Achtergrond HPV-vaccinatie

Waarom halen jonge meisjes steeds minder prikken tegen baarmoederhalskanker?

Van het aantal meisjes dat vorig jaar werd uitgenodigd voor een prik tegen baarmoederhalskanker, heeft minder dan de helft zich laten vaccineren. De snel dalende vaccinatiegraad kan in de toekomst leiden tot tientallen extra overlijdensgevallen. Waar komt deze groeiende vaccinatieweerzin vandaan? Drie verklaringen.  

Een meisje wordt in een sporthal ingeënt tegen baarmoederhalskanker. Foto Marcel van den Bergh

1. Groeiende twijfel over vaccinatie

In heel Europa neemt de vaccinatiegraad de laatste jaren af. De Europese Commissie maakt zich al enige tijd ernstige zorgen over ‘toenemende terughoudendheid tegenover vaccins’. Hoe meer mensen zijn ingeënt, hoe lager de kans dat mensen besmet worden met bepaalde virussen of ziekten. Ook in Nederland daalt de vaccinatiegraad de laatste jaren, zeker als het gaat om het vaccin tegen baarmoedershalskanker, de HPV-vaccinatie. In twee jaar tijd is de deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma van 61 naar 45,5 procent gedaald. Een daling van de vaccinatiegraad van 10 procent zorgt volgens het RIVM al voor meer dan veertig nieuwe gevallen van de ziekte en veertien extra doden.

Een belangrijke oorzaak voor de afname is het wantrouwen bij sommige mensen tegenover overheidsinstanties als het RIVM en farmaceutische bedrijven die de vaccins ontwikkelen. Ouders vinden de wetenschap te sturend en verkiezen keuzevrijheid en onafhankelijkheid boven een breed opgezet vaccinatieprogramma. Op internet circuleren er daarnaast allerlei geruchten over bijwerkingen van vaccinaties. Zo stelt de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken (NVKP) dat de HPV-vaccinatie kan leiden tot grote vermoeidheid. ‘De nieuwe vaccinatiecijfers zijn voor ons een goed teken. Mensen denken zelf na en laten zich goed informeren. Steeds meer ouders zien in dat deze prik alleen maar een gezondheidsexperiment is’, zo vindt de voorzitter van het NVKP, Anne-Marie van Raaij-Schouten.

De wetenschappelijke consensus is echter dat het vaccin veilig is. Zo vonden Noorse onderzoekers vorig jaar, na het meerdere jaren volgen van meer dan 175.000 meiden, géén verhoogd risico op chronische vermoeidheid na de de HPV-prik. Ook bestaan er twijfels over de werkzaamheid van het vaccin. Onterecht, zo wijzen studies uit: het vaccin beschermt voor minimaal 70 procent tegen alle gevallen van baarmoederhalskanker.

‘Baarmoederhalskanker is een verschrikkelijke ziekte die goed kan worden voorkomen. De helft doet nu niet mee. Het RIVM moet zich vaak verweren tegen allerlei ideeën en geruchten waar geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor is’, vertelt Hans van Vliet, hoofd van het Rijksvaccinatieprogramma. ‘Als mensen echt alles op een rijtje zetten, zien ze dat een prik de juiste keuze is.’

Een meisje wordt ingeënt tegen baarmoederhalskanker in Zwijndrecht. Foto Robert Vos

2. De leeftijd (doelgroep van jonge tieners)

Meisjes krijgen een uitnodiging voor een HPV-prik in het jaar dat zij 13 worden. De jonge meisjes kunnen in tegenstelling tot baby’s en peuters wel meepraten over de vraag of ze een vaccin willen. Aangezien het vaccin ook verband houdt met seksueel gedrag, ligt het onderwerp extra gevoelig. Op het moment dat deze brief op de deurmat ploft, slaat bij veel de van tieners de twijfel toe. De ziekte is voor de meeste tienermeisje dan nog een ver-van-mijn-bed-show, vrouwen zijn meestal de veertig al ruim gepasseerd als zij de diagnose baarmoederhalskanker krijgen. Daarbij is deze vorm van kanker niet de meest voorkomende. In 2017 groeide het aantal baarmoederhalskankergevallen in Nederland naar 817, dat is wel een toename van zo’n 60 patiënten.

HPV wordt van mens op mens overgedragen door seksueel contact en zowel mannen als vrouwen kunnen het virus oplopen en doorgeven. Personen met wisselende seksuele contacten hebben een grotere kans op een besmetting. Dit is voor veel ouders reden om hun kind niet te laten vaccineren.

Gezondheidsorganisaties wereldwijd worstelen met het fenomeen dat emotionele verhalen op het internet soms een grotere impact hebben op de vaccinatiebereidheid dan onderzoeksresultaten. Zo daalde in Japan het animo voor de prik in een paar jaar tijd drastisch na publicatie van een video over meisjes die neurologische klachten zouden hebben ontwikkeld na de HPV-vaccinatie. Zeker op 13- en 14-jarigen kunnen dit soort filmpjes een grote invloed hebben.

3. Gebrek aan voorbeelden

Deccenialang nam de vaccinatiegraad in Nederland toe en was vaccineren haast een vanzelfsprekendheid. Het groeiende aantal gevaccineerden leidde tot minder ziektegevallen en voor prikken was in het publieke debat steeds minder aandacht. Ziektes als polio, rodehond en baarmoederhalskanker raakten daardoor uit beeld.

Het gevolg is dat mensen de noodzaak van een prik steeds minder zien. Andere zaken, zoals vermeende bijwerkingen en groeiend wantrouwen tegenover de wetenschap, krijgen zo de kans om de boventoon te voeren. Het Rijksvaccinatieprogramma lijkt zo slachtoffer van zijn eigen succes.

Om het tij te keren wil het hoofd van het Rijksvaccinatieprogramma daarom dat er in het onderwijs meer aandacht en voorlichting komt voor ziektes als baarmoederhalskanker. ‘In de toekomst moeten we meer verhalen van patiënten laten horen. Bij vaccinatie past het verhaal over de verschrikkelijke ziekte, alleen op die manier maak je mensen bewust van de noodzaak van het HPV-vaccin.’ Het RIVM voert daarom gesprekken met het Nederlands Instituut voor Biologie. Vanaf de eerste klas moeten alle middelbare scholieren al worden voorgelicht over de ernst van de ziektes en het belang van vaccineren.

Volgens Van Vliet moet er ook gekeken worden naar de locatie waar de prikken worden afgenomen. De vaccinatiegraad is bij scholen doorgaans het hoogst. Daarnaast ligt er een mogelijkheid bij het versoepelen van de vaccinatieleeftijd voor het HPV-vaccin. Wanneer je ouders de mogelijkheid zou bieden om hun dochter op jongere leeftijd een prik te laten afnemen, zou dat bepaalde drempels kunnen weghalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.