Waarom Europa van de VS verliest

Decennialang was Europa de winnaar van de mondialisering. Maar inmiddels hebben de Amerikanen Europa nog veel te leren, aldus de econoom David Audretsch....

West-Berlijn, een zondag in 1984. De Amerikaanse econoom David Audretsch verwondert zich over de uitgestorven stad. Bij het stoplicht staat een groepje punks te wachten, compleet met vervaarlijk ogende hanenkammen. Geen kip te zien, dus Audretsch maakt aanstalten te straat over te steken. Tot zijn stomme verbazing blijven de autonomen staan. De punks, hoe berucht ook vanwege hun afwijzing van het establishment, zijn gehoorzaam aan de regels. Op dat moment beseft Audretsch waarom de Verenigde Staten de mondialiseringslag van Duitsland heeft verloren. Als zelfs punks volgzaam zijn, red je het niet.

Momentje, 1984 – mondialisering? Duitsland? Is het begrip mondialisering niet iets van het laatste decennium? En gaat het daarbij niet vooral om China en India?

Niet volgens Audretsch. In zijn boek The Entrepreneural Society beschrijft deze Amerikaanse hoogleraar, die pendelt tussen universiteiten in zijn geboorteland en Europa, hoe de Verenigde Staten al sinds de jaren zeventig door opkomende economieën om de oren worden geslagen. Succesvolle bedrijven uit Duitsland, Japan en ook Nederland concurreerden Amerikaanse bedrijven kapot.

Maar de winnaars van toen dreigen nu de verliezers van de tweede mondialiseringsgolf te worden.

Kernbegrippen in Audretsch’ denken zijn managed economy, vrij vertaald managerseconomie, en entrepreneural economy, ondernemerseconomie. Hij groeide op tijdens het hoogtepunt van de American Dream, de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. De macht van Amerika op economisch, militair en cultureel gebied was ongeëvenaard. De industrie was het hart van de economie, met bedrijven als General Motors, Exxon en IBM, waar de vaders een levenslange loopbaan doorliepen en tevreden hun taken uitvoerden.

Het waren echter Europeanen en Japanners die vanaf de jaren zeventig de American Dream wreed verstoorden. Duitsers en Japanners werkten grondiger en hun auto’s en staalproducten waren beter – zelfs hun autonomen zijn grondig en volgzaam bij het stoplicht. Wat volgde was een verwoestende uitholling van de kern van de Amerikaanse managerseconomie.

Het heartland in het middenwesten veranderde in de jaren tachtig in een rustbelt toen autofabrieken en hoogovens massaal de deuren sloten. De werkloosheid steeg tot waarden die vele procentpunten boven de Europese lagen. Na de val van de muur leken Europa en Japan zelfs op het punt te staan de Amerikaanse hegemonie over te nemen. Wat inkomen en werkloosheid betreft deed Europa het rond 1990 bijna zo goed of zelfs beter dan de VS.

Toch is het beeld ruim een decennium later volledig omgedraaid. De afgelopen vijftien jaar is de economie in Europa en Japan veel minder hard gegroeid dan de Amerikaanse, is de werkloosheid nu veel hoger en zijn de inkomensverschillen tussen Europa en de VS terug op het niveau van de jaren vijftig. Nu is Europa het slachtoffer van de tweede mondialiseringsgolf, sluiten fabrieken hier hun deuren en haasten Europese bedrijven zich naar Azië om daar hun producten te laten maken. Het Europese model van de managerseconomie vindt nu zijn Waterloo.

Hoe kon Amerika dan toch weer het economisch leiderschap heroveren? Dat kwam door een ongeëvenaarde zoektocht naar nieuwe kennis en technieken, gecombineerd met een compromisloze vorm van ondernemerschap.

De protestgeneratie had geen zin meer in baantjes aan de lopende band of in kantoorhokjes. Ze was bovendien goed opgeleid. Op de betere Amerikaanse universiteiten en colleges werd massaal geïnvesteerd in fundamenteel onderzoek. Al in de jaren zeventig werd aan Amerikaanse universiteiten ontdekt dat niet kapitaal en arbeid, maar kennis en ideeën aan de basis van welvaart staan. Vooral ideeën: hoe mensen in teamverband met kennis producten en diensten bedenken die zo vernieuwend zijn dat ze in één klap bestaande, onaantastbaar geachte marktposities overnemen.

Neem Ted Hoff, ingenieur bij het almachtige IBM in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hoff bedacht de microprocessor: een hoop transistors bij elkaar, héél klein op een enkel stukje halfgeleider, waarop dan een complete computer kan worden geprogrammeerd. Maar IBM vond het niks. Computers waren enorme mainframes in kamergrote kasten en hoefden niet klein. Hoff nam ontslag en ontwikkelde bij het net opgerichte Intel de microprocessor.

Volgens Audretsch is dit het klassieke voorbeeld hoe ondernemerschap het probleem van de kennisfilter doorbreekt. Kennis is leuk, maar je hebt er niks aan als het establishment het negeert. En grote ondernemingen en instituties zien er per definitie niks in, want nieuwe ideeën zijn altijd bedreigend. Daar komt ondernemerschap om de hoek kijken: het zijn risicominnende starters die in hun garage met kennis en ideeën de welvaartsmotoren van de toekomst in elkaar sleutelen.

Audretsch beschrijft met talloze voorbeelden, waarvan Steve Jobs en Bill Gates de bekendste zijn, hoe het kennisfilter werd verscheurd. Zo ontstond in de jaren tachtig en negentig in de VS de ondernemerseconomie die wél opgewassen bleek tegen de mondialisering.

Bovendien is het Amerikaanse onderwijssysteem veel beter toegerust op de ondernemerseconomie dan het Europese, volgens Audretsch. Het is minder hiërarchisch en flexibeler, ook omdat het voor een groot deel met geld uit de marktsector wordt gefinancierd. Het is daarom veel resultaatgerichter. Amerikaanse professoren én studenten willen maar één ding: nieuwe Apple’s en Microsofts opzetten.

Audretsch boek is een waarschuwing aan Europa. Het verplaatsen van de industrie en ook steeds meer dienstverlening naar goedkope landen in het Oosten, is nog maar het begin. In India en China komen jaarlijks meer ingenieurs van de universiteit dan in heel Europa en de VS samen. Van onze kennisfilters hebben ze geen last. Het is een kwestie van tijd voordat hun multinationals ons overspoelen met de ideeën én producten van de toekomst.

In Amerika, waar de ondernemerseconomie inmiddels vaste voet aan de grond heeft, zijn ze er klaar voor. Wij worstelen nog met logge universiteiten en te weinig vertaling van kennis naar markt. Het probleem wordt onderkend, maar de juiste oplossing is er nog niet. Ook de SER signaleert in haar jongste rapport Duurzaam globaliseren dat de oplossing in de kenniseconomie zit, maar de relatie met ondernemerschap wordt gemist. Meer belastinggeld naar onderzoek, wat ook in Nederland nu als panacee wordt gezien, is niet zaligmakend. Studenten en professoren die in hun garages het fundament onder de multinationals van de toekomst leggen is wat we volgens Audretsch nodig hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden