Waarom de warmte voor Opa Wen verdween

Vertrekkend premier Wen Jiabao was populair, maar kreeg weinig voor elkaar. Waar ging het mis en wat zegt dat over China?

De machtswisseling die zich in China voltrekt, wekt hoop: een nieuwe lente, een nieuw geluid. Maar voor een beter begrip van het land verdienen niet zozeer de nieuwe als wel de oude leiders aandacht. Zoals premier Wen Jiabao, die deze week zijn afscheidsrede hield. Lang was hij de lieveling onder de Chinese leiders, in ieder geval voor het Westen. Maar bij zijn afscheid klinken nog maar weinig warme woorden.

In 2002, toen Wen Jiabao aantrad als premier, waren de westerse verwachtingen vooral op hem gericht. Op zijn conduitestaat prijkte zijn gedrag in 1989, toen hij voorafgaand aan het neerslaan van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede trachtte een dialoog met de studenten te voeren. Die poging mislukte en Wen was voortaan verdacht in de ogen van de conservatieve stroming die niets van democratisering moest hebben.

Wonder boven wonder slaagde hij er ruim tien jaar later toch in de slag om het premierschap te winnen. Daardoor stond Wen in het Westen niet alleen te boek als hervormingsgezind, maar ook als een overlevingskunstenaar - een eerste vereiste voor invloed in de Chinese politiek. Bovendien toonde hij zich bekwaam in de omgang met gewone Chinezen en journalisten.

Anders dan de robotachtige verschijning van president Hu Jintao was hij een man van vlees en bloed, die zich werkelijk begaan kon tonen, bijvoorbeeld bij bezoeken aan slachtoffers van natuurrampen. Zijn eenvoudige komaf en lange verblijf in de arme provincie Gansu hielpen hem daarbij - hij behoorde niet tot de geprivilegieerde klasse van 'rode prinsenkinderen'. 'Opa Wen' en 'de premier van het volk' werd hij wel genoemd. De kloof tussen arm en rijk, de milieuproblemen en de corruptie binnen de partij - voor de aanpak daarvan zetten hervormers zowel binnen als buiten China op zijn daadkracht in.

Tien jaar later staan die drie thema's nog even hoog op de politieke agenda. Weliswaar kan Wen erop wijzen dat de economie in zijn tijd fantastisch is doorgegroeid, met een gemiddelde van meer dan 10 procent per jaar, maar als het gaat om wezenlijke veranderingen is de oogst mager. Wen heeft dat vorig jaar ook min of meer toegegeven: hij spoorde zijn opvolgers aan tot zowel 'structureel politieke' als 'structureel economische' hervormingen. In zijn tijd is dat niet gelukt. Het tijdperk van de vierde generatie leiders, Hu en Wen voorop, wordt wel als een 'verloren decennium' aangeduid.

Waar ging het mis? Om de kloof tussen arm en rijk te dichten, stond Wen een fundamentele wijziging van het economisch model voor ogen. Burgers zouden als consumenten een prominentere rol moeten krijgen. Met veel westerse experts was Wens regering van mening dat hun rol in de economie te beperkt is.

In het bestaande model zijn burgers, bij gebrek aan een sociaal vangnet en adequate zorgverzekeringen, vooral spaarders. Op hun spaartegoeden krijgen zij een bescheiden rente van de banken. Die lenen het met een flinke winst door aan de grote staatsbedrijven, die zich zo verzekerd weten van goedkope financiering en die zich dus kunnen uitleven in investeringsprojecten. Naast hun gewone activiteiten behelzen die ook vaak vastgoed, waar lokale en provinciale partijbonzen persoonlijk van mee kunnen profiteren.

Het is tegen dit machtsblok van staatsbedrijven, grootbanken en lokale machthebbers dat Wens regering moest opboksen en het aflegde. Het besef dat doorgaan op de weg van export en investeringen leidt tot overcapaciteit en inefficiëntie mocht dan op centraal niveau zijn doorgedrongen, de 'gevestigde belangen' elders in het land verzetten zich met succes tegen aanvallen op de status quo.

Wen poogde vooral met retoriek zijn gelijk te krijgen. In 2010 bekritiseerde hij het economische groeimodel als 'niet duurzaam, ongecoördineerd en onevenwichtig', vermoedelijk zijn meest geciteerde uitspraak. Zelden toonde een Chinese leider zich zo openhartig kritisch over het eigen economische systeem. Effect had het niet. Dat gold ook voor een andere uitval van hem, in 2012, toen hij op de televisie fel van leer trok tegen het bankwezen. 'Laat ik eerlijk zijn. Onze banken verdienen te gemakkelijk hun geld. Want een klein aantal vormt samen een monopolie.' Die aanval deed het goed bij het grote publiek, dat al evenzeer zijn buik vol heeft van het eigen bankwezen als westerlingen. Maar tot verandering leidde ook dat niet.

Met zijn ideeën over politieke hervorming wekte Wen vooral de indruk in een isolement te verkeren. Herhaaldelijk wees hij op de noodzaak van democratie met zinnen als 'democratie is één van de hoofddoelen van het socialisme', al liet Wen wijselijk in het midden of hij doelde op het westerse algemeen kiesrecht of 'meer democratie binnen de Partij'. Tekenend voor zijn isolement was dat de oproep tot politieke hervormingen die hij in 2010 deed, niet eens door de censuur van de staatsmedia kwam. Zo groot was kennelijk de weerstand die hij in eigen kring opriep.

Zijn gebrekkige daadkracht op het vlak van hervormingen roept het beeld op van een tragische idealist - een op consensus gerichte, milde man die wel wilde, maar niet in staat was tegenkrachten te overwinnen. Maar de onthullingen over zelfverrijking van Wens familie hebben afbreuk aan dat beeld gedaan. The New York Times onthulde in oktober 2012, daags voor Wens terugtreden uit de partijtop, dat diens familievermogen 2,7 miljard dollar bedroeg. Voor corruptie werden geen bewijzen geleverd, maar het fortuin was wel opgebouwd tijdens zijn premierschap.

Een verrassing was die onthulling niet - over het familiefortuin van de Wens werd al langer gespeculeerd. Nieuw was wel het indrukwekkende bedrag. Op het Chinese internet leidde het tot de cynische constatering dat hiermee Wens reputatie als 'beste acteur' werd bevestigd: een man die doet alsof hij het volk aanvoelt en opkomt voor de burgers, maar die zich net zo als de andere leiders aan zelfverrijking overgeeft.

Vooral het moment waarop de onthulling kwam was pijnlijk - niet alleen voor Wen, maar voor de gehele partijtop. Want de premier had juist een hoofdrol gespeeld bij de verwijdering uit de partij van Bo Xilai, een van zijn voornaamste politieke tegenstanders. Vanaf vorig voorjaar werd het nieuws over China maandenlang gedomineerd door die affaire, ook wel aangeduid als de grootste politieke onrust sinds de gebeurtenissen van 1989. Kern daarvan was machtsmisbruik, corruptie en zelfs betrokkenheid bij moord van de hoofdrolspeler. Na diens val wilde de partij doen geloven dat Bo Xilai die ene rotte appel in de mand was geweest.

Dat maakte de onthulling van The New York Times extra pijnlijk. Het familievermogen van Wen werd vele malen hoger becijferd dan dat van de familie Bo. Sommige China-watchers legden het uit als wraak van diens politieke vrienden. Die zouden de Amerikaanse krant op het spoor van Wens familievermogen hebben gezet, iets wat door de journalisten overigens wordt ontkend. Hoe het ook zij, de schade aan de reputatie van Wen is enorm geweest. Diens pogingen zijn naam te zuiveren met het instellen van een openbaar onderzoek, konden daar niets meer aan veranderen.

De bestrijding van corruptie is door de nieuwe leiders als een van hun voornaamste opgaven aangeduid. Het overleven van de partij staat op het spel, zegt komend president Xi Jinping keer op keer. Behalve 'vliegen' moeten ook 'tijgers' worden aangepakt, dus kleine én grote partijbonzen. Met de retoriek zit het wel goed. Maar of Xi's daadkracht groter wordt dan die van Wen staat te bezien.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden