ReportageVerkiezingen Slowakije

Waarom een Slowaaks oorlogsdorp als een blok valt voor extreem-rechts

Kotleba (groen colbert) gaat in Ruzomberok op de foto met aanhangers.Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Extreem-rechts in Slowakije koerst volgens de peilingen dit weekeinde aan op dik twintig zetels. De termen fascisme of communisme zeggen de jongere generatie niks meer. ‘Het is cool geworden om Kotleba te stemmen.’

Dolná Trnavká

Het is carnaval in Dolná Trnavká. Oftewel: mannen met schapenvachten om de schouders, meisjes met linten in hun haar, en per dorpeling een liter zelfgestookte brandewijn. Op de maat van de accordeon zingen ze Slowaakse volksliedjes over smartelijke soldaten die hun liefjes gedag moeten zeggen. Katarina Sulavková (39) draagt zware make-up en een jasje van panterprint. ‘Ik ben verkleed als Roma’, zegt ze. ‘Die wonen hier niet, dus kan ik ook niemand beledigen.’ Ze heeft de lachers op haar hand.

Er is iets geks aan de hand in dit dorp, op anderhalf uur rijden van de hoofdstad Bratislava. Roma wonen er niet, migranten al evenmin, en toch stemde meer dan 30 procent hier de vorige keer op een partij die stemming maakt tegen Roma en migranten. De reden? De dorpelingen zeggen: ‘Het geloof in politieke partijen is zoek.’

Of: ‘De nummer achttien op hun lijst woont hier. Iedereen kent hem.’

Of: ‘De Roma krijgen uitkeringen waar ze niet voor hoeven te werken. Witte mensen voelen zich gediscrimineerd.’

Zaterdag gaat Slowakije (5,5 miljoen inwoners) naar de stembus voor een nieuw parlement. Het zouden zomaar de belangrijkste verkiezingen kunnen worden van de afgelopen twee decennia. Sinds de schokkende moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak, deze maand precies twee jaar geleden, smachten Slowaken naar een andere koers. De moord en het daaropvolgende proces legden de diepe corruptie bloot. Veel beschuldigende vingers wijzen naar Smer, de populistische partij die sinds 2012 onafgebroken regeert, maar die dit weekend zomaar eens verslagen zou kunnen worden (zie inzet).

Een van de partijen die het meest profiteerde, is die van extreem-rechts. Peilingen voorspellen 10 à 11 procent, goed voor dik twintig zetels. De 42-jarige Marian Kotleba, een kale klerenkast met een snorretje, is meer dan alleen de lijsttrekker. Hij ís de partij. Zijn bonkige aanhangers noemen zich ‘kotlebisten’. De voorman stuurde hen de treinen in om ‘fatsoenlijke’ mensen te beschermen tegen ‘Roma-criminaliteit’.

Voor veel Slowaakse politici zijn de Roma – 10 procent van de bevolking – een soort verbale boksbal. Niemand geeft een cent om hun toekomst. Ze leven veelal in 19de-eeuwse krotten, zonder uitzicht op een baan of toekomst. Op een billboard van een tijdje terug beloofde Kotleba ‘de parasieten’ in de Roma-dorpen ‘op orde te maken’. Tegenwoordig spreekt de partij liever van ‘asocialen’.

Kotleba komt uit Banská Bystrica, een provinciehoofdstad waar de skinheads al jaren mot maken met de punkers. Ze kennen hem daar nog als de uitsmijter van discotheek Omega. ‘Als er geen klanten waren, stond hij Hearts of Iron te spelen’, grijnst Jakub Pohle (29), een lokale activist. ‘Een computerspel waarbij je heel Europa moet veroveren.’

De activist en politieke karikaturist Jakub Pohle. Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Kotleba’s eerste politieke partij werd in 2006 door de rechter verboden. Hij verliet de politiek en opende een winkel voor extreem-rechtse kleding. Later begon hij een nieuwe beweging, de volkspartij voor ‘Ons Slowakije’ (L’SNS), waarmee hij een minder opruiende toon aansloeg. Prompt kozen de mensen hem tot gouverneur, een functie die hij vier jaar vervulde. De EU-vlag liet hij gelijk uit het provinciehuis verwijderen.

