Waarom de tweedeling in het onderwijs toeneemt (en wat we daaraan kunnen doen)

De ongelijkheid in het onderwijs neemt toe. Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen hogere schooladviezen, gaan naar betere scholen en halen uiteindelijk een hoger diploma dan even intelligente kinderen van laagopgeleiden. Dit constateert de Inspectie voor het Onderwijs.

Scholieren na hun schooldag op de middelbare school; Vossius Gymnasium in Amsterdam-Zuid. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

1. Hoogopgeleide ouders zitten er bovenop

Hoogopgeleide ouders doen veel voor de schoolcarrière van hun kinderen. Ze weten immers dat schoolsucces voorspelt hoe succesvol kinderen later worden.

Als het nodig is sturen ze hun kinderen dus al in groep 6 naar Citotrainingen, want vanaf dat jaar tellen de resultaten uit het leerlingvolgsysteem mee voor het schooladvies. Ze spreken de leerkracht aan als hun kind in groep 8 een vmbo-advies krijgt.

Ook besteden ze meer aandacht aan de keuze voor een geschikte middelbare school. Daarbij loeren ze met een schuin oog loeren ze naar de ranglijstjes of een inspectierapport. Zijn de examenresultaten van die school wel goed? Hoeveel onbevoegde leraren werken er?

Op de middelbare school houden deze hoogopgeleide ouders ook een vinger aan de pols. Mocht een kind moeite hebben met wiskunde, dan trekken ze de portemonnee voor huiswerkbegeleiding. Of ze laten hun kind testen, want misschien heeft het wel dyslexie of adhd. Een indicatie levert extra begeleiding op, en soms meer tijd bij examens. Ook dat vergroot de kans op succes in het onderwijs.

Laagopgeleide ouders doen dit allemaal veel minder. Ze kennen het onderwijssysteem er niet goed genoeg voor, ze zijn niet assertief genoeg of ze hebben de middelen niet. En hun kinderen zijn daarvan de dupe, constateert de Onderwijsinspectie in De staat van het onderwijs, het jaarverslag dat woensdag verscheen.

Deze verschillen uit de weg ruimen lijkt ondoenlijk. Laagopgeleide ouders helpen om schooladviezen aan te vechten is lastig. Hoogopgeleide ouders verbieden voor hun kinderen op te komen is geen optie. 'In het huidige systeem is het belangrijk om je kind op tijd aan de juiste kant van de scheidslijn te krijgen', zegt onderwijskundige Louise Elffers van de Universiteit van Amsterdam, die onderzoek deed naar kansen in het onderwijs. 'Deze ouders vertonen dus gewoon rationeel gedrag.'

2. Leerkrachten oordelen niet objectief

Het gaat waarschijnlijk niet bewust. Maar het is een feit dat leerkrachten leerlingen niet altijd objectief beoordelen. Uit De staat van het onderwijs blijkt dat kinderen van hoogopgeleide ouders vaker een schooladvies krijgen dat hoger is dan je op basis van de eindtoets zou mogen verwachten. Bij kinderen van laagopgeleide ouders ligt het advies juist vaak lager dan de eindtoets.

Ironisch genoeg heeft het instrument dat veel objectiever beoordeelt wat een kind kan onlangs aan belang ingeboet. Lange tijd was op veel scholen de eindtoets in groep 8 cruciaal voor het schooladvies. Die toets - die veel stress veroorzaakte bij kinderen - keek naar je capaciteiten, niet of je de zoon van de vuilnisman of van een advocaat was.

Sinds vorig jaar speelt de toets een minder grote rol. Leerkrachten geven het schooladvies nu al vóór de eindtoets, op basis van de resultaten van een kind door de jaren heen. Op die manier beoordelen ze niet de foto maar de film, zo was de gedachte.

Voor twijfelgevallen kwam er een ontsnappingsroute. Eventueel kan het advies na een opvallend goed gemaakte eindtoets nog naar boven worden bijgesteld. Alleen: dat gebeurt vaak niet, constateert de Onderwijsinspectie nu. Eén op de zes leerlingen - vooral kinderen van laagopgeleide ouders - zou op basis van de eindtoets een advies moeten krijgen dat 'minimaal één volledige schoolsoort' hoger is dan het aanvankelijke advies. Bij slechts 15 procent van deze kinderen wordt het advies ook daadwerkelijk opgehoogd. Jammer, zo stelt de inspectie in De staat van het onderwijs. 'Bij twijfel vinden wij het verstandig om leerlingen een hoger advies te geven, omdat dit voor de loopbaan van de leerling vaak gunstig uitpakt.'

Misschien moet de procedure voor het schooladvies dus toch maar weer op de schop, zo klinkt het van verschillende kanten. Stel basisscholen bijvoorbeeld verplicht om een advies naar boven bij te stellen, als een eindtoets daar aanleiding toe geeft. Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA) zei gisteren dat haar fractie daar voorstander van is. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) sluiten niet uit dat dat gebeurt, lieten ze woensdag weten.

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs). Beeld anp

3. Scholen geven laatbloeiers minder kansen

Een brugklas vmbo/havo? Een brugklas havo/vwo? Ze zijn er steeds minder, meldt de Onderwijsinspectie. Zat tien jaar geleden slechts 30 procent van de leerlingen in een homogene brugklas, nu is dat al 46 procent. Brede scholengemeenschappen? Ook die verdwijnen langzaam, ten faveure van de categorale scholen met alleen havo, alleen atheneum of alleen gymnasium.

Die ontwikkelingen zijn vooral ongunstig voor laatbloeiers - vaak kinderen van laagopgeleiden. De mogelijkheden om nog tijdens de schoolcarrière een stapje te klimmen nemen immers af. In een havo/vwo-brugklas kan iemand met een havo-advies zich optrekken aan slimmere klasgenoten en zo uiteindelijk toch op het vwo belanden. In een havo-brugklas is de weg naar het vwo al bijna afgesloten.

Op categorale scholen is de weg naar boven helemaal ingewikkeld. Wie op een vmbo-school zo goed presteert dat een havodiploma waarschijnlijk tot de mogelijkheden behoort, moet overstappen naar een andere school.

Kan dat niet anders? Veel instanties denken van wel. De vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs Verus pleit voor meer gemengde schooladviezen en meer brede brugklassen. En ook de VO-raad constateert dat meer gemengde schooladviezen, bredere en langere brugperiodes en meer maatwerk en flexibiliteit in het voortgezet onderwijs kunnen voorkomen dat kinderen al op jonge leeftijd 'in een fuik belanden waar ze niet meer uitkomen'.

Ook is de VO-raad bereid met de aangesloten schoolbesturen in gesprek te gaan over de trend naar meer categorale scholen. Ouders vragen weliswaar naar zulke scholen en het onderwijs speelt 'begrijpelijkerwijs' op die behoefte in, stelt de sectororganisatie, 'maar de keerzijde hiervan is dat de segregatie in het onderwijs én in de samenleving toeneemt.'

4. Het kabinet stuurt te veel op rendement

Scholen zijn bang, zegt onderwijskundige Louise Elffers. Ze zijn bang dat leerlingen 'afstromen', zoals dat in onderwijsjargon heet - dat ze afzakken van de havo naar het vmbo of van vwo naar havo. Daar worden ze namelijk op afgerekend door de inspectie.

Ook de Onderwijsinspectie zelf constateert dat scholen veel met cijfers bezig zijn. Ze zouden door vroeg te selecteren 'anticiperen op verscherpte exameneisen, omdat zij streven naar hogere examencijfers en studierendementen', zo valt te lezen in De staat van het onderwijs.

De gevolgen zijn funest, meent Elffers. Scholen gaan de concurrentie met elkaar aan, in de hoop de beste leerlingen aan zich te binden. Daarmee lopen ze namelijk het minste risico. Zo stootte het Amsterdams Lyceum - ooit mavo/havo/vwo - eerst de mavo af en later ook de havo. 'Nu hebben ze alleen nog vwo, en is het een van de populairste scholen van de stad.'

Die trend is vanuit het perspectief van de scholen best te begrijpen, maar vergroot wel de ongelijkheid. En daarom moet Den Haag dus in actie komen, vindt Elffers. 'De aanpak van kansenongelijkheid in het onderwijs overstijgt de individuele belangen van ouders en scholen en kan daarom niet aan hen worden overgelaten', zegt ze.

Volgens Elffers zou het kabinet moeten beginnen om scholen te belonen als ze leerlingen kansen bieden, niet als ze risico's mijden. 'Er is nu een enorme focus op rendementen, waardoor scholen prikkels krijgen om leerlingen bij twijfel niet toe te laten', zegt ze. 'Scholen moeten een leerling het voordeel van de twijfel kunnen geven, zonder dat ze daarvoor afgerekend worden.'

Daarvoor krijgt ze alvast steun van de Tweede Kamerfractie van D66. 'Door dit kabinet is het voor scholen een financieel risico geworden om bijvoorbeeld leerlingen opleidingen te laten stapelen en door te stromen van het vmbo naar de havo', zegt Paul van Meenen. 'Scholen worden door dit kabinet dus afgestraft als ze kinderen kansen bieden.'

Paul van Meenen (D66). Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden