het prijskaartje van een kipfilet? En de kosten voor dierenwelzijn? Of is dierenleed gratis? Armoede, milieu- en gezondheidsproblemen, dierenleed, het zijn de onzichtbare kosten achter onze voedselproductie. Ze zijn er wel, maar je ziet ze niet. En dus betaal je ze niet. Als je die kosten wel meerekent, zouden we meer voor ons eten betalen. Misschien zou een kilo varkensvlees dan wel een paar euro meer kosten dan nu.

Voordelig boven alles?

Waarom is ons voedsel zo goedkoop? Dat is de schuld van de oorlog. In de Tweede Wereldoorlog ondervonden de bevolkingen van Europese landen wat het is om serieus honger te lijden. Dat nooit meer, vonden de naoorlogse regeringen. Binnen de Europese Unie werd een miljarden verslindend subsidiestelsel opgetuigd om de landbouwproductie te verhogen met als doel: bewerkstelligen dat er voldoende en goedkoop voedsel is voor iedereen.

Die missie is glansrijk behaald, met Nederland als uitblinker: tussen 1950 en 2011 vervijfvoudigde de Nederlandse landbouwproductie, met minder boeren en minder land. Missie volbracht. Maar in onze ijver hebben we een systeem gecreëerd dat helemaal door kosten en baten wordt gestuurd: de eerste moeten omlaag, de tweede omhoog. We sluiten dieren op met als enig doel ze zo snel mogelijk vlees te laten aanmaken, we strooien kunstmest en pesticiden om meer uit de grond te halen, we stoken kassen om het hele jaar door tomaten en paprika's te telen.

Foto Lauren Hillebrandt

Heilige doel

Vragen of deze aanpak op de lange termijn wel duurzaam is, werden jarenlang terzijde geschoven: alles opzij voor het heilige doel van goedkoop eten voor iedereen. Nu zijn we echter op een punt beland dat we de rekening krijgen gepresenteerd. We lopen tegen de grenzen aan van het ecosysteem - als we er al niet overheen zijn. Het eind is nog niet in zicht. Er moet steeds meer voedsel worden geproduceerd voor een nog altijd groeiende wereldbevolking. Met meer milieuproblemen als gevolg.

De rol van ons voedsel daarin staat steeds vaker ter discussie. Op een recent congres in Amsterdam maakte Nadia El-Hage Scialabba, senior officer duurzame ontwikkeling van de VN-landbouworganisatie FAO, een punt van de 'economische onzichtbaarheid' van free inputs uit de natuur. Er zou eigenlijk een prijskaartje moeten hangen aan het gebruik van natuurlijke hulpbronnen als water, lucht en land. De (voedings)industrie maakt er gebruik van door afvalstoffen erin te lozen of door ze te vervuilen met pesticiden, broeikasgas of fijnstof. Adviesorganisatie KPMG International deed in 2012 onderzoek naar de externe milieukosten van elf bedrijfstakken, waaronder ook de luchtvaart, de mijnbouw en de auto-industrie. De voedingsindustrie bleek kampioen afschuiven. De verborgen milieukosten van voedingsbedrijven zijn volgens KPMG het hoogste van allemaal en ruim twee keer zo hoog als de brutowinst die ze maken. Als de voedingsindustrie werd aangeslagen voor milieukosten, draaiden veel bedrijven met verlies.

Wie de verliezers zijn in dit systeem is duidelijk. Dat zijn de zwakste schakels: het milieu, de boeren die op het randje van bestaan balanceren, de dieren, de toekomstige generaties die we opzadelen met onze milieuproblemen. De winnaars zijn zij die het wereldwijd voor het vertellen hebben in de voedselketen: grote agrarische multinationals als Monsanto en Cargill en de supermarkten.

De tien geboden

1 Eet lokaal.

2 Eet biologisch of in ieder geval producten waarvoor geen of zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt.

3 Eet minder en alleen diervriendelijk geproduceerd vlees.

4 Eet producten waar geen E-nummers of andere vreemde stoffen aan zijn toegevoegd.

5 Betaal meer.

6 Kook zelf. Besteed dagelijks minimaal anderhalf uur aan uw eten.

7 Eet aan tafel, samen met anderen.

8 Probeer een deel van uw eten zelf te verbouwen, hoe klein dat deel ook is.

9 Verspil geen eten.

10 Eet lekker.

De 10 Geboden van Goed Eten kunnen naar hartelust worden geamendeerd. Reacties, aanvullingen en ideeën zijn welkom op: 10geboden@volkskrant.nl

Kleine prijsjes, blije klanten?

Misschien hoort de consument ook bij de winnaars; die profiteert immers van lage prijzen. Het deel van ons inkomen dat we uitgeven aan eten is de laatste decennia spectaculair gedaald: van gemiddeld 30 procent in 1960 tot 11 procent in 2011. De laatste jaren is weer sprake van een lichte stijging, vooral omdat we door de crisis minder geld uitgeven aan andere zaken.

Goedkoop eten is de norm. De westerse consument zit gevangen in een cheap food mindset, zegt Lucas Simons in zijn boek Changing the Food Game. 'Ons systeem is gebaseerd op lage prijzen. Die moeten laag blijven, anders stort het bouwwerk in.'

Gezichtsbedrog

Lage prijzen zijn gezichtsbedrog. We betalen de rekening voor goedkoop voedsel wel, maar ergens anders: in kosten voor dijkverzwaring (om de stijging van de zeespiegel het hoofd te bieden) en waterzuivering bijvoorbeeld. Een bestuurslid van het Hoogheemraadschap Delfland klaagde dat controles op landbouwgif in het water tonnen per jaar extra kosten. Daar betaalt iedereen aan mee via de waterschapslasten.

Lage prijzen voor koffie en andere grondstoffen zorgen voor armoede en instabiliteit in ontwikkelingslanden wat weer leidt tot oorlogen en vluchtelingenstromen. Zo zijn zelfs kosten voor de opvang van asielzoekers deels te herleiden tot goedkoop eten.

Betalen doen we dus toch wel, linksom of rechtsom. Maar het probleem van de kunstmatige lage prijzen van voedsel is dat ze ons het zicht ontnemen op de werkelijke kosten die gemoeid zijn met de productie. Daardoor wordt consumenten de mogelijkheid ontnomen een afgewogen keuze te maken: voor eten dat minder milieuvervuiling veroorzaakt, niet per vliegtuig wordt aangevoerd of waarvoor boeren wel goed zijn betaald.

De consument kan toch gewoon dokken?

Hoe lossen we dat op? Dat kan op meerdere manieren. De eerste is de meest voor de hand liggende: we plakken een sticker op voedsel dat wel duurzaam, diervriendelijk et cetera is geproduceerd en vragen de consument daarvoor meer te betalen.

Dat is het idee waaruit fairtrade is ontstaan en allerlei andere labels: biologisch, vrije uitloop en sterren voor dierenwelzijn. Als je een product met zo'n label koopt, dan weet je: voor deze koffie is een fatsoenlijke prijs betaald, deze legkip heeft buiten gelopen, dit varken heeft daglicht gezien.

Even los van de vraag of alle labels doen wat ze beloven, of het hout snijdt. Max Havelaar vierde vorig jaar zijn zilveren jubileum. Na 25 jaar is het marktaandeel fairtrade in de winkel bescheiden: 5 procent in koffie, 6 procent in chocolade. Voor biologisch en scharrelvlees geldt al niets anders. Het is niet niks; fairtrade zet wereldwijd 5 miljard dollar om. Maar het gaat wel tergend langzaam.

Fairtrade koffie. Foto ANP

Bewuste consument

Dat niet alleen. Labels veranderen het systeem niet, zeggen critici. Labels fungeren vooral als aflaat voor een kleine groep bewuste consumenten. De meerderheid van de kopers ziet er het nut niet van in. Dat kun je ze verwijten. Maar de vraag is of het terecht is de last van een ontspoord systeem bij de consument te leggen.

Ynte van Dam, universitair docent marktkunde en consumentengedrag van Wageningen UR, vindt van niet. 'Consumenten hebben het systeem niet bedacht, waarom zouden zij het dan moeten oplossen? Je doet boodschappen om te eten, niet om de wereld te veranderen.'

Bovendien werkt het systeem met labels averechts. Wie bewust 'beter' inkoopt geeft niet alleen zelf meer uit, maar betaalt evengoed mee aan de milieukosten van het verspillende eetpatroon van zijn buurman. De bewuste consument wordt dus dubbel gepakt. 'Je zou geschift zijn als je daar in trapt', aldus Van Dam.

Moeten bedrijven het voortouw nemen?

Andere oplossing. Laat bedrijven het voortouw nemen om duurzamer te produceren en in te kopen. Dat gebeurt al. Albert Heijn verkoopt alleen nog scharrelvarken, C1000 is overgestapt over op weidemelk, Unilever doet de plofkip in de ban, Plus heeft alleen nog fairtradebananen in het schap, koffie van Albert Heijn en Lidl heeft het UTZ-keurmerk voor verantwoorde koffie. Veel consumenten kopen duurzaam of fairtrade zonder dat ze het weten.

De afgelopen jaren ontstond bijna een run op 'goede' labels. Het leek wel alsof elke supermarkt er als eerste bij wilde zijn. Dat is ook zo, want de eerste krijgt positieve publiciteit. Maar om echt effect te hebben, moet het goede voorbeeld worden nagevolgd. En daar is niet altijd evenveel animo voor, want in nummer twee en drie is niemand nog geïnteresseerd.

Puberfase

Hoe broos dit model is, bleek onlangs uit commotie rond het initiatief 'de Kip van Morgen'. Supermarkten spraken af om met zijn allen alleen nog vlees in het schap te leggen van deze kip, die een iets beter leven heeft dan de plofkip. Omdat zo'n kartelafspraak niet is toegestaan in een vrije markt, hadden ze daarvoor toestemming nodig van de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

Die kregen ze niet. Niet omdat de ACM tegen afspraken over dierenwelzijn is, maar omdat de levensverbetering van de Kip van Morgen te minimaal was om een uitzondering voor te maken op de kartelwetgeving. Voor een kip met een echt beter leven (1 ster van de Dierenbescherming) durfden de supermarkten hun nek niet uit te steken. Daar is blijkbaar geen eer aan te behalen.

Het is illustratief voor de situatie waarin het bedrijfsleven nu zit, zegt Simons die bedrijven adviseert over duurzaamheidsbeleid.'We zitten in een soort puberfase. Uiteindelijk komt het erop aan dat bedrijven de noodzaak van systeemverandering inzien omdat ze anders geen toekomst hebben.'

De plofkippen. Bij een pluimveebedrijf worden in zes stallen in totaal 183.000 kuikens gehouden. Na ruim zes weken zijn de kippen 2,5 kilo en klaar voor de slacht. Foto ANP

Overheid, grijp in!

Maar waarom zouden we wachten op bedrijven? Is het niet logischer dat de overheid het initiatief neemt en bedrijven verplicht externe kosten door te berekenen in de prijzen van voedsel? Voer een vliegtaks in, een milieuheffing, een dierenleedbelasting voor kip uit de bio-industrie en een uitbuitingsopslag voor kinderslaafchocolade. 'Eerlijke' producten - uit de volle grond, van het seizoen, duurzaam, diervriendelijk, fairtrade - worden dan vanzelf relatief goedkoper.

Maar daarmee beginnen de problemen pas echt, want hoe bereken je dat? De afgelopen jaren hebben internationale onderzoekers hun hoofd gebroken over manieren om de externe kosten van voedsel te becijferen - met zeer verschillende uitkomsten.

Echte kosten

Onderzoekers van de Iowa State University in de VS schatten de externe kosten - milieu, gezondheidskosten, verlies aan biodiversiteit - van de Amerikaanse landbouw in 2004 op 5,7 tot 16,9 miljard dollar. Op een totale productie ter waarde van zo'n 280 miljard dollar zou dat 2 tot 6 procent aan extra kosten zijn.

Dat lijkt weinig in vergelijking met een studie van de universiteit van Essex uit 2005 waarin werd becijferd dat gangbaar eten in Groot-Brittannië 12 procent duurder zou worden als alle externe kosten werden meegeteld. Biologisch eten kwam in de studie gunstiger uit de bus.

Het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU in Amsterdam berekende in 2005 de 'echte' kosten van varkensvlees voor de Nicolaas Pierson Stichting. Als alles - klimaat, dierenwelzijn, verlies aan biodiversiteit - werd meegeteld, zou een kilo gewoon varkensvlees in de winkel ruim 2 euro meer moeten kosten. Voor een kilo biologisch varkensvlees zou de prijsverhoging de helft lager uitkomen: 94 cent.

Onmogelijke opdracht

Het recentste onderzoek naar externe kosten van voedselproductie in Nederland werd vier jaar geleden gedaan in het kader van een parlementair onderzoek: 'Economische dimensie verduurzaming voedselproductie.' In opdracht van het parlement rekende milieuonderzoeksbureau Blonk Consultants uit wat voor gevolgen het doorberekenen van kosten voor vervuiling, klimaateffecten en dierenwelzijn zou hebben voor melk en varkensvlees.

Voor een kilo varkensvlees bedragen de externe kosten - zekere en minder zekere - 1,84 euro per kilo (bovenop 2,50 euro productiekosten), voor een liter melk 13 cent per liter (bovenop 48 cent productiekosten). Dat zou neerkomen op een prijsverhoging van 73, respectievelijk 27 procent. Opvallend is overigens dat biologisch vlees in het onderzoek pas beter scoort als ook dierenwelzijn wordt meegeteld, een van de factoren die het moeilijkst te kwantificeren is. Maar de belangrijkste boodschap zijn niet de cijfers, zegt onderzoeker Hans Blonk. Die is dat het een 'onmogelijke opdracht' was. Dat er externe kosten zijn, staat buiten kijf. Dat ze aanzienlijk zijn ook. Maar om dat om te zetten in tastbare cijfers, is volgens Blonk een heilloze weg.

De beruchte kiloknaller. Foto ANP

Hoe bereken je de kosten van een smeltende ijsberg?

De kosten van water- en luchtvervuiling zijn nog enigszins meetbaar. Maar hoe bereken je de kosten van een smeltende ijsberg, de afname van planten- en diersoorten, of de kosten van een dode door pesticidengebruik in China? Wie kan zeggen wat het dierenwelzijn van een kip waard is in euro's? Voor je het weet, zegt Blonk, gaat de discussie vooral daarover in plaats van waarover het zou moeten gaan: hoe maak je de voedselproductie duurzamer? De verborgen kosten van voedsel doorberekenen aan de consument is volgens hem het paard achter de wagen spannen. Het is beter om de prikkel te leggen waar de kosten worden gemaakt. Hanteer dan het principe de vervuiler betaalt: bij de boer die pesticiden en kunstmest strooit, bij de tomatenteler die in zijn kas gas verstookt, bij de veehouder die mest uitrijdt.

In plaats van een opslag voor de consument ziet Blonk meer heil in bijvoorbeeld een pesticidentaks, een energiebelasting en een waterheffing. Dan wordt het eten ook duurder, maar pak je het probleem bij de kop in plaats van bij de staart.

Dat zou de politiek moeten doen. Maar die aarzelt. Een motie van D66 om te onderzoeken hoe externe kosten van voedsel kunnen worden doorberekend, werd in 2012 verworpen met tegenstemmen van VVD, PVV, CDA en SGP. Logisch. Een politicus die pleit voor heffingen op voedselproductie maakt zich niet populair.

Subsidies

Ondertussen doen we wel het omgekeerde. Nederlandse glastuinbouwbedrijven betalen tot en met 2024 een verlaagd tarief voor hun gas: geen 19,3 cent per kubieke meter, maar 3,1 cent. Het voordeel van de sector wordt geschat op 115 miljoen euro per jaar. In plaats van energieverbruik te belasten, wordt het beloond. De prijs betalen ze nu in Groningen.

Voor de EU-landbouwsubsidies geldt bijna hetzelfde. Het leeuwendeel daarvan komt terecht bij grote bedrijven, in Nederland vooral in de zuivelsector. Op de site farmsubsidy.org, opgezet door een groep internationale onderzoeksjournalisten, staan de cijfers over de periode 1997 tot 2013 op een rijtje. Van de vijf grootste subsidieontvangers in Nederland zijn er vier zuivelbedrijven: Campina, Nestlé Nederland, Hoogwegt International en Navobi. Gezamenlijk ontvingen zij in genoemde periode ruim 766 miljoen euro aan belastinggeld. Het is geld dat indirect ten goede komt aan de prijs van een pak melk of een kilo tomaten. Subsidies zijn ook een vorm van externe kosten.

Foto ANP

De vervuiler betaalt

De Wageningse onderzoeker Van Dam was een van de deskundigen die in het parlementair onderzoek om advies werd gevraagd. Ook hij is een voorstander van de vervuiler betaalt. 'Als je dat doet, krijg je een systeemverandering. Er zullen bedrijven failliet gaan die nu indirect worden gesubsidieerd. Van de andere kant komen dan producten op de markt die er nu niet zijn vanwege de concurrentie. De uitkomst is niet te voorspellen.'

Er zijn tekenen dat de wal het schip begint te keren, waarschuwt Peter d'Angremond, algemeen directeur van Max Havelaar Nederland. De kinderen van arme koffie- en cacaoboeren haken af: zij hebben geen zin net zo te sappelen als hun ouders. Daardoor daalt het aanbod en stijgen de prijzen. Maar de manier waarop verdient geen schoonheidsprijs. 'Daar zit niemand op te wachten.'

Aanmodderen

Ondertussen blijft het aanmodderen met initiatieven van goedwillende bedrijven en bewuste consumenten. Ons voedsel is te goedkoop en ja, het zou goed zijn als we meer zouden betalen. Al was het alleen maar om ons bewuster te maken van de werkelijke kosten achter de ingrediënten op ons bord. Maar het is een probleem dat vraagt om een structurele aanpak die de keuzen van de individuele consument te boven gaat.

Anderzijds: als bewuste consumenten het onderwerp niet op de agenda houden, waarom zouden de supermarkten en de politiek zich dan nog inspannen? Staat u de volgende keer voor het koffieschap in de supermarkt en kiest u fairtradekoffie, dan zult u de revolutie niet ontketenen, maar u bent wel een nobel mens.

Je moet ergens beginnen.

Interviews met Ynte van Dam, universitair docent marktkunde en consumentengedrag van Wageningen UR.

Lucas Simons, directeur NewForesight.

Hans Blonk, directeur Milieubureau Blonk.

Gerrit Antonides, hoogleraar economie van consumenten en huishoudens. Wageningen UR.

Peter d'Angremond, CEO Max Havelaar Nederland.

Boeken & artikelen:

Lucas Simons: Changing the food game. Greenleaf publishing Shaeffield 2014.

Michael Carolan: The real cost of cheap food. Earthscan Londen, 2011.

Ynte van Dam en Janneke de Jong: The positive side of negative labelling. Springer Science + Business Media (online) November 2014.

Michiel van Drunen, Pieter van Beukering, Harry Aiking: The true price of meat. Instituut voor Milieuvraagstukken, VU Amsterdam 2010.

Natural Capital Accounting in Agriculture. Presentatie Nadia El-Hage Scialabba voor E.N.G. Sustainable Development in the Food and Beverage Industry, januari 2015 Amsterdam.

Rapport Parlementair onderzoek economische dimensie verduurzaming voedselproductie. Tweede Kamer der Staten-Generaal. Vergaderjaar 2011-2012.

H. Blonk e.a.: Economische dimensie verduurzaming voedselproductie. Gouda 2011.

Verslag debat over het rapport van de klankbordgroep Economische dimensie verduurzaming voedselproductie. Tweede Kamer der Staten-Generaal 18-01-2012.

Motie D66 (kamerlid Van Veldhoven) Economische dimensie verduurzaming voedselproductie. Tweede Kamer der Staten-Generaal 18 januari 2012 (verworpen).

Pretty e.a.: Farm costst and food miles: An assessment of the full cost of the European weekly food basket, University of Essex 2005.

Tegtmeier and Duffy: External costs of agricultural productivity in the United States. International Journal of agricultural sustainability, 2004.

De Boerderij: Tuinders betalen minder voor gas. 28 juni 2014.

Farmsubsidy.org Verdeling EU Farm subsidies for Netherlands. Top recipients 1997-3013.

Expect the unexpected: Building business value in a changing world. KPMG International 2012.

Diverse artikelen op Foodlog en de Volkskrant.

Analyse ACM van duurzaamheidsafspraken 'De Kip van Morgen', Autoriteit Consument & Markt 2015.

Alastair M. Smith: Evaluating the Criticisms of Fair Trade. Economic Affairs, december 2009.

Rethinking the F&A Supply Chain. Rabobank International 2011.

The Fair Trade Chocolate Rip-off. Fair transnational investigation, november 2012.

The long and the short of it. Food ethics council & the Univeristy of Warwick. Final report launched at the House of Lords 2014.

Cijfers Eurostat, CBS.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.