Waarom de prijs van een huis niet zo hard meer stijgt

De huizenmarkt koelt af, horen we. Wat betekent dat?

Sinds eind vorig jaar vallen vaak de termen 'afkoelen' en 'afvlakken' als het gaat om de huizenmarkt. Dat betekent niet dat de prijzen dalen. De prijzen gaan minder hard omhoog dan de afgelopen jaren, meldde makelaarsvereniging NVM maandag.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie:  

De gemiddelde verkoopprijs van een woning is in vergelijking met hetzelfde kwartaal vorig jaar gestegen met 8,1 procent naar 294 duizend euro. Op kwartaalbasis was er wel een dip: in het laatste kwartaal van 2018 kostte een bestaande koopwoning gemiddeld 299 duizend euro.

De eerste zwaluw maakt voor kandidaat-huizenkopers nog geen zomer. Het eerste kwartaal van het jaar is gewoonlijk zwakker dan het tweede kwartaal. In de lentezon vertonen mensen kennelijk meer nesteldrang dan in de gure wintermaanden.

Ook werden er, relativeerde de NVM, in het eerste kwartaal minder dure woningen verkocht dan in de maanden daarvoor. Dat drukt de gemiddelde prijs. Over heel 2019 verwacht de NVM een gemiddelde prijsstijging van 6 procent.

Ook ABN Amro wees eerder deze week op 'tekenen van afkoeling' van de woningmarkt. Maar ook de bank rekent nog steeds met een prijsstijging van 6 procent, aldus zijn Woningmarktrapportage. Volgend jaar komt daar zelfs nog eens 4 procent bovenop.

Hoe gaat het in de grote steden?

In Amsterdam steeg de prijs sinds eind maart vorig jaar met 6,6 procent. Dat mag een gematigd percentage worden genoemd voor de koploper in huizenprijsontwikkeling. Over het hele jaar 2018 was de stijging 8 procent, over geheel 2017 17 procent. Nu meldt de NVM ook in de hoofdstad een kwartaaldip. Sinds eind december daalde de prijs van een doorsnee-appartement met 5,9 procent, van 428 duizend euro naar 399 duizend euro. Maar juich ook hier niet te vroeg. Het aantal verkochte woningen in de stad daalde vorig kwartaal 23 procent - tot 1.722 exemplaren.

Berekend per vierkante meter gingen in Rotterdam de prijzen relatief gezien het snelst omhoog van de vier grote steden. Voor een vierkante meter woning betaalde men daar 11,7 procent meer dan een jaar eerder. In Amsterdam was dat 9,4 procent, in Utrecht 7,8 procent en in Den Haag 7,9 procent.

Zijn de grenzen van de betaalbaarheid bereikt?

De hypotheekrente is met zo'n 2 procent nog steeds laag, dus huizenkopers kunnen voor een relatief lage maandlast veel geld uitgeven aan de aanschaf van een woning. Maar voor veel kandidaat-kopers is 'het plafond van wat men kan en wil betalen voor een koopwoning nu bereikt', aldus de makelaars. De Vereniging Eigen Huis en ABN Amro bespeuren ook een afnemend vertrouwen in de huizenmarkt. De afnemende economische groei (dus: angst voor verlies van inkomsten) kan daarvan een oorzaak zijn, maar ook het relatief geringe aanbod van koophuizen.

Hoeveel geven huiseigenaren dan uit aan wonen?

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) meldde vorige week op basis van een grootschalige enquête nog dat Nederlanders een kleiner deel van hun inkomen aan woonlasten besteden dan drie jaar geleden. Dat was voor huurders afgelopen jaar gemiddeld 38 procent, tegen 38,5 procent in 2015. Huiseigenaren waren gemiddeld 29 procent van hun inkomen kwijt aan woonlasten, tegen 29,4 procent drie jaar eerder. De huizenprijzen en huren zijn de laatste jaren sterk gestegen, erkende het CBS. Maar het gemiddelde inkomen is in dezelfde periode eveneens gestegen.

Donderdag publiceerde ING Bank een studie waaruit blijkt dat een gemiddeld Nederlands huishouden nu ongeveer een kwart van zijn inkomsten kwijt is aan wonen (inclusief onderhoud en inrichting). Dat was in 2008 circa eenvijfde. Genoemde oorzaak: de woonlasten stegen, de inkomsten veel minder.

Hoe doet Nederland het in verhouding tot de rest van Europa?

De huizenprijzen zijn bijna overal opnieuw gestegen, aldus het Europese statistiekbureau Eurostat. In 2019 werden koopwoningen in de eurolanden gemiddeld 4,2 procent duurder. Koploper is Slovenië, waar de prijzen een sprong maakten van 18 procent. Letland en Tsjechië zijn volgers met respectievelijk 12 en 10 procent.

Kan het ook minder? Ja, in het kwakkelende Italië. Daar dáálden de huizenprijzen het afgelopen jaar met 0,6 procent. En ook in 'Brexit-Londen' (-4 procent) en Engeland (-0,7 procent) werd afgewaardeerd. In Schotland en Wales stegen de prijzen nog wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.