Een van de kiezers die voor Kotleba’s ideeën viel, staat in Dolná Trnavká carnaval te vieren. Juraj (‘geen achternaam’) wil uit de Navo, net als Kotleba, en het liefst ook uit de EU. Dat hij gebruikmaakte van het vrij verkeer van arbeid door in Nederland en Duitsland te werken, verandert daar voor hem niks aan. ‘Voor de EU-toetreding konden we ook al vrij reizen.’ Media brengen volgens de 28-jarige bullshit. Zelf haalt hij zijn nieuws van ‘info-oorlog’, een ultra-rechtse weblog die werd opgericht door een ‘kotlebist’.

Ostry Grún

We volgen de Hron-rivier, tot bij de dorpen waar het zo stil is dat alleen de vossen – een Slowaaks gezegde – je ‘goedenacht wensen’. De stilte bedriegt. In Ostry Grún en omgeving vond kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog het grootste bloedbad uit de Slowaakse geschiedenis plaats.

Op die zondagochtend in 1945 was Ivan Maslen een peuter van twee. Buiten lag een pak sneeuw. Kleine Ivan lag te slapen, en hoorde niet hoe zijn vader en moeder werden meegenomen en doodgeschoten. In totaal kwamen 64 burgers om, vermoord door een eenheid met de naam Edelweiss, bestaande uit Duitse nazi’s en Slowaakse collaborateurs. Het was een wraakactie: de dorpelingen hadden – veelal onder dwang – eten gegeven aan lokale partizanen. In het volgende dorp fusilleerde Edelweiss nog eens 84 mensen.

Voor sommigen was de Tweede Wereldoorlog de zwartste pagina uit de Slowaakse geschiedenis. Het marionettenregime van priester Jozef Tiso deed fanatiek mee met de vervolging van Joden en Roma. Aan de andere kant staat een minderheid die Tiso ziet als held, omdat hij het land een (schrale) vorm van onafhankelijkheid bood. Marian Kotleba noemde hem ‘de enige echte president’ die het land gehad heeft. De oorlogsjaren waren ‘als leven in de hemel’.

Twee drinkebroers in de plaatselijke bar in Ostrý Grúň. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het dorp op 21 januari 1945 verwoest.Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Ivan Maslen, het weeskind, groeide op bij zijn oma. Op een dag liep hij weg van huis. Zijn grootmoeder vond hem terug bij vrienden, bonzend op de deur, vragend naar zijn vader. Op deze ochtend kringelt er rook uit de schoorsteen. Hij serveert mals lamsvlees met aardappelen uit eigen tuin. Een rafelige foto komt na enig zoeken tevoorschijn: een verlegen meisje in een traditionele rok lacht daarop naar de camera. ‘Das ist meine Mutti.’ Het is het enige dat hij van haar heeft.

Bij de presidentsverkiezingen vorig jaar stemden de meeste dorpelingen in de eerste ronde op Kotleba (landelijk werd hij vierde). Als je Maslen (78) vraagt hoe dat kan, is hij eerst een tijdje stil. ‘Ik weet het niet.’ Dring je aan, dan mompelt hij dat hij het heus geprobeerd heeft, praten met zijn dorpsgenoten, maar dat er geen volk op aarde is dat van zijn geschiedenis leert. Dring je een tweede keer aan, dan biedt hij je een borrel aan, veertig procent, alsof hij hoopt dat daar de antwoorden in verstopt zitten. ‘Soms doet het pijn. Ik moet zwijgen.’

Eens per jaar komen belangrijke politici naar het oorlogsmonument, schuin tegenover het huis van Ivan Maslen. Dit jaar, bij de vijfenzeventigste verjaardag van het bloedbad, sprak onder anderen Zuzana Caputová, de president. Ze is de hoop van progressieve Slowaken. De geschiedenis, verklaarde ze, ‘leert ons waar het pad van haat en uitsluiting leidt’. Zulke tendensen ‘bestaan hier nog steeds’.

In dezelfde vallei verscheen een paar jaar geleden een Slowaakse antropologiestudent. Ze trok in bij een gastgezin. Na veel gesprekken begon het Jana Hrcková te dagen dat er een verschil is tussen de manier waarop ze in de hoofdstad over de oorlog praten, en hoe de dorpelingen dat doen. De eerste groep gebruikt grote woorden: fascisme, vrijheid, rechtsstaat. De dorpelingen hebben het over de buurvrouw van nummer 10 die zoveel pech had. Oorlog is oorlog, zeggen ze, daar verander je niks aan.

Een groep mensen demonstreert tegen een bijeenkomst van de rechts-extreme partij ĽSNS in de stad Ružomberok.Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Vroeger, onder het communistische bewind, was een jaarlijks uitje naar Ostry Grún verplichte kost voor scholieren. Het verhaal was beladen met symboliek: kijk eens hoe dit dappere partizanendorp geleden heeft. Toen viel het communisme en daarmee het hele kaartenhuis van de herinnering. ‘Het gesprek verstomde’, zegt Miroslav Seget (41), lange tijd de vice-burgemeester. Op z’n keukentafel ligt een nieuw verschenen pil van een Slowaakse historicus. Titel: Fascisme. ‘Jonge mensen zien de connectie niet. Het is cool geworden om Kotleba te stemmen. Ik denk dat deze generatie verloren is.’

Ruzomberok

Twee uur noordwaarts, in het stadje Ruzomberok, staat een plukje demonstranten te vernikkelen, onder wie de 70-jarige Jan Bencik. Bijnaam: de fascistenjager. Hele dagen struint hij Facebook af, speurend naar de verborgen profielen van extreem-rechts. Online plaatste iemand zijn foto met daarbij een kogel en de boodschap: deze is voor jou. Maar Bencik heeft een missie. ‘Ik ga door tot de partij verboden is.’

Anti-extremist Jan Bencik.Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Verderop in het theatergebouw zit Marian Kotleba achter een lange tafel. De setting heeft iets van een aandeelhoudersvergadering, met hemzelf als het stralende middelpunt. Tegen de honderden toegestroomde luisteraars zegt hij dat hij zal opkomen voor familiewaarden. We zijn de ‘enige kracht’, zegt Kotleba, ‘die gezinnen met twee vaders niet zal toestaan’. In maart moet hij voor de rechter komen vanwege een door hem gedane donatie van 1.488 euro – codetaal in neo-nazikring voor ‘white power’ (14) en ‘Heil Hitler’ (88).

Marian Kotleba.Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

De partijleider steekt deze middag de draak met de lhbti-beweging. ‘Als ik straks veroordeeld word, zal ik zeggen dat ik eigenlijk een vrouw ben. Dan mag ik naar de vrouwengevangenis. Zo denken ze in Brussel.’ Er wordt gelachen en geklapt. Als het zo doorgaat, waarschuwt Kotleba, kunnen kinderen van tien jaar oud straks zelf hun gender kiezen, en ‘kiezen ze ervoor om krokodil te zijn’.

Een verkiezingsovereenkomst van de rechts-extreme partij ĽSNS in de stad Ružomberok.Beeld Fotografie (108294)Julius Schrank / de Volkskrant

Terug naar het carnaval van Dolná Trnavká. Katarina Sulavková heeft haar stereotype Roma-jasje uitgedaan. Ze werkt als docente Engels, vertelt ze. ‘Ik heb leerlingen die Kotleba stemmen. Ze zeiden: hij gaat alle Roma doodschieten. Hoe kunnen jullie dat zeggen, vroeg ik, jullie hebben zelf Roma-klasgenoten.’ Ze rilt van die ideeën. Of Sulavková’s eigen uitdossing niet bijdraagt aan nog meer vooroordelen in het dorp? Nee, zegt ze beslist, en dan: ‘Ik moet erover nadenken.’

Om haar heen zwieren de vrouwen over de met crêpepapier versierde dansvloer. De mannen zijn zo dronken dat ze maar moeilijk met hun handen van de hoogblonde burgemeester kunnen afblijven. En de dorpsband blijft maar spelen.

Kotleba gaat met aanhangers op de foto.Beeld Fotografie (108294)Julius Schrank / de Volkskrant

Hoe gaan de Slowaken stemmen?

Peilingen wijzen uit dat in Slowakije zeven à acht partijen de kiesdrempel gaan halen. Grootste verrassing is het succes van Ol’aNo (‘Gewone mensen’), een bonte verzameling activisten die succesvol campagne voerde tegen corruptie. Hun standpunten zeggen ze – op basis van enquêtes – af te stemmen op wat kiezers willen. Een voorbeeld is het proefballonnetje om klokkenluiders die corruptiezaken melden, de helft van het gemoeide geld te geven. Ol’aNo wordt mogelijk de grootste partij, hetgeen een nederlaag zou betekenen voor de zittende Smer-regering. Zuzana Caputová (de liberale president) eindigt met haar partij waarschijnlijk als vierde. Analisten voorspellen een razend ingewikkelde coalitievorming.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden