Reportage

Waarom deze tentoonstelling over de Koude Oorlog ‘ongemakkelijk actueel’ is

Militairen bekijken de tentoonstelling, waar ook een beeld van Lenin staat. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De tentoonstelling Als de Russen komen is verrassend actueel. Bij de ingang staat dan ook de gehuurde Citroën C3 waarin Russische hackers van de militaire inlichtingendienst vorig jaar op heterdaad werden betrapt in Den Haag.

Het eerste wat u zult zien is een flinke flits. Gaat u dan snel naar binnen en houdt uzelf schuil onder een wat groter meubelstuk. Met een fluitje of bel kunt u contact zoeken met een reddingsteam. Houdt er rekening mee dat het even zal duren voordat u weer naar buiten kunt: het is raadzaam een noodtoilet aan te leggen. Belangrijk is dat u vóór de atoomaanval al voldoende blikvoedsel in huis heeft. Vergeet als u naar de schuilkelder gaat de blikopener niet!

Op de tentoonstelling ‘Als de Russen komen’ in het Nationaal Militair Museum in Soest gaan bovenstaande adviezen vergezeld van zwart-witbeelden van een Nederland waarin huisvrouwen met boterbriefjes ramen zeemden. Dit was nooit een land waar ze dingen op hun beloop lieten, en in de jaren vijftig van de twintigste eeuw oordeelde het ministerie van Binnenlandse Zaken dat Nederlanders maar beter met instructiefilmpjes konden worden voorbereid op een situatie waarin de Sovjets uitgerekend Klazienaveen of Wormerveer zouden uitkiezen voor een atoomaanval op de vrije wereld.

Eerder verontrusting dan nostalgie

‘Ongemakkelijk actueel’, was een veelgebezigde constatering bij de opening van deze expositie door minister Bijleveld van Defensie. Dit jaar viert de NAVO haar zeventigste verjaardag en is het dertig jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. Van de hoop dat het einde van de Koude Oorlog en het instorten van het Sovjet-imperium tot een veiligere wereld zouden leiden, is drie decennia na dato weinig over. Terwijl het ene na het andere nucleaire verdrag op losse schroeven komt te staan, is de intensiteit van de discussie over het gevaar van atoomwapens terug op het niveau van voor het aantreden van Gorbatsjov als Sovjet-leider in 1985.

In een tijd waarin de term ‘nieuwe Koude Oorlog’ veelvuldig wordt gebezigd, is een expositie over ‘de oude Koude Oorlog’ geen overbodige luxe, kun je stellen. Er zijn inmiddels twee generaties opgegroeid die aan de wereld voor 1989 geen bewuste herinneringen bewaren, voor menig oudere stammen begrippen als ‘Warschaupact’, ‘DDR’ en ‘West-Berlijn’ ondertussen uit een vorig leven.

Beeld Marcel van den Bergh

In het Nationaal Militair Museum keert de wereld van het gedeelde Berlijn, het Oostblok en de SS20 terug op een paar honderd vierkante meter, in een cocktail van voorwerpen die eerder verontrusting dan nostalgie opwekt. Uit Duitsland kreeg het Nationaal Militair Museum een echt stuk van de Berlijnse Muur in bruikleen. Een Trabant-verzamelaar stelde een open legergroene Trabbi van de Oost-Duitse strijdkrachten ter beschikking. Even verderop staat een Chieftain-tank die dienst deed in West-Berlijn. De man die in duizenden bronzen exemplaren de verpersoonlijking was van de Sovjet-wereld, kameraad Vladimir Ilitsj Lenin, kwam speciaal voor deze tentoonstelling uit een Pools museum over naar Soest, drie meter hoog en 950 kilo zwaar.

Hoe actueel ‘Als de Russen komen’ is, zien bezoekers al bij de ingang van de expositie. Daar staat de gehuurde Citroën C3 met het kenteken PF-934 waarmee hackers van de Russische militaire inlichtingendienst vorig jaar op heterdaad werden betrapt op de parkeerplaats van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag. In de wereld van vóór 1989 dreigden de Russen te komen, in 2018 kwamen ze écht.

De tentoonstelling begint met beelden van Churchills toespraak uit 1946 waarin deze verkondigt dat er ‘een ijzeren gordijn over Europa neerdaalt’. Even verderop hangt een uit Polen geleend olieverf-op-canvasdoek van de auctor intellectualis van de Koude Oorlog: Stalin, geboren Iosif Dzjoegasjvili, de Sovjet-leider die de door hem ingelijfde Oost-Europese landen hermetisch van de westelijke helft van Europa afsloot. In 1949, vier jaar na de Verenigde Staten, werd de Sovjet-Unie van Stalin een atoommacht, en was de wereld van ‘gegarandeerde wederzijdse vernietiging’ een feit.

Citroën 2CV

Aan de Noordzee bestond in die jaren de vrees dat de toen grote Communistische Partij Nederland als vijfde colonne van de Sovjets fungeerde. In Soest zien we getypte memoranda van de militaire inlichtingendienst met stevige slotconclusies: ‘Grote waakzaamheid is geboden!’ Zulke waakzaamheid kwam er. Vanaf de vroege jaren zestig oefende de landmacht aan de grens tussen West- en Oost-Duitsland om eventuele aanvallen vanuit het Oostblok af te slaan. Ook op zee ondermijnde het kleine Nederland de activiteiten van de grote Sovjet-Unie. In Soest zien we een replica van Hare Majesteit Zwaardvis, de onderzeeër die uitgerust met een Orpheus Pod gedetailleerde beelden schoot van het leven aan boord van Sovjet-marineschepen.

In de latere decennia van de Koude Oorlog steeg overal in West-Europa de weerzin tegen de wapenwedloop en ontstond een grote vredesbeweging. In de jaren zeventig en tachtig werden in Nederland nauwelijks minder affiches tegen kernwapens vervaardigd dan er tulpenbollen werden geëxporteerd. Een representatieve selectie vinden we terug in Soest, alsook een met stickers à la Stop-de-Neutronenbom beplakte Citroën 2CV, een bovengemiddeld vertegenwoordigd vervoermiddel op vredesdemonstraties van weleer. Defensiespecialisten en Oostblokkenners die de vredesactivisten naïef en weinig Sovjet-kritisch vonden, waren lang niet zo creatief en productief als het ging om affiches. Toch lukte het hen een keer een poster te vervaardigen met daarop een gemene betonkop van een Sovjet-generaal en het onderschrift: ‘Demonstreer eens in Moskou, wij weten het nu wel!’

Bijna vier decennia later is demonstreren in Moskou nauwelijks minder moeilijk dan tijdens de oude Koude Oorlog. Om er zeker van te zijn dat bezoekers deze expositie niet in nostalgische stemming verlaten, hebben de samenstellers van ‘Als de Russen komen’ een ruimte ingericht met beelden van nucleaire proeven, alsook van de restanten van Hiroshima en Nagasaki in 1945. Albert Einstein leverde de begeleidende tekstregel al in 1949: ‘Ik weet niet met welke wapens de Derde Wereldoorlog zal worden uitgevochten, maar ik weet wel dat de Vierde Wereldoorlog zal worden uitgevochten met stokken en stenen.’

Als de Russen komen, t/m 1 september in het Nationaal Militair Museum in Soest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.