Waarom hebben relatief veel terroristen een Marokkaanse achtergrond?

'Europeanen van Marokkaanse afkomst kunnen vatbaar zijn voor het jihadisme vanwege maatschappelijke vervreemding'

Bij de recente jihadistische aanslagen in Europa zijn relatief veel jongemannen van Marokkaanse komaf betrokken. De meesten zijn geboren en getogen in Europa. Hoe is dit te verklaren?

Brahim Abdeslam, die betrokken was bij de aanslag in Parijs, november 2015 Foto afp

Ze zijn jong, groeiden op in West-Europese landen, en transformeerden in enkele gevallen binnen een oogwenk van westerse pubers in jihadistische moordmachines die in naam van Islamitische Staat bloedbaden aanrichtten in de straten van Parijs, Brussel en Barcelona. En: zowat allemaal - ongeveer 26 jongemannen - hebben ze een Marokkaanse achtergrond. Vooral dit laatste doet pers en publiek zich afvragen waarom juist westerse jongens van Marokkaanse afkomst telkens betrokken zijn bij zulke gruweldaden. Is de etnische overeenkomst tussen de aanslagplegers slechts toeval, zoals het Algemeen Dagblad zich vorige week afvroeg, of is er meer aan de hand?

Een kwestie van statistiek

'Je moet naar de cijfers kijken', zegt Issandr El Amrani, een Marokkaans-Amerikaans publicist en onderzoeker van de International Crisis Group. 'Europa telt veel Marokkanen. Dat je zoveel aanslagplegers van Marokkaanse origine hebt, heeft voor een belangrijk deel te maken met de omvang van deze groep.'

Volgens officiële cijfers van het Marokkaanse ministerie voor Marokkanen in het Buitenland telt Europa ongeveer 2,6 miljoen inwoners die geboren werden in Marokko. Tel daarbij de nazaten op van Marokkaanse migranten die geboren werden op Europese bodem en je komt ongeveer op 3,8 miljoen uit. Dat getal zou nog eens flink hoger kunnen uitvallen als je ook de Marokkanen meerekent die in de illegaliteit in Europa leven.

Europese Marokkanen vormen hiermee na de Turkse diaspora - circa 5,5 miljoen - een van de grootste islamitische gemeenschappen in West-Europa. Het totaal aan Europeanen met een Algerijnse achtergrond wordt geschat op 2 miljoen, het aantal Europeanen met een Tunesische achtergrond schommelt rond de 1 miljoen.

Dit numerieke overwicht van Europese Marokkanen zie je terug in het aantal Syriëgangers van Europese bodem. Het Haagse International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) schatte vorig jaar dat rond de 4.000 Europese moslims zich bij de jihad in Syrië hebben gevoegd. De ICG schat dat ongeveer de helft van die Europese uitreizigers een Marokkaanse achtergrond heeft.

'Inderdaad relatief veel', zegt El Amrani. 'Zeker als je het vergelijkt met het aantal Syriëgangers uit Marokko zelf. Dat zijn er ongeveer 1.600. Het antiterrorismebeleid in Marokko is veelomvattend en hard. Gewelddadige radicalen krijgen daar nauwelijks voet aan de grond, en mensen die naar Syrië willen, wordt het uitreizen onmogelijk gemaakt.'

In Nederland en België bestonden al voor het begin van het Syrisch burgerconflict radicaalislamitische structuren - Sharia4Belgium, Straat Dawah - die bij het uitbreken van de oorlog in woord en daad de gang naar Syrië aanmoedigden. Jongemannen van Marokkaanse origine voerden de boventoon in deze clubjes. Vooral de Brusselse kring, die meer uitblonk in criminele activiteiten dan in religieuze rechtlijnigheid, ontwikkelde zich tot een dodelijk broederschap.

Nederland telt rond de 100 Syriëgangers van Marokkaanse afkomst, België heeft er circa 470. Overigens waren Marokkaanse Nederlanders de afgelopen jaren niet betrokken bij aanslagen in Europa, Marokkaanse Belgen wel.

Abdelhamid Abaaoud uit België, bereidde de aanslagen in Parijs voor. Werd bij een vuurgevecht gedood. Foto EPA

Een Marokkaan is geen Turk is geen Algerijn is geen Tunesiër

'Ik geloof dat Europeanen van Marokkaanse afkomst vatbaar kunnen zijn voor het jihadisme vanwege de maatschappelijke vervreemding die hen treft', zegt onderzoeker David Pollock van de Amerikaanse denktank The Washington Institute. 'Hou wel in gedachten dat het hier gaat om een kleine minderheid van de totale Europees-Marokkaanse gemeenschap.'

Die 'maatschappelijke vervreemding' wordt ook aangevoerd door andere deskundigen die zich buigen over de vraag waarom moslimjongeren zich aansluiten bij het jihadisme. De oorzaken daarvan kan de gemiddelde nieuwsconsument wel dromen: werkloosheid, racisme, xenofobie in de politiek, westerse militaire interventies in het Midden-Oosten. Frustratie over deze misstanden weekt sommige moslimjongeren los uit hun westerse bedding en maakt ze ontvankelijk voor het jihadisme.

Blijft evengoed de vraag bestaan waarom het vooral Marokkaanse jongeren zijn die zich bij het jihadisme aansluiten. Over de Turkse weerbaarheid jegens islamitische radicaliteit is al het nodige gezegd. Die wordt verklaard uit de sterke sociale identiteit van de Turkse diaspora. Uitsluiting en discriminatie slaan niet zo snel deuken in het trotse zelfbeeld van Turken. Ze hebben minder behoefte aan de troost en wraak die de gewelddadige religiositeit biedt.

Hoe zit het dan met de maatschappelijke weerbaarheid van Algerijnse en Tunesische moslimjongeren? Hier wordt vergelijken moeilijk. Bijna de volledige Algerijnse en Tunesische diaspora woont in Frankrijk. Hoe groot hun aantal is onder de Franse Syriëgangers - in totaal circa 1.700 - is nauwelijks te achterhalen. Franse aanslagplegers met een Algerijnse of Tunesische achtergrond zijn er wel geweest. Denk aan de gebroeders Kouachi, die een aanslag pleegden op de redactie van Charlie Hebdo, of aan Mehdi Nemmouche, die dodelijk tekeer ging in het Joods Museum in Brussel - zij hadden een Algerijnse achtergrond. Getalsmatig staat dit handjevol echter in geen verhouding tot het aantal aanslagplegers met Marokkaanse wortels.

El Amrani denkt dat de verschillende migratiegeschiedenis van Marokkanen, Algerijnen en Tunesiërs een rol speelt. Hoe eerder men emigreerde, hoe beter men geïntegreerd is. 'Algerijnen en Tunesiërs kwamen al begin jaren vijftig, en soms zelfs eerder, naar Frankrijk. Ze hebben de tijd gehad om iets beter te integreren. De meeste Marokkanen emigreerden pas in de jaren tachtig en negentig naar Europa. Ze zijn nog volop in worsteling met hun islamitische identiteit in een seculiere samenleving die hen afwijst. Dat maakt ze kwetsbaar voor religieuze radicalisering.'

Marokko: exporteur van jihadisme

In mei 2003 werd de Marokkaanse stad Casablanca opgeschrikt door een reeks zelfmoordaanslagen waarbij 45 mensen omkwamen. De aanslagen legden op pijnlijke wijze de zwaktes van de Marokkaanse veiligheidsdiensten bloot. Te stroef, te amateuristisch om het terrorismegevaar het hoofd te bieden. In de jaren daarop werd terrorismebestrijding prioriteit nummer één. Er werden bakken geld in gepompt, waardoor de veiligheidsdiensten zich konden ontwikkelen tot een veel slagvaardiger opsporingsapparaat. De Marokkaanse veiligheidsdiensten wisten 167 terroristencellen op te rollen en voorkwamen meer dan 300 aanslagen.

Kortom: Marokko is geen warm bad meer voor terroristen en dat merken we vooral in Europa. Dat is althans wat enkele deskundigen beweren.

'Marokko biedt om culturele redenen en uit veiligheidsoverwegingen weinig plaats aan religieus geweld', schrijven David Pollock en Sarah Feuer van The Washington Institute in hun artikel Terrorism in Europe: The Moroccan Connection. 'Als gevolg hebben enkele Marokkanen die geneigd zijn tot religieus geweld hun toevlucht in het buitenland gezocht.'

Foto AFP

Een soortgelijk punt werd twee weken geleden gemaakt door de bekende Frans-Iraanse terrorismedeskundige Farhad Khosrokhavar in Le Monde ('Le Maroc exporte ses djihadistes'). Volgens Khosrokhavar zitten zaken als maatschappelijke vervreemding en wrok jegens de oude, wrede kolonisator Frankrijk het diepst bij de Frans-Algerijnse gemeenschap. Toch telt Frankrijk veel meer Marokkaans-Franse dan Algerijns-Franse jihadisten. Een 'raadselachtig' verschil, aldus Khosrokhavar, waar hij niettemin een begin van een verklaring voor heeft. Die zoekt hij in het feit dat Algerijnse jihadisten sinds de burgeroorlog in de jaren negentig - tussen islamisten en de overheid - vooral actief zijn gebleven op eigen bodem. Daarmee is het Algerijnse jihadisme erg 'introvert', volgens Khosrokhavar, terwijl het Marokkaanse jihadisme juist 'extravert' is.

Het is niet zo dat Marokko jihadisten met een enkeltje richting Europa stuurt. Het geval is eerder dat Marokko haast ondoordringbaar is geworden voor gevaarlijke figuren. Marokkanen met kwaad in de zin plannen daarom eerder een aanslag in Europa dan in het land waar hun wortels liggen. Of ze gaan in Europa aan de slag als geestelijke/ronselaar, zoals de in Marokko geboren imam Abdelbaki Es Satty die Marokkaans-Spaanse tieners zover kreeg om een aanslag in Barcelona te plegen.

Ibrahim El Bakraoui uit België, blies zichzelf op bij de luchthaven in Zaventem op 22 maart 2016 Foto AFP

'Marokko tolereert maar erg weinig radicaliteit op de eigen bodem', zegt de Italiaanse terrorismedeskundige Lorenzo Vidino, die onderzoek deed naar islamitisch radicalisme in Spanje. 'Je kunt inderdaad stellen dat Marokko het jihadisme naar andere plekken in de wereld heeft weggedrukt. Niet expres, maar als onbedoeld gevolg van zijn succesvol antiterrorismebeleid.'

Volgens Vidino zijn Marokkaanse moslimradicalen die een rustiger heenkomen zochten vooral in Spanje neergestreken, in het bijzonder in de twee Spaanse enclaves in Noord-Marokko - Mellila en Ceuta - en in Catalonië. Vooral Catalonië - waar ongeveer eenderde van 750.000 Spaanse Marokkanen leeft - geldt als een salafistische broeiplaats waar geregeld terreurcellen worden opgerold.

Woede om boerkaverbod

Dat Belgisch-Marokkaanse en Frans-Marokkaanse moslimradicalen de meeste aanslagen op Europese bodem voor hun rekening nemen, viel ook de Amerikaanse terrorismedeskundigen William McCants en Christopher Meserole op. In 2015 namen zij de achtergronden van Syriëgangers onder de loep en vroegen zich af waarom er verhoudingsgewijs zoveel jongeren uit francofone landen tussen zitten. Toen een Canadese terrorismedeskundige Meserole vertelde dat enkele Quebecaanse moslims radicaliseerden nadat de Canadese overheid de boerka probeerde te verbieden bij inburgeringsceremonies, begon hij een verband te zien.

In Frankrijk geldt sinds 2010 een boerkaverbod op openbare plekken, en in België is in 2011 een soortgelijke wet ingevoerd. Woede hierover had een radicaliserend effect. In uitlatingen van Franse en Belgische Syriëgangers komt dit boerkaverbod inderdaad herhaaldelijk ter sprake als bewijs van de Europese moslimhaat. Hieruit concludeerde Meserole dat de politieke omgang met religieuze gevoeligheden een belangrijkere rol speelt bij radicalisering dan etnische herkomst of sociaal-economische omstandigheden. In The New Yorker lichtte hij toe: 'Je kunt zeggen dat radicalisering iets te maken heeft met Marokkaanse netwerken, maar ik denk dat je ook kunt zeggen dat het iets te maken heeft met de Marokkaanse ervaring in Frankrijk en in België in het bijzonder.'

Bilal Hadfi uit België, blies zichzelf op bij het Stade de France in Parijs Foto AFP

Meseroles conclusies overtuigden niet alle terrorismeonderzoekers. Andere Europese landen waar de politiek net zo islamonvriendelijk is als in België en Frankrijk - zie het minaretverbod in Zwitserland - zagen geen grote uittocht naar Syrië van boze moslimjongeren. Hoe moeten we dat verklaren?

'Ik zeg niet dat antimoslimretoriek per definitie tot radicalisering leidt', reageert Meserole per mail. 'Ik zeg alleen dat ze de kans op radicalisering kan verhogen. Ons onderzoek duidt daarop.'

De Riffijnse link

Pierre Vermeren, hoogleraar aan de Sorbonne, geldt in Frankrijk als een autoriteit op het gebied van de Marokkaanse geschiedenis. Begin vorig jaar deed hij uitspraken die nogal tot beroering leidden. Volgens Vermeren moeten we niet alleen kijken naar zaken als maatschappelijke uitsluiting. De jihadistische overtuigingen van de aanslagplegers kunnen we ook begrijpen vanuit hun Riffijnse achtergrond.

De Riffijnse geschiedenis is er een van rebellie jegens het Marokkaanse koningshuis, vroomheid, drugshandel, en een niet aflatende zucht naar autonomie. De Rifrepubliek (1921 - 1926), die de Riffijnse stammen bevochten op de Spaanse kolonisator, spreekt ook bij de jongste generatie Riffijnen enorm tot de verbeelding. Volgens Vermeren hebben al deze elementen ervoor gezorgd dat juist jongeren met een Riffijnse achtergrond, en een verleden in de criminaliteit, zich aansloten bij het jihadisme.

'Onder sommige Riffijnen functioneerde de oorlog in Syrië, de komst van IS en de stichting van het kalifaat als een appèl', schrijft Vermeren in de krant Ouest-France. 'Het bracht bij hen de Riffijnse republiek van hun voorouders in herinnering.' Volgens critici handelde Vermeren hier in kwalijke stereotypen. Alsof Riffijnen willoze marionetten zijn van hun geschiedenis. Bovendien zou het hier gaan om jongeren die ver af staan van die Riffijnse geschiedenis.

'Zij zijn Europeanen', reageerde Abdellatif Adebibe, directeur van een Riffijnse organisatie, in het Marokkaanse tijdschrift TelQuel. 'Zij zijn de kinderen van Frankrijk en België, niet van de Rif. Zij zijn het product van een Europese politiek die zijn onderdanen niet heeft weten te onderwijzen en te integreren.'

Moussa Oukabir uit Spanje, doodgeschoten bij de aanslag in Cambrils op 17 augustus Foto EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